Ethiopiërs leren ontmijningsvak in Sri Lanka

Nieuws

Ethiopiërs leren ontmijningsvak in Sri Lanka

Feizal Samath

26 juli 2004

In het noorden en het oosten van Sri Lanka kan de opruiming van mijnenvelden uit de burgeroorlog rekenen op de belangstelling van Ethiopische waarnemers. Vooral inzake de voorlichting van de bevolking en de samenwerking tussen overheid, private actoren en ngo’s valt er in Sri Lanka heel wat te leren, zo melden de Ethiopiërs.

De mijnvelden zijn in beide landen een erfenis van een recent bijgelegde oorlog. In Sri Lanka coördineert een regeringsorganisatie, het National Steering Committee for Mine Action (NSCMA) de werkzaamheden. Van de 1,5 onontplofte springtuigen zijn er al 200.000 onschadelijk gemaakt. Wanneer alles volgens plan verloopt, zijn de mijnen tegen 2006 verdwenen.

Zowel in Sri Lanka als tussen Ethiopië is de politieke toestand nog niet helemaal stabiel. Onder Noorse bemiddeling kwam er in 2002 een einde aan een twintig jaar oud conflict dat aan 64.000 mensen het leven kostte. De gesprekken tussen de regering in Colombo en de Tamil-rebellen in het noorden zijn intussen in het slop geraakt. Twistpunt is de toekenning van tijdelijke soevereiniteit aan de Tamilgebieden in het noorden en het oosten.

De secessieoorlog van Eritrea tegen Ethiopië was korter, maar heviger. Tussen 1998 en 1999 vielen ongeveer 100.000 doden. Een VN-macht van 4000 soldaten houdt toezicht op een zwaar ondermijnde gedemilitariseerd zone tussen de twee landen. Uit Ethiopisch onderzoek blijkt dat de mijnen in de voorbij twee jaar 16000 mensen hebben verminkt en op langere termijn twee miljoen mensen bedreigen.

“We leren in Sri Lanka veel over programma’s om mensen bewust te maken van het gevaar”, zo zegt Teklowold Mengesha van het Ethiopian Mine Action Office. De bewustmakingsprogramma’s in Sri Lanka zijn het werk van ngo’s. Het gaat onder meer om huisbezoeken en instructieve toneelstukjes die op straat worden opgevoerd.

“Een ander goed punt is de samenwerking tussen militairen en burgers”, zo gaat Mengesha verder. Ngo’s leveren 2000 ontmijners die ze ter plaatse hebben gerecruteerd en opgeleid. Het leger stelt permanent 300 soldaten ter beschikking en ook de Tamil-tijgers zetten in de door hun gecontroleerde gebieden 600 mensen aan het werk. Het NSCMA-programma van de Srilankaanse overheid streeft ernaar de administratieve rompslomp voor ngo’s tot een minimum te beperken.

Vorige week drong het Landmine Ban Advocacy Forum, een coalitie van humanitaire organisaties waaronder UNICEF, er bij de Srilankaanse regering en bij de Tamil-rebellen opnieuw op aan de landmijnconventie van Ottawa te ondertekenen. Het wederzijdse wantrouwen blijkt daarvoor voorlopig nog te groot. De Nederlandse ambassadeur in Sri Lanka, Susan Blankhart, suggereerde dat de internationale geldschieters voor de ontmijning de regering onder druk kunnen zetten.

Feizal Samath

Xml=7

Ref: ap af ip he