Derde van kinderen in Nieuw-Zeeland groeit op in armoede

Nieuws

Derde van kinderen in Nieuw-Zeeland groeit op in armoede

Derde van kinderen in Nieuw-Zeeland groeit op in armoede
Derde van kinderen in Nieuw-Zeeland groeit op in armoede

Niels D'Haene

18 augustus 2016

Meer dan dertig procent van de kinderen in Nieuw-Zeeland groeit op in armoede. Aangezien de overheid er niet in slaagt het probleem structureel aan te pakken, worden kinderen onderwijs, vrijetijdsbesteding en toekomstperspectieven ontzegd.

De armoedegrens wordt door Unicef vastgelegd op zestig procent van het gemiddeld nationaal inkomen. Het gaat om kinderen die opgroeien in gezinnen die slechts 18.000 euro per jaar of  322 euro per week verdienen. Sinds 1984 is het aantal gezinnen in dergelijke precaire omstandigheden verdubbeld.

‘Als maatschappij hebben we kinderarmoede genormaliseerd’, verklaarde Vivien Maidaborn, CEO van Unicef Nieuw-Zeeland recentelijk. ‘We vinden het aannemelijk dat een deel van onze samenleving in armoede moet leven.’

Vivien Maidaborn

Precaire levensomstandigheden

Vooral de allerarmsten leven in zeer schrijnende omstandigheden. Ziektes, zoals acuut gewrichtsreuma en ademhalingsaandoeningen, komen vaker voor in situaties van chronische armoede. Bovendien ligt de schoolopkomst in armere gezinnen veel lager en nemen armere kinderen te weinig voedingsrijk eten tot zich.

‘Arme jongeren in Nieuw-Zeeland nemen niet volwaardig aan het leven deel. Ze missen zoveel zaken die het leven rijker en betekenisvoller maken.’

Ook al komen arme kinderen in Nieuw-Zeeland niet om van honger, toch verdienen de omstandigheden waarin ze moeten opgroeien de nodige aandacht.

‘Arme jongeren in Nieuw-Zeeland nemen niet volwaardig aan het leven deel. Ze missen zoveel zaken die het leven rijker en betekenisvoller maken, zoals muziek, sport of onderwijs’, zo luidt de stem van Linda Murphy, een maatschappelijk werkster van de Auckland City Mission, een organisatie die mensen in armoede in Auckland ondersteunt.

Het is vooral in de voorsteden Otara, Papatoitoi en East Tamaki van de stad South Auckland dat de mythe van een egalitaire maatschappij aan diggelen wordt geslagen.

Verkiezingsbelofte

Voor een derde van de Nieuw-Zeelandse jongeren is de belofte voor een goed onderkomen, een stabiele job én kwaliteitsvol onderwijs een magere illusie gebleken. Nochtans had huidig eerste minister John Key bij de verkiezingen van 2014 gesteld dat het aanpakken van kinderarmoede een prioriteit voor zijn regering zou zijn.

Het kiwi-model, waarbij de overheid in de gezondheidszorg openbare aanbestedingen voor geneesmiddelen uitschreef en daarbij het goedkoopste en efficiëntste middel terugbetaalde, was alvast een goede aanzet om de (medicijn)kosten voor de hele bevolking te beperken.

De indicatoren voedselzekerheid, maatschappelijk welbevinden, en mogelijkheden voor kinderen om te leren en te groeien zijn er drastisch op achteruit gegaan.

Toch blijkt uit het rapport Children of the Recession (september 2014) van Unicef dat het kinderarmoedecijfer tussen 2008 en 2012 – ook onder bewind van Key – met nauwelijks een half procent daalde.

Het rapport toont evenzeer aan dat over dezelfde periode drie van de vier welzijnsindicatoren – voedselzekerheid, maatschappelijk welbevinden, en mogelijkheden voor kinderen om te leren en te groeien - tussen 2007 en 2013 drastisch achteruit zijn gegaan.

Al sinds 2014 luidt de kritiek op eerste minister John Key dat hij onvoldoende heeft ondernomen om de inkomens te laten toenemen. Met een hogere inkomensgelijkheid zou het kinderarmoedecijfer aanzienlijk moeten dalen.

Droevige realiteit

Voor velen blijkt in de werkelijkheid niets minder waar te zijn: de lonen zijn nog altijd niet hoog genoeg om in het levensonderhoud te voorzien. Een groot deel van de armste kinderen groeit nu immers op in een – of tweeverdienersgezinnen die op het eind van de maand nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen knopen.