De eerste Syrische vluchtelingen in Irak: ‘Dit is écht onze oorlog niet’

Nieuws

Reportage vanuit vluchtelingenkamp op Syrisch-Irakese grens

De eerste Syrische vluchtelingen in Irak: ‘Dit is écht onze oorlog niet’

De eerste Syrische vluchtelingen in Irak: ‘Dit is écht onze oorlog niet’
De eerste Syrische vluchtelingen in Irak: ‘Dit is écht onze oorlog niet’

De voorbije dagen kwamen de eerste vluchtelingen uit Noord-Syrië aan in Irak. Tine Danckaers en Karim Abraheem zijn ter plaatse en bezochten voor MO* het vluchtelingenkamp in Bardarash, dat in allerijl wordt klaargestoomd om mensen een veilig onderkomen te geven.

© Karim Abraheem

Salma vluchtte alleen met haar twee kinderen uit Ras al-Aïn op de Turks-Syrische grens. ‘Plots waren overal Turkse troepen. We zagen de vliegtuigen, hoorden inslagen van zware wapens en we zijn vertrokken.’

© Karim Abraheem

De voorbije dagen kwamen de eerste vluchtelingen uit Noord-Syrië aan in Irak. De Syrische vluchtelingen komen Irak vooral binnen langs de grens met de Koerdische Autonome Regio. Die grens is officieel open, maar veel vluchtelingen komen langs informele weg, via smokkelaars, naar de Koerdische regio.

Gisteravond werd een staakt-het-vuren aangekondigd door de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, maar voorlopig is het wachten waartoe dat leidt. Na gesprekken in Ankara ging Turkije akkoord voor een staakt-het-vuren van vijf dagen. Dat zou de Syrische Democratische Troepen (SDF) tijd moeten geven om zich terug te trekken uit de zogenaamde veiligheidszone langs de Turks-Syrische grens.

Het offensief, waar Turkije mee begon op 9 oktober, bracht volgens waarnemers 300.000 Syrische vluchtelingen op de been. De meesten verblijven op Syrisch grondgebied, anderen vluchtten naar Irak.

Omdat niet iedereen zich registreert of laat detecteren, is het onmogelijk om de reële cijfers over de instroom te geven, zeggen hulporganisaties ter plaatse in Irak. In Domiz kamp, een kamp dat al sinds 2011 Syrische vluchtelingen opvangt, kwamen een paar dagen geleden 180 nieuwe vluchtelingen uit Syrië aan, zegt Tom Peyre-Costa, de woordvoerder voor NRC (Norwegian Refugee Council) Irak.

‘Maar intussen groeien de aantallen. Tot dusver documenteerden de internationale organisaties vandaag, op 17 oktober, ruwweg 1600 vluchtelingen aan de verschillende grensovergangen.’

Bardarash-vluchtelingenkamp opnieuw open

Omdat de instroom bleef aangroeien, heropenden internationale en lokale hulporganisaties op dinsdag 15 oktober Bardarash-kamp, in samenwerking met de Koerdische regering. Het kamp werd oorspronkelijk opgericht voor de opvang van Iraakse vluchtelingen uit Mosoel en omstreken, die in 2014 de Islamitische Staat (IS) ontvluchtten. Bardarash-kamp werd al enkele jaren geleden gesloten, maar wordt nu dus opnieuw operatief gemaakt.

In het kamp heerst een chaos die min of meer geordend is. 250 nieuwe tenten moeten vandaag worden opgetrokken, elektriciens leggen kabels en verlichting aan, en in de hete middagzon staan mensen te drummen om zich te laten registreren in de kantoren van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Hulpverleners van diverse organisaties proberen te doen wat ze kunnen, anderen meten de noden op. Vrachtwagens rijden aan met flesjes water en met voedselpakketten.

Volgens Firas Al-khateeb, woordvoerder voor de UNHCR Irak, werden op donderdag 17 oktober 824 vluchtelingen in het kamp geregistreerd, afkomstig uit diverse plaatsen in Syrië: Kobani, Tal Abyad, Ain Issa, Qamishli. Ze moeten een onderkomen krijgen in de 500 – nog deels op te trekken – tenten die het kamp voorlopig telt.

‘We doen er, samen met onze partners, alles aan om zo snel mogelijk te anticiperen en zo goed mogelijke noodopvang op poten te zetten’, aldus Al-khateeb.

‘Wat maakt onze politieke voorkeur of etnische achtergrond uit?’, zegt Hassan*. ‘We zitten tussen hamer en aambeeld.’

© Karim Abraheem

Vliegtuigen en bominslagen

Salma* komt uit een dorp nabij Ras al-Aïn dat bijna letterlijk op de Turkse grens ligt. Ras al-Aïn was een belangrijke corridor voor de Turkse troepen om Syrië in te trekken. De stad is intussen ook een van de centrumplaatsen geworden voor hevige gevechten tussen Turkse troepen en de Syrische Democratische Troepen (SDF), die steun krijgen van het Syrische regime en Rusland. De stad zou intussen wel in handen van de SDF zijn.

Volgens diverse bronnen, waaronder het Koerdische Rode Kruis, zouden hier minstens 62 burgerslachtoffers gevallen zijn.

‘Plots waren overal Turkse troepen. We zagen de vliegtuigen, hoorden inslagen van zware wapens en we zijn vertrokken.’ Terwijl ze het vertelt, maakt Salma een afgepeigerde indruk. Ze stapte vele kilometers met haar kinderen en vertelt dat ze werd aangevallen door wilde honden. Als alleenstaande moeder met twee jonge kinderen kon ze gelukkig wel rekenen op hulp, van Syriërs, waaronder ook andere vluchtelingen, die hen meenamen met de auto.

De familie van Ali, een leraar basisonderwijs, is afkomstig uit Qamishli en kwam op 15 oktober aan in het kamp. Hij kan het even mentaal niet meer aan, zegt hij: aankomen in een kamp dat nog in opbouw is, in eindeloze wachtrijen gaan staan om zich te laten registreren, wachten om eten, water, zeep te krijgen. Hij vertelt hoe zijn hoofd bijna brak toen hij moest kiezen: blijven of vertrekken.

‘Ik heb een goed huis in Qamishli, een baan – weliswaar slecht betaald – maar het is tenminste een baan. Ik heb een zoon die hier in Erbil studeert en twee dochters die het beiden uitstekend doen op school. Ik werd gek van die vragen in mijn hoofd. Vertrek ik met het risico om ons volledige hebben en houden te verliezen? Of blijf ik met het risico om levens te verliezen?’

De angst bepaalde de beslissing. Het oorlogsgeweld kondigde zich aan met het geluid van Turkse legervliegtuigen en bominslagen. Ze vertrokken. ‘Een jaarsalaris betaalde ik aan de smokkelaars om ons, mijn vrouw, mijn twee dochters en ik, de grens over te zetten.’

Geen veilige doorgang

© Karim Abraheem

© Karim Abraheem

Ook een ander familie die we ontmoeten, vertelt hoe ze betaalden om hun dorp in Syrië, ook vlakbij de grens met Turkije, te ontvluchten en de grens met Irak over te steken. ‘Die verhalen zijn zeer zorgwekkend’, zegt Tom Peyre-Costa van de Norwegian Refugee Council. ‘Op zijn minst moeten vluchtende mensen de garantie krijgen voor een veilige toegang.’

‘Zijn het niet de Koerdische troepen, dan binnenkort misschien wel het regime dat jonge mannen rekruteert voor deze oorlog die nooit de onze is geweest.’

Het gonst in het kamp van de geruchten dat zowel de YPG (de militaire arm van de PYD, de Democratische Uniepartij die het Koerdische gebied beheert) als de SDF-troepen, waar de YPG sterk vertegenwoordigd is, Koerden zouden verhinderen om te vluchten.

‘We horen verhalen van mensen die zeggen dat de Koerdische autoriteiten mensen zouden tegenhouden omwille van demografische redenen’, zegt een hulpverlener. Lees: de Koerden zouden de Koerdische meerderheid niet willen verliezen in de regio. Bovendien vreest een deel van de vluchtelingen ook dat vaders en zonen van families zullen worden gerekruteerd door de YPG.

‘Het was inderdaad de reden waarom we onze zoon in Irak, in Erbil hebben laten studeren, en onderbrachten bij een familielid’, zegt Ali. Maar, voegt hij eraan toe, op dit moment zitten ze tussen zoveel vuren. ‘Als het niet de Koerdische troepen zijn, dan is het binnenkort misschien wel het regime dat jonge mannen rekruteert voor deze oorlog die nooit de onze is geweest.’

De enkele mensen die willen getuigen, zijn als de dood om zich politiek uit te spreken. ‘Wat maakt onze politieke voorkeur of etnische achtergrond uit? We zitten tussen hamer en aambeeld’, reageert Hassan* die samen met zijn vrouw en twee kinderen onderkomen vond in het kamp. ‘Nu staan de troepen van het regime zij aan zij met de Koerdische troepen. Maar wat als ze deze oorlog tegen Turkije winnen? Wat betekent dat voor ons? Dan zullen ze ons opnieuw inlijven, om opnieuw te vechten.’

Waar is de internationale gemeenschap?

© Karim Abraheem

Het kamp wordt in allerijl opgetrokken

© Karim Abraheem

Als we het kamp verlaten, staat nog altijd een wachtrij met nieuwkomers aan de ingang van het kamp. In de kantoren van UNHCR die de registratie voor zich neemt, zijn de rijen intussen aangegroeid.

‘We zijn voorbereid. Deze nieuwe humanitaire crisis behoort immers tot het zogenaamde Syrian Response Plan’, zegt woordvoerder Firas al-Kateeb. ‘Dat plan is gericht op het Syrië-conflict en de impact op andere landen die vluchtelingen opvangen waaronder ook Irak. We hebben voldoende stock voor tentenkampen voor 50.000 vluchtelingen. Dat is niet het probleem.’

Er is voorlopig ook geen probleem om samen te werken met de KRG of de Koerdische regering hier. Die is bereid om vluchtelingen op te vangen, klinkt het. ‘Ze doen het, beheren ook kampen die hier al veel langer zijn. Vergeet niet dat de Koerdische regio in Irak alleen al 230.000 Syrische vluchtelingen opvangt, om niet te spreken over andere nationaliteiten van vluchtelingen.’

Het probleem, zegt al-Kateeb, is dat internationale donoren die financiële steun toezegden, achterwege blijven met het doorstorten van het geld. ‘Dit jaar kregen we voor het Syrian Response Plan nog maar 29 procent van de toezegde steun binnen. Dat is dramatisch weinig als je weet dat de Syriëcrisis heeft geleid tot 4,5 miljoen vluchtelingen in en buiten de grenzen van Syrië die nog steeds niet konden terugkeren naar hun huizen.’

*Schuilnaam omwille van veiligheidsredenen