Falafeloorlog tussen Israël en Libanon

Nieuws

Falafeloorlog tussen Israël en Libanon

Daan Bauwens

16 oktober 2008

Een nieuwe oorlog is uitgebroken tussen Libanon en Israël. Deze keer gaat het niet om hezbollah of territorium maar staan gerechten als falafel en hummus op het spel. Libanon maakt zich op voor een internationale rechtzaak tegen Israël omwille van het 'leegroven' van de Libanese keuken. De marketing van de gerechten door Israëli's zou de Libanese economie jaarlijks miljoenen dollar schade berokkenen.

De voorzitter van de Associatie van Libanese Industriëlen (ALI) Fadi Abboud bereidt momenteel een rechtzaak voor tegen de staat Israël wegens het overtreden van een voedselhandelsmerk. “De Joodse staat probeert beslag te leggen op het eigendomsrecht van traditionele Libanese delicatessen zoals falafel, taboulleh en hummus”, zegt Abboud.
Abboud ondernam actie na klachten van de Libanese landbouwindustrie. Volgens de Libanese voedselproducenten worden de recepten van steeds meer traditioneel Libanese gerechten door Israëlische bedrijven gekopiëerd en internationaal verspreid. In Groot-Brittannië is de grote meerderheid van alle hummus-, taboulleh- of falafelartikelen in de grote supermarktketens Sainsbury’s en Tesco van Israëlische origine.
“Israëli’s verhandelen onze Libanese gerechten als Israëlische etenswaar”, klaagt Abboud “bovendien vinden ze gemakkelijker toegang tot de Europese en Amerikaanse markten. Dat berokkent zware schade aan onze industrie.” Momenteel registreert een task force onder leiding van Abboud alle traditionele Libanese gerechten en ingrediënten. Het resultaat zal gerapporteerd worden aan de Libanese overheid die er een internationale rechtzaak van gaat maken.

Het fetakaas-precedent

Het initiatief wordt in Israël op ongeloof onthaald. Erez Komrovski is chef in een restaurant op de Israëlisch-Libanese grens. “Het is het meest belachelijke nieuws dat ik in jaren heb gehoord”, zegt hij schaterlachend, “een land kan geen handelsmerk op gerechten heffen. Gerechten en recepten gehoorzamen niet aan landsgrenzen.”
“Uiteraard gaat het om recepten die over de hele Levant gekend zijn”, reageert Abboud, “maar er zijn uitzonderingen: de alcoholische drank Arak is met zekerheid Libanees. We twijfelen nog over hummus en falafel. Maar één ding staat vast: het is niet Israëlisch. Israël bestaat nog maar zestig jaar, deze gerechten bestonden al lang voor het ontstaan van de staat. En als de Israëli’s werkelijk overtuigd zijn dat Jezus Christus hummus at, dan moeten ze dat maar komen bewijzen voor de rechtbank. Ik daag ze uit”, dreigt Abboud.
Griekenland slaagde er drie jaar geleden in de internationale gemeenschap te overtuigen dat echte fetakaas enkel in Griekenland kan gemaakt worden. Athene won de zaak voor het Europese hof van Justitie in Luxemburg, wat het definitieve einde betekende voor de Yorkshire feta. Libanon kan volgens Abboud “verwijzen naar het Griekse precedent omdat de getroffen gerechten op historische gronden gekend zijn als Libanees.” Abboud is eveneens van plan zijn zaak te bepleiten voor het Europees hof.
Wat zal gebeuren met de Israëlische hummus als Libanon de zaak wint? Abboud: “Uiteraard mogen de Israëli’s hun hummus blijven maken, maar die zullen ze dan ‘kikkererwtcurry’ moeten noemen.”

Joodse vrouw in Al Aqsa

Schmoelig is de uitbater van een kleine falafeltent in Ramat Gan, een voorstad van Tel Aviv. Zijn falafels en hummus genieten legendarische faam in Israël: “Ik zou nooit durven beweren dat hummus Israëlisch is. Het is Egyptisch. En falafel komt uit Syrië. Maar wij steken ze samen in één pitabroodje.” Hij fronst: “Ze zijn steeds op zoek naar redenen om achter ons aan te gaan. Die redenen zoeken ze overal, nu ook al in hummus.”
“Wij zijn een combinatie van zoveel verschillende culturen”, zegt culinair journaliste Sherry Annsky uit Tel Aviv, “in Israël koken we Iraaks, Iraans, Russisch, Pools, Frans en Brits. We hebben eeuwenlang tussen andere culturen geleefd en we hebben veel geleerd uit die mix. Dat is de sterkte van de Israëlische keuken.”
“Oorlog om eten is niet mogelijk”, voegt ze toe, “het is juist tegenovergesteld: de keuken is de enige menselijke taal waar geen oorlog in zit.” Annsky organiseert momenteel een tentoonstelling over de geschiedenis van recepten uit Jeruzalem: “Tijdens de research zijn we een recept van één van Suleiman De Grotes vrouwen op het spoor gekomen. Ze maakte het klaar in een grote pot die nu in de Al Aqsamoskee op de Tempelberg staat. Normaal gezien mogen niet-moslims en zeker Joden, laat staan Joodse vrouwen niet binnen. Voor onze tentoonstelling werd een uitzondering gemaakt, we werden toegelaten. Geen voorbeeld kan overtuigender aantonen dat in de keuken geen oorlog schuilt.”