Plastic afval vindt weg naar ons voedsel. Is statiegeld een oplossing?

Nieuws

Plastic afval vindt weg naar ons voedsel. Is statiegeld een oplossing?

Plastic afval vindt weg naar ons voedsel. Is statiegeld een oplossing?
Plastic afval vindt weg naar ons voedsel. Is statiegeld een oplossing?

Bart Vereecke

23 april 2017

De hoeveelheid plastic zwerfvuil die in rivieren, zeeën en oceanen terechtkomt, neemt gestaag toe, met verregaande gevolgen voor mens en dier. Het Antwerps stadsbestuur lanceert een project om dit probleem te bestrijden met een systeem van statiegeld.

Bo Eide (CC BY-NC-ND 2.0)

Bo Eide (CC BY-NC-ND 2.0)​

Een van de meest duidelijke gevolgen van plastic zwerfafval is natuurlijk de ontsiering van het straatbeeld, natuurgebieden en stranden. Het ongemak dat dit inhoudt voor burgers en de effecten hiervan op de toeristische sector vormen een belangrijke stimulans voor lokale overheden om zwerfafval op te ruimen. Het meest zichtbare probleem is echter lang niet het meest ernstige. Het is niet omdat plastics worden weggehaald van de drukbezochte en toeristische plaatsen dat het gevaar geweken is. Veel meer dan voor ander afval geldt immers dat de gevolgen van plastic verpakkingen die in het milieu terechtkomen verregaand zijn.

De reden hiervoor ligt bij dezelfde eigenschappen die producenten en gebruikers zo hoog in het vaandel dragen. Ten eerste zijn plastics licht, waardoor ze zich gemakkelijker verspreiden. Tegelijkertijd zijn plastics ook sterk en slijtvast. Aangezien het om een kunststof gaat die enkel kan worden geproduceerd door een chemisch proces dat door de mens wordt gestuurd, hoeft het niet te verbazen dat de natuur enorm veel moeite heeft met het afbreken ervan. Ter illustratie: het duurt 400 jaar vooraleer een petfles die in pakweg een bos terechtkomt volledig is afgebroken.

Buiten het algemene gezichtsveld speelt plastic een verstorende, verontreinigende en dodelijke rol. Een van de belangrijkste problemen is de toenemende hoeveelheid plastic afval in rivieren en zeeën. Schildpadden, vogels maar ook zeezoogdieren en vissen geraken verstrikt in achtergelaten vislijnen, verwonden zich of zien het vuilnis aan als voedsel. Door de, al dan niet bewust, ingeslikte plastics geraakt hun spijsverteringsstelsel ontregeld en hun duikvermogen aangetast. Bovendien zorgen plastics voor de verspreiding van chemische en giftige stoffen in het zeewater en verstoren ze bestaande ecosystemen.

Plastic voedsel

University of Exeter (CC BY 2.0)

University of Exeter (CC BY 2.0)​

Wie denkt dat enkel dieren het slachtoffer zijn van plastic zwerfafval, vergist zich schromelijk. Ook de gezondheid van de mens staat op het spel. In dit verband zijn voornamelijk de zogenaamde microplastics gevaarlijk. Microplastics zijn niet groter dan zandkorrels en worden verwerkt in producten zoals tandpasta en cosmetica. Daarnaast komen ze ook vrij wanneer plastic verslijt. Deze minuscule partikeltjes verspreiden zich zo gemakkelijk dat de wereld er op korte tijd van vergeven is geraakt.

Wie zich bijvoorbeeld aan een portie mosselen waagt, speelt onvermijdelijk ook een dosis plastic naar binnen.

Microplastics vermengen zich in het voedsel van de diertjes die zich aan de basis van de voedselketen bevinden. Bovendien, en hier wordt het gevaarlijk voor de mens, kunnen ze via de darmwand worden opgenomen in het weefsel van deze dieren. Dit komt er letterlijk op neer dat onze voeding voor een deel uit plastic begint te bestaan. Wie zich bijvoorbeeld aan een portie mosselen waagt, speelt onvermijdelijk ook een dosis plastic naar binnen.

