China rijp voor geleidelijke afschaffing doodstraf

Nieuws

China rijp voor geleidelijke afschaffing doodstraf

Antoaneta Bezlova

13 januari 2003

China lijkt rijp voor een beperking en een langzame afschaffing van de doodstraf. Dat is de mening van de meeste experts die deelnamen aan de eerste min of meer openbare discussie over het thema die in december in Xiangtan in de provincie Hunan plaatsvond. In China worden per jaar zeker 2.000 en misschien wel 15.000 misdadigers ter dood gebracht. Het geloof in de afschrikwekkende werking van de doodstraf is nog groot, maar veel juristen zijn van mening dat China zich moet aanpassen aan de rechtspraktijk in andere landen.

In Chinese academische kringen wordt al 200 jaar over de argumenten voor en tegen de doodstraf gediscussieerd, maar nu draait dat debat opeens over de vraag hoe de toepassing van de allerzwaarste straf kan worden verminderd en op termijn helemaal kan worden stopgezet. “Het meerderheidsstandpunt gaat in de richting van een strenge beperking van het aantal executies en de geleidelijke afschaffing van de doodstraf,” schrijven de redacteurs van de krant “Zuidelijk Weekend” uit Guangzhou in het eerste verslag over de conferentie in Xiangtan. Aan de bijeenkomst namen een dertigtal Chinese en buitenlandse experts deel. Toch blijft de doodstraf in China nog altijd in een waas van geheimhouding gehuld. Cijfers over het aantal terechtstellingen werden naar aanleiding van de conferentie niet bekendgemaakt.

Volgens Amnesty International werden er in China tussen 1990 en 2000 zeker 29.500 terdoodveroordelingen uitgesproken en meer dan 19.500 mensen terechtgesteld. De werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk nog veel hoger. Uit geheime documenten van de Communistische Partij die gepubliceerd werden in het recent verschenen boek ‘China’s New Rulers’ blijkt dat de Chinese politie en de rechtbanken in het land tussen 1998 en 2001 een einde hebben laten maken aan het leven van ongeveer 60.000 mensen.

Sinds 1983, toen de toenmalige sterke man Deng Xiaoping de campagne Yan Da (‘Harde aanpak’) afkondigde in de strijd tegen de misdaad, is het aantal misdrijven waarop de doodstraf staat toegenomen van 32 tot 73. De Yan Da-campagnes werden in 1996 door Jiang Zemin opgerakeld. Het Chinese gerecht laat onder meer voor 28 economische vergrijpen als smokkel, belastingontduiking en valsemunterij koppen rollen. Tot 1997 konden dieven vanaf een bedrag de 30.000 yuan (3.440 euro) naar de dodencel gevoerd worden om enkele weken later al terechtgesteld te worden. Intussen is die ondergrens opgetrokken tot drie à vier miljoen yuan – 344.000 tot 460.000 euro. Tijdens anti-misdaadcampagnes schakelen de Chinese rechtbanken over op snelrecht. Terdoodveroordeelden worden meestal met een nekschot afgemaakt. Soms gebeurt dat op openbare pleinen, voor een groot publiek.

Voorstanders van de doodstraf in China argumenteren dat van de straf een afschrikwekkende werking uitgaat. Executies zijn ook een gepaste straf voor zware misdaden, en vormen een probaat middel tegen recidivisme. “Het is ook veel goedkoper dan mensen lang op te sluiten,” voegt een jurist in de krant ‘Zuidelijk Weekend’ daaraan toe.

Maar de tegenstanders hebben steeds meer pijlen op hun boog. Hongkong and Macao, de Chinese kolonies van Groot-Brittannië en Portugal die respectievelijk in 1997 en 1999 weer bij China werden aangehecht, hebben de doodstraf al afgeschaft. China heeft in 1998 ook het Internationale Convenant over Burgerlijke en Politieke Rechten van de Verenigde Naties ondertekend. De tegenstanders argumenteren dat China het recht op leven het best kan beschermen door de doodstraf af te schaffen of toch zeker de arbitraire toepassing ervan te staken. Het convenant eist ook dat China zijn rechtspraak en strafuitvoering afstemt op de algemene internatonale praktijk. Van de zwaargewichten in de internationale gemeenschap passen alleen de VS en Japan de doodstraf toe, maar dan wel in veel mindere mate dan China.

“De doodstraf doet de misdaad niet afnemen”, betoogt Li Yunlong, een advocaat die zich al 18 jaar verzet tegen de arbitraire toepassing van de doodstraf en al vier boeken over het thema heeft geschreven. Maar Li geeft toe dat er nog veel tijd overheen zal gaan voor het Chinese publiek en de overheid hun geloof verliezen in de afschrikwekkende uitwerking van de ultieme straf. Professor Hu Yunteng van de afdeling Beleidsonderzoek van het hooggerechtshof denkt dat er voor de totale afschaffing ongeveer 100 jaar nodig zal zijn. Maar Ma Chengshou, een professor in de Rechten aan de universiteit van Xiangtan, vindt dat China er al in 2020 klaar voor moet zijn. Tegen dan zou het land het ‘xiaokang’-niveau moeten hebben bereikt, middenklassewelvaart voor al haar inwoners.