Hoe onze honger naar soja Braziliaanse boeren van hun velden jaagt

Nieuws

Hoe onze honger naar soja Braziliaanse boeren van hun velden jaagt

Hoe onze honger naar soja Braziliaanse boeren van hun velden jaagt
Hoe onze honger naar soja Braziliaanse boeren van hun velden jaagt

IPS

07 december 2015

De oprukkende sojavelden in het Braziliaanse Amazonegebied hebben duizenden boeren van hun grond verdreven. Grote producenten palmden hun grond in. Braziliaanse soja gaat onder meer naar Europa en China.

In het westen van de deelstaat Pará, midden in het Amazonegebied, draait de export van soja op volle toeren. Rond havenstad Santarém, waar de Tapajós in de Amazone uitmondt, zie je bijna niets dan velden, alleen hier en daar nog wat bossen.

Tractoren en machines van de laatste generatie – een enorm contrast met het rudimentaire gereedschap van de boeren in de buurt – zijn volop de velden aan het omploegen zodat in januari soja kan worden gezaaid.

Ontbossing

José de Souza, een boer die 9 hectare heeft in Belterra, zucht. ‘Soja komt de grote producent ten goede, maar de kleine boer heeft niets dan nadelen. Door de ontbossing krijg je droogte, vroeger had je hier een aangename temperatuur, maar nu is het hier bijzonder warm, het is niet om uit te houden.’ Zijn bananenplantage heeft de warmte niet overleefd. Gelaten geeft hij zijn schaarse kolen en uien water.

Zoals zoveel andere boeren is hij omsingeld door de oprukkende sojavelden van Santarém en de buurgemeenten Belterra en Mojuí dos Campos.

Volgens het stadsbestuur van Santarém is van de 740.000 hectare van de landbouwgrond al 60.000 door soja ingenomen. Een onderschatting, zegt Raimunda Nogueira, rector van de Federale Universiteit van West-Pará. ‘Bij ongeveer 112.000 tot 120.000 hectare is het grondgebruik veranderd. Dat zijn sojaplantages geworden.’

Chemische producten

Met de soja kwam het sproeien. ‘De sojavelden brengen veel ziektes mee’, zegt De Souza. ‘Door het gif waarmee ze die bestrijden komen de ziektes naar onze kleine plantages.’

De chemische producten zijn schadelijk voor de grond, de gewassen en de dieren, zeggen boeren in deze streek. ‘De gewassen sterven, en doordat de grond onvruchtbaar is geworden moet men verkopen’, zegt Jefferson Correa van de organisatie Fase Amazonia.

Precieze cijfers bestaan niet maar de indruk leeft sterk dat het aantal huid- en luchtwegaandoeningen bij de lokale bevolking is toegenomen.

Weggetrokken

Door deze situatie is al 65 procent van de boeren in Belterra weggetrokken, zegt Selma da Costa van de Vakbond van Landarbeiders van Belterra; Belterra telt 16.500 inwoners. ‘Uiteindelijk vertrekken ze, want wie kan die stank van de pesticiden verdragen? Niemand. De mensen worden ziek. Vaak voelen zwangere vrouwen zich slecht zonder te weten waarom.’

‘Ze hebben hun grond zo goed als gratis aan de grote producenten gegeven.’

‘Ze hebben hun grond verkocht omdat ze geen andere uitweg meer zagen. Ze hebben hun grond cadeau gedaan, zeggen we altijd: ze hebben hem zo goed als gratis aan de grote producenten gegeven, in de hoop dat het hen beter zou gaan, dat ze een mooi huisje in Santarém zouden kunnen bouwen. Maar ze kunnen daar het hoofd niet boven water houden omdat ze niets kunnen produceren.’

Rond het jaar 2000 was grond hier zeer goedkoop, zegt Correa. Sommigen hebben 100 hectare verkocht voor 1000 tot 2000 euro; nadien hebben ze daar spijt van gekregen. ‘Ze trokken naar de stad, gaven al het geld uit, maar zonder diploma of opleiding konden ze alleen maar terug naar het veld, waar ze nu werken in dienst van wie hun grond gekocht heeft.’

Prostitutie

Anderen overleven in de buitenwijken van Santarém als ambulante verkopers of in een andere informele baan.

‘De landbouwers hadden hun eigendom, hun eigen eten – bonen, rijst, bloem, vis, wild – en dat hadden ze niet langer toen ze naar de stad gingen’, zegt Claudionor Carvalho van de Federatie van Landarbeiders van Pará.

De prostitutie in de buitenwijken van de stad is toegenomen ‘omdat de gezinnen helemaal niet waren voorbereid op deze