Voorlopig blijven deze dosissen onder de hoeveelheid die door de Wereldgezondheidsorganisatie als gevaarlijk wordt bestempeld. Anderzijds hebben plastics nog maar sinds enkele decennia hun weg naar de oceanen gevonden. Als hij zichzelf en toekomstige generaties wil beschermen, heeft de mens er dus alle baat bij om plastics uit de zeeën en het milieu in het algemeen te houden.

Huidige beleid ontoereikend

Stefan Leijon (CC BY-ND 2.0)

Stefan Leijon (CC BY-ND 2.0)​

Er is weinig discussie over: plastics zijn gebruiksvriendelijk maar milieu – en gezondheidvijandig. Een afdoende afvalbeleid is dus nodig om te voorkomen dat plastic zwerfvuil een onomkeerbaar probleem vormt. Luc De Rooms, beleidsmedewerker voor de stad Antwerpen en verantwoordelijk voor stadsonderhoud, laakt de huidige aanpak van de zwerfvuilproblematiek in België.

‘Eigenlijk begint alles met de wettelijke doelstellingen. Zo moet maar dertig procent van al de geproduceerde kunststoffen gerecycleerd worden. Dit is een aanfluiting van het recyclageconcept, waarbij het de bedoeling zou moeten zijn om afval te hergebruiken en steeds opnieuw in te zetten in de productiecyclus. Als je de ‘dertig procent regel’ hanteert, hergebruik je na een paar recyclagebeurten nog maar een fractie van de initiële verpakkingen. Al de rest wordt opgestookt in verbrandingsovens, die uiteraard de nodige uitstoot voortbrengen, of belandt op vuilnisbelten of als zwerfafval in het milieu. Dit leidt tot een ware stortvloed aan microplastics. De wettelijke recyclagepercentages moeten worden opgetrokken tot minsten 95 procent.’

‘De bewijzen over de schadelijkheid van plastic voor mens en milieu zijn er, maar een gepaste reactie van overheid blijft totaal achterwege. Politici zijn bang om verpakkingsproducenten aan strengere regels te onderwerpen omdat dit op korte termijn tot een verlies van jobs zou kunnen leiden. Ze sluiten de ogen voor een probleem dat op termijn veel ernstiger zal zijn en schuiven de verantwoordelijkheid door naar latere generaties.’

Ook over de reeds bestaande initiatieven van de industrie zelf is De Rooms allerminst positief. ‘Tot dusver is de ware circulaire economie in ons land praktisch onbestaande. Meer zelfs, zogenaamde oplossingen zijn doorgaans contraproductief. Fleecekleding, gemaakt van plastic afval en het paradepaardje van de duurzaamheidhype, is zo’n voorbeeld. Bij elke wasbeurt van fleecekleding komen immers microplastics vrij.’

‘De hype rond nieuwe soorten plastics wekt de foute indruk dat we plastic verpakkingen kunnen blijven produceren, zonder bijkomende gevolgen voor het milieu.’

‘Hetzelfde geldt voor de alternatieve, zogezegd milieuvriendelijke plastics, waarmee de industrie ons wil misleiden. In het productieproces van wat biologische plastics worden genoemd, worden wel minder fossiele brandstoffen ingezet, maar het eindproduct zelf is even schadelijk voor het milieu als gewone plastics. De zogenaamde biologisch afbreekbare plastics verergeren in de praktijk zelfs het probleem van microplastics. De hype rond nieuwe soorten plastics wekt de foute indruk dat we plastic verpakkingen kunnen blijven produceren, zonder bijkomende gevolgen voor het milieu.’

‘De verpakking – en voedingssector zijn totaal niet bezig met de gevolgen van hun producten voor het milieu. Hun doel is om zoveel mogelijk plastic aan de man te brengen, zonder dat ze enige verantwoordelijkheid opnemen in de bestrijding van zwerfvuil. Het is hoog tijd dat hier verandering in komt.’

Bo Eide (CC BY-NC-ND 2.0)

Bo Eide (CC BY-NC-ND 2.0)​

Statiegeld als oplossing voor zwerfvuil?

‘Omdat de federale overheid noch de verpakkingsindustrie het probleem ten gronde willen aanpakken, moet de oplossing van lokale besturen komen’, vervolgt De Rooms.

Er beweegt dan ook al heel wat. Zo is er de Green Star, een project dat werd gelanceerd door de stadsbesturen van Antwerpen en Gent, het IMOG (Intergemeentelijke maatschappij voor openbare gezondheid) en Limburg.net. Met het project moet de aanpak van Fost Plus, de vzw die momenteel instaat voor het beheer van verpakkingsafval, tegen het licht worden gehouden en waar nodig aangepast. Het project is ondertussen ook opgenomen in Interafval, het samenwerkingsverband opgericht door de Vlaamse Vereniging van Steden Gemeenten.

Momenteel wordt het inzamelen en recycleren van huishoudelijke verpakkingen in België uitgevoerd door de vzw Fost Plus. Alle bedrijven die in ons land verpakte huishoudelijke producten op de markt brengen, sluiten zich aan bij Fost Plus en betalen jaarlijks een bijdrage op basis van het aantal en types verpakkingen die ze de wereld insturen. Volgens De Rooms is Fost Plus er enkel op gericht om op een zo goedkoop mogelijke wijze de wettelijke doelstellingen te halen, zonder in te zetten op een betere circulaire economie. De Rooms verwijt Fost Plus ook dat het de bevolking misleidt met het huidige, contraproductieve recyclagebeleid en niet inzet op echte duurzame productontwikkeling. Fost Plus benadrukt echter dat de Belgische aanpak is uitgegroeid tot het meest doeltreffende recyclagesysteem voor huishoudelijk afval in Europa en stelt dat het wel degelijk bedrijven probeert bij te staan in het ontwerpen van ecologische verpakkingen.

Later dit jaar zal Antwerpen ook starten met een eigen zwerfvuilproject, waarvoor het subsidies heeft aangevraagd bij het OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij). Het project draagt de naam ‘Laat je niet flessen’ en zal bestaan uit een statiegeldsysteem toegepast op drankverpakkingen. Inwoners van Antwerpen zullen per teruggebracht blikje of flesje 5 eurocent krijgen. Het is de bedoeling om het ingezameld afval opnieuw tot plastics te verwerken.

‘Op dit moment richten we ons vooral op sport – en cultuurverenigingen en zullen we ons beperken tot drankverpakkingen. Hoewel zwerfafval uiteraard niet beperkt blijft tot drankverpakkingen, zal het statiegeldsysteem in Antwerpen zich hier in een eerste fase op focussen. Volgens ons is het een overzichtelijke en goede eerste stap die meteen veel consumenten aan boord zal krijgen. Het is de bedoeling om drankverpakkingen als hefboom te gebruiken en het systeem op termijn uit te breiden,’ verduidelijkt De Rooms.

Het idee is natuurlijk dat wanneer afval waarde krijgt, mensen minder geneigd zullen zijn om hun verpakkingen weg te smijten. Belangrijker nog dan een mentaliteit – en gedragswijziging bij consumenten is het feit dat een statiegeldsysteem verpakkingsproducenten moet verplichten milieuvriendelijker te werk te gaan.

‘De verpakkingsindustrie zal enkel meer inzetten op recyclage en het terugdringen van plastic afval als ze hiertoe verplicht worden. Zolang bedrijven er van afkomen met een bijdrage aan Fost Plus, zal het probleem niet opgelost geraken,’ aldus De Rooms.

‘De vervuiling van ons milieu door plastics en de impact hiervan op onze gezondheid zijn minder gemakkelijk berekenbaar maar daarom niet minder reëel en verdwijnen niet door ze te negeren, wel integendeel.’

Op verschillende plaatsen in Europa wordt al statiegeld geheven op plastic verpakkingsafval. Ook in België is de discussie over de invoering van het systeem al langer gaande. Een van de meest gehoorde argumenten tegen het statiegeld is dat aan het systeem een hoge kostprijs verbonden is. De Rooms is het hier echter niet mee eens. ‘Mensen die dit argument gebruiken, maken de klassieke fout om externe kosten niet in rekening te brengen. De vervuiling van ons milieu door plastics en de impact hiervan op onze gezondheid zijn minder gemakkelijk berekenbaar maar daarom niet minder reëel en verdwijnen niet door ze te negeren, wel integendeel.’

‘Bovendien kost het opruimen van al het zwerfvuil ons nu ook al handenvol geld. In Antwerpen bestaat het zwerfafval voor 90 procent uit verpakkingen en voor meer dan de helft uit blikjes en flesjes. Voor het opkuisen daarvan betaalt het stadsbestuur elk jaar nog eens 25 miljoen euro. Wat hebben we aan een goedkoper systeem als het probleem niet wordt opgelost? Wat betreft de algemene recyclagecijfers, waarbij ook glas en karton zijn inbegrepen, mag Vlaanderen dan wel goed scoren, maar als het over drankverpakkingen gaat, hinken we hopeloos achterop.’

Laura Van Nieuwenborgh (CC BY 2.0)

Laura Van Nieuwenborgh (CC BY 2.0)​

Wat zegt Fost Plus over de invoering van statiegeld op verpakkingen?

‘Er zijn een aantal redenen waarom wij het idee van statiegeld op eenmalige drankverpakkingen niet verstandig vinden,’ aldus Fatima Boudjaoui, persverantwoordelijke van Fost Plus. ‘Ten eerste zal statiegeld op enkel drankverpakkingen het zwerfvuilprobleem niet oplossen. Flesjes en blikjes vormen maar een fractie van al het zwerfvuil. Naast het statiegeldsysteem zullen dus nog steeds openbare opkuisdiensten moeten worden ingezet.’

Het huidige inzamelsysteem met de blauwe PMD-zak zal ondermijnd worden.

‘Voorts is statiegeld een onpraktisch systeem. Verpakkingen zullen immers onbeschadigd en intact moeten worden teruggebracht naar het verkooppunt. Ook zal de efficiënte huis-aan-huisinzameling vervangen worden door wachtrijen aan de terugnamemachines. Bovendien zal het huidige inzamelsysteem met de blauwe PMD-zak ondermijnd worden. Doorgaans bestaat meer dan de helft van de inhoud van PMD-zakken immers uit drankverpakkingen. Mensen die al jaren correct sorteren zullen door dit systeem onterecht gestraft worden en aan comfort inboeten. We vrezen dan ook dat deze mensen gedemotiveerd zullen geraken en niet langer de nodige moeite zullen doen om te sorteren.’

Boudjaoui verwijst ook naar het prijskaartje van het statiegeldsysteem. ‘Bij de invoering van statiegeld zou de totale kostprijs die bedrijven betalen voor inzameling en recyclage tussen de 180 en 230 miljoen euro komen te liggen. Dit komt neer op een verdrievoudiging van het huidige bedrag. De extra kosten zouden onder meer voortkomen uit het plaatsen van machines, bijkomende administratie en personeel en aanpassingen aan de verpakkingen. Producenten zullen die kost doorrekenen naar consumenten waardoor de prijzen zullen stijgen.’

‘Dit betekent voor alle duidelijkheid niet dat we ontkennen dat er iets moet gebeuren op vlak van zwerfvuil, maar we geloven niet dat statiegeld de juiste oplossing is. Geen enkel land waar momenteel een statiegeldsysteem bestaat, kan betere recyclagecijfers voorleggen.’

‘De oplossing ligt in een echte maatschappelijke beweging rond publieke netheid. Daarom heeft het verpakkend bedrijfsleven, samen met de Vlaamse overheid en de lokale besturen, vorig jaar een integraal actieplan gelanceerd. Met dat plan willen de drie partners, onder de naam Mooimakers, zich extra engageren om zwerfvuil te bestrijden. Concrete maatregelen zijn onder meer extra controles, een beloningssysteem voor verenigingen en scholen, opruimacties van bedrijven en een intensievere begeleiding van het lokaal afvalbeheer.’