Georganiseerde misdaad infiltreert in scholen in Kirgizië

Nieuws

Georganiseerde misdaad infiltreert in scholen in Kirgizië

Yong Lee Van de Casteele

22 maart 2011

Afpersing en pestgedrag teisteren scholen doorheen het Centraal-Aziatische land. Jongeren worden gerecruteerd door de georganiseerde misdaad en troggelen hun medescholieren geld af. De som die ze binnenhalen verdwijnt voor een groot stuk in de zakken van de gangsters.

Het fenomeen is in de voormalige Sovjetrepubliek bekend onder de naam “dedovsjtsjina”. Deze term komt overgewaaid uit het Rode Leger, en betekent letterlijk “het bewind van de grootvaders.” Net als in het leger worden de jongeren hard aangepakt door de ouderen. Het stigma dat ervoor zorgde dat er niet over afpersing op school gepraat werd, verwijnt nu de nationale overheid op het punt staat de oorlog te verklaren aan de bendes.

Nultolerantie

De publieke opinie wil dat de beleidsvoerders hard optreden tegen de bendes die scholen terroriseren. Er zijn al meerdere gevallen bekend van jongeren die de afpersing niet meer aankonden en zelfmoord pleegden. Op lokaal en nationaal niveau worden er maatregelen getroffen om het fenomeen een halt toe te roepen.

In Bisjkek, de hoofdstad van het Kirgizië, krijgt de schoolgaande jeugd een educatieve film te zien omtrent afpersing op school. Daarnaast is het Ministerie van Onderwijs bezig een wet op te stellen die ouders moet dwingen hun verantwoordelijkheden op te nemen. De centrale vraag in het debat is of ouders van kinderen die continue in jeugdcriminaliteit betrokken zijn, beboet mogen worden.

Opvoeding ontbreekt

Er zijn al meerdere gevallen bekend van jongeren die de afpersing niet meer aankonden en zelfmoord pleegden.

Volgens Tayanych Rakhmatov van het Rehabilitatiecentrum voor Jongeren van de provincie Batken is arbeidsmigratie een belangrijke factor waarom veel jongeren het foute pad opgaan. ‘Ongeveer 80 procent van de ouders in de provincie Batken vertrok naar Rusland of Kazachstan. Hun kroost bleef achter bij de grootouders, maar die zijn te oud om hun kleinkinderen een goede begeleiding te geven. Hierdoor komt de opvoeding van de jongeren bij leerkrachten en schoolinspecteurs terecht.’

Maar ook de leerkrachten liggen onder vuur. Doordat ze moeten rondkomen met een salaris van minder dan vijftig euro, creëren veel leerkrachten ‘sociale fondsen’. Maandelijks moeten de leerlingen een bepaald bedrag afstaan aan hun leerkracht. Dit is ook een vorm van afpersing, want in de wet staat dat leerlingen het recht hebben op gratis onderwijs. De jongeren zien dit, en verstaan dat afpersing deel uitmaakt van het dagelijks leven op school.