EU-lidstaten laten zich sponsoren door bedrijven. ‘Hoe kan dat?’

Nieuws

‘Europees voorzitterschap moet neutraal zijn’

EU-lidstaten laten zich sponsoren door bedrijven. ‘Hoe kan dat?’

EU-lidstaten laten zich sponsoren door bedrijven. ‘Hoe kan dat?’
EU-lidstaten laten zich sponsoren door bedrijven. ‘Hoe kan dat?’

Pieter Dernau

12 maart 2021

Lidstaten die de Raad van de EU voorzitten worden haast altijd gesponsord door bedrijven. Die praktijk werd al meermaals aangeklaagd vanwege een gebrek aan transparantie en risico’s op belangenvermenging. Toch blijven duidelijke richtlijnen vanuit de EU uit.

CC0

CC0

Bedrijven als Coca-Cola of BMW sponsoren al jaren het EU-voorzitterschap. Ngo’s klaagden de praktijk aan uit vrees voor belangenvermenging en wegens een gebrek aan transparantie. Maar lidstaten raken het niet eens over duidelijke regels en richtlijnen. ‘Voor een dergelijke sponsoring is helemaal geen plaats.’

Non-profitorganisaties Corporate Europe Observatory (CEO), foodwatch en Climáximo lanceerden op 3 maart een online petitie. Met die campagne willen ze laten verbieden dat bedrijven het voorzitterschap van de Raad sponsoren. De organisaties richten zich hoofdzakelijk tot Portugal, dat op dit moment de Raad voorzit.

‘Vervuilende energiebedrijven, junkfoodfabrikanten, technologiereuzen en luxeautomerken sponsoren al jaren het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Deze dubieuze praktijk gaat nog altijd door. Voor een dergelijke sponsoring is helemaal geen plaats’, zegt Vicky Cann van CEO in de aankondiging van de campagne.

Ondoorzichtige sponsoring

De Raad van de EU is een orgaan waarin ministers van de lidstaten zetelen. Elk halfjaar zit een ander land de Raad voor. Dat voorzitterschap wordt al enige tijd gesponsord door private bedrijven. Die sponsoring dient om allerhande activiteiten te financieren die met het voorzitterschap gepaard gaan, bijvoorbeeld vergaderingen.

‘Vervuilende energiebedrijven, junkfoodfabrikanten, technologiereuzen en luxeautomerken sponsoren al jaren het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.’

Voedselwaakhond foodwatch stelt dat die sponsoring louter financieel kan zijn, maar dat bedrijven ook producten schenken. De sponsoring verloopt bijzonder ondoorzichtig, zegt foodwatch Nederland-directeur Nicole van Gemert. ‘Het zijn geen transparante deals. We kennen het totale kostenplaatje niet.’

Dat bevestigt ook Vicky Cann van CEO: ‘Het klopt dat er zelden over concrete cijfers wordt gecommuniceerd. In 2020 deelde Kroatië specifieke sommen geld mee. Dat had ik nog nooit eerder gezien.’ In 2013 communiceerde Ierland wel over de omvang van sponsordeals. Toen ging het om zo’n 1,4 miljoen euro.

Bij het Portugese voorzitterschap treden drie bedrijven op als sponsors. Het gaat om koffieproducent Delta Cafés, frisdrankproducent Sumol + Compal en papierfabrikant The Navigator Company. Concrete bedragen worden niet vermeld.

Printscreen website Portugees voorzitterschap

Printscreen website Portugees voorzitterschap

Ook over de sponsordeals van voorbije voorzitterschappen is maar weinig bekend, behalve met welke bedrijven de landen samenwerkten. Zo werd Oostenrijk in 2018 gesponsord door Porsche, Audi en DHL. Datzelfde jaar had Bulgarije niet minder dan vijftig sponsors, waaronder Microsoft, Renault en BMW. In de eerste helft van 2020 ontving Kroatië dan weer sponsoring van onder andere Citroën en Peugeot.

De specifieke sommen geld waar Cann naar verwijst waren afkomstig van bedrijven die rechtstreekse financiële steun verleenden. Andere bedrijven leverden producten, maar daarvan werd geen overzicht vrijgegeven.

Hoelang de gewoonte al bestaat is niet helemaal duidelijk. ‘Maar in 2005 was er al eens een oordeel van de EU-ombudsman’, zegt Cann. ‘Toen ging het om de sponsoring van het Ierse voorzitterschap in 2004. Het gaat dus al een hele tijd terug.’

Misbruik door sponsordeals?

Ondanks het oordeel uit 2005 bleef de praktijk daarna grotendeels onder de radar. Tot de Duitse journalist Stefan Leifert in januari 2019 tweette: ‘Het Roemeense voorzitterschap van de Raad van de EU, u aangeboden door Coca-Cola.’

Die rumänische EU-Ratspräsidentschaft wird Ihnen präsentiert von: pic.twitter.com/oydgB7aO1O

— Stefan Leifert (@StefanLeifert) January 31, 2019

‘Het Roemeense voorzitterschap van de Raad van de EU, u aangeboden door Coca-Cola.’

Een maand later stuurde foodwatch een open brief naar de Roemeense premier en Donald Tusk, de toenmalige voorzitter van de Europese Raad. Daarin klaagde de ngo de sponsoring aan. Foodwatch wees erop dat ‘Coca-Cola prominent aanwezig is in het Roemeense voorzitterschap’.

In zijn brief suggereerde foodwatch ook dat bedrijven misbruik zouden kunnen maken van dergelijke sponsordeals, om wetgeving te beïnvloeden bijvoorbeeld. Zo stond begin 2019 gezond voedsel op de Europese agenda, op het moment dat Coca-Cola het Roemeense voorzitterschap sponsorde.

Maar als er sprake is van beïnvloeding, gaat het wellicht niet om concrete ‘louche deals’ tussen bedrijven en politici. Dat stelt Hendrik Vos, hoogleraar Europese politiek (UGent): ‘Expliciet aan beleidsbeïnvloeding proberen te doen via een sponsorcontract is niet zo eenvoudig. De kans is bovendien groot dat zo’n corruptie aan het licht komt. Dan kom je als bedrijf natuurlijk vooral negatief in de pers.’

Lobbyisten gaan veel subtieler te werk, zegt ook Peter Teffer. De Nederlandse journalist volgt corruptie in de EU op de voet en vertelde MO* in een eerder interview dat lobbyisten politici niet zomaar omkopen. Wel hebben bedrijfslobbyisten veel meer toegang tot beleidsmakers dan lobbyisten uit het middenveld, zegt Teffer. Op die manier ontstaat er een vorm van ‘bubbeldenken’, waarbij politieke leiders enkel nog de visie van het bedrijfsleven te horen krijgen.

Ook bij het voorzitterschap van de Raad speelt die dynamiek volgens Teffer. Zo gaf hij eerder aan MO* het voorbeeld van een conferentie over kernenergie die in 2019 werd georganiseerd door voorzitter Roemenië. ‘Er werd een eenzijdig beeld geschetst: dat de angsten van burgers voor kernenergie moeten worden overwonnen. En dat de nood aan kernenergie wetenschappelijk vaststaat. Ik stelde de vraag: zelfs als dat zo is, en je wil angsten wegnemen, dan moet je er toch over in debat gaan met tegenstanders? En dan moet je ze wel uitnodigen. Die opmerking kwam duidelijk niet aan.’

‘Middenveldorganisaties hebben niet in dezelfde mate toegang tot beleidsmakers.’

Vicky Cann van CEO treedt Teffer bij: ‘Het klopt dat middenveldorganisaties niet in dezelfde mate toegang hebben tot beleidsmakers. Ze hebben ook minder middelen. Het is niet zo dat ze over geen enkele invloed beschikken, maar ze zijn zeker in het nadeel.’

Nicole van Gemert van foodwatch gelooft ook dat er meer aan de hand is: ‘We weten dat bedrijven veel invloed uitoefenen op de EU. Als sponsoring echt zo goedbedoeld is en de bedrijven geen macht hebben, waarom zijn de lidstaten dan zo terughoudend om ervan af te stappen?’

Als reactie op de open brief uit 2019 liet de Raad weten dat de sponsoring de verantwoordelijkheid is van de lidstaten, zo staat te lezen op de website van foodwatch. Vergaderingen in Brussel zelf worden immers gefinancierd door de EU zelf. Sponsoring komt er enkel aan te pas als het voorzittende land daarnaast nog extra activiteiten organiseert.

‘Voorzitterschap moet neutraal zijn’

Foodwatch nam geen genoegen met dat antwoord en stapte in juni 2019 naar de Europese ombudsvrouw Emily O’Reilly. In januari 2020 was haar oordeel klaar. O’Reilly gaf foodwatch op verschillende punten gelijk. Zo was ze van mening dat ‘het voorzitterschap deel uitmaakt van de Raad. Het moet dus neutraal en onpartijdig te werk gaan, zowel in Brussel als daarbuiten’.

‘Commerciële sponsoring kan door de bevolking gezien worden als een gelegenheid voor bedrijven om het beleid van de EU te beïnvloeden.’

Private sponsoring van het voorzitterschap brengt vooral de geloofwaardigheid van de Raad en de EU in het gevaar, vond de ombudsvrouw: ‘Het risico bestaat dat commerciële sponsoring door de bevolking gezien wordt als een gelegenheid voor bedrijven om het beleid van de EU te beïnvloeden.’

O’Reilly vroeg ook aan de Raad om richtlijnen op te stellen over hoe lidstaten met sponsoring moeten omgaan. De ombudsvrouw meende dat reputatieschade op die manier kan worden vermeden.

Maar volgens professor EU-recht Peter Van Elsuwege (UGent) zullen dergelijke richtlijnen niet bindend zijn. ‘Het gaat eerder om een soort gedragscode. Lidstaten verbinden zich er dan toe om die te respecteren wanneer ze het voorzitterschap van de Raad waarnemen.’

De EU heeft dus weinig mogelijkheden om harde regels af te dwingen over sponsoring van het voorzitterschap. Toch sprak het Europees Parlement zich in 2019 in een niet-bindende resolutie uit over de praktijk. Net zoals de ombudsvrouw meenden de parlementsleden dat sponsoring de reputatie van de EU kan schaden. Ze vroegen om duidelijke regels.

Gedragscode laat op zich wachten

In mei vorig jaar reageerde de Raad door in een brief aan te kondigen dat hij een gedragscode zou opstellen. Dat berichtte het gespecialiseerde tijdschrift EUobserver. Dat de kwestie erg gevoelig ligt, bleek toen zelfs de goedkeuring van de brief moeizaam verliep. Spanje, Frankrijk en Tsjechië lagen dwars. Die laatste twee landen zullen in 2022 de Raad voorzitten.

In de zomer van 2020 publiceerde de Raad dan toch een voorstel voor een niet-bindende gedragscode. De tekst benadrukt dat sponsoring de verantwoordelijkheid van het voorzittende land blijft.

Wel zouden lidstaten ‘alle echte of vermeende belangenvermenging moeten vermijden, net als elke mogelijke schade aan de reputatie van de Raad of de EU’. Ook zouden sponsors het logo en de naam van de Raad niet mogen gebruiken in hun eigen activiteiten.

Volgens CEO slaagden de lidstaten er het afgelopen half jaar niet in om het eens te worden over die niet-bindende regels. Het bleef tot nu toe dus bij een voorstel.

Even leek er verandering in zicht. Toen Duitsland in juli vorig jaar voorzitter van de Raad werd, kondigde het land aan dat het niet met een sponsor in zee zou gaan. Zo wilde Duitsland garanderen dat het voorzitterschap niet onderhevig zou zijn aan invloed van buitenaf, legde de Duitse overheid toen uit.

Portugese sponsors verantwoordelijk voor onteigeningen en branden

Maar de Duitse beslissing maakte geen einde aan bedrijfssponsoring van het voorzitterschap. Want opvolger Portugal werkt wel samen met sponsors tijdens zijn voorzitterschap van de Raad, dat nog loopt tot en met juni.

‘Hoe kan het dat onze regeringen deals sluiten met bedrijven waarvan de producten rechtstreeks ingaan tegen het beleid?’

Volgens CEO, foodwatch en Climáximo wordt het Portugese voorzitterschap gesponsord door enkele controversiële bedrijven. ‘Hoe kan het dat onze regeringen deals sluiten met bedrijven waarvan de producten rechtstreeks ingaan tegen het beleid?’, vragen de ngo’s zich af.

Daarmee verwijzen de organisaties onder meer naar Sumol + Compal, een frisdrankfabrikant die het voorzitterschap sponsort, net als Coca-Cola in 2019. ‘De Europese Green Deal, de ‘Van Boer tot Bord’-strategie en het Europese kankerbestrijdingsplan erkennen allemaal dat wat we consumeren directe effecten heeft op onze gezondheid en het milieu. Toch promoten onze beleidsmakers actief fabrikanten van gesuikerde frisdrank,’ merken ze op.

Ook sponsor The Navigator Company is niet onbesproken. Het bedrijf bouwt een controversiële pulpfabriek in Mozambique die het ecosysteem zou beschadigen. Om plaats te maken voor de fabriek en de bijbehorende plantages wordt de lokale bevolking vaak onteigend, soms zonder compensatie. Dat staat te lezen in een rapport van onder andere The Environmental Paper Network, een wereldwijd netwerk van ngo’s.

Volgens Global Forest Coalition, ook een verbond van ngo’s, zou The Navigator Company in Portugal zelf verantwoordelijk zijn voor een monocultuur van eucalyptus, waar grote bosbranden mee gepaard zouden gaan. Foodwatch, CEO en Climáximo hopen dus dat Portugal actie zal ondernemen om de sponsoring van het voorzitterschap te beëindigen.

De pandemie doet zelfs de vraag rijzen of het voorzitterschap op dit moment überhaupt nog wel extra financiering nodig heeft, zegt van Gemert: ‘Waarom kopen de lidstaten niet gewoon de drankjes die ze nodig hebben voor hun vergaderingen? Die vraag is nog flagranter in een tijd waarin vergaderingen niet eens in persoon kunnen plaatsvinden.’