Dure grondstoffen doen Chinese biobrandstofdroom vervliegen
Antoaneta Bezlova
25 april 2008
De Chinese producenten van bio-ethanol zitten in zak en as door de stijgende voedselprijzen. De internationale kritiek op het omzetten van maïs en cassave in brandstof maakte weinig indruk in China, maar nu dreigt de productie onbetaalbaar te worden.
China moedigde de voorbije jaren de productie van biobrandstoffen aan met forse subsidies. Met een capaciteit van 10 miljoen ton is het land nu na Brazilië en de VS de grootste producent van ethanol. Peking wil een einde maken aan de smog en de zure regen waaronder grote delen van het land lijden. Energie uit hernieuwbare bronnen maakt het land ook minder afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Tegen 2020 wil China 15 procent van zijn verbruik uit hernieuwbare bronnen halen; volgens de laatste cijfers was dat in 2006 nog maar 6 procent.
Ten dode opgeschreven
Maar de Chinese ethanolproducenten zeggen nu dat ze nog meer subsidies nodig hebben om hun machines draaiend te houden. “Anders zijn onze projecten ten dode opgeschreven”, zegt een inkoopverantwoordelijke van de Guangxi Zhongliang Bio-energy Company. “De prijs van cassave is sinds vorig jaar verdubbeld. We kunnen niet zeggen hoe lang we bij zo’n prijzen onze productie kunnen voortzetten.”
De Chinese overheid heeft het goedkopere en minder gegeerd cassave naar voren geschoven als een alternatief voor maïs. De prijs van maïs is de voorbije maanden omhoog geschoten, onder meer omdat de VS er massaal ethanol mee zijn beginnen te maken. Maar in China worden nu ook cassave en andere voedingsgewassen als sorghum duurder. Dat maakt de winstmarges van de biobrandstofproducenten almaar kleiner.
De vraag is hoe de productie van schone brandstof ooit rendabel kan worden in China. Lage brandstofprijzen zijn immers heilig voor de Chinese regering. “Nu de prijzen voor landbouwproducten door het dak gaan, lijdt iedereen verliezen”, zei Li Jiangdong, een verkoper van de producent Jilin Fuel Ethanol, vorige week tegen de China Times.
Officieel worden de plannen niet afgeblazen. De bestuurders van Guangxi, een arme provincie in het zuidwesten van China, kondigden deze maand aan ze dat tegen begin mei de benzine en diesel overal willen vervangen door biobrandstoffen. In negen andere provincies loopt een pilootproject in die zin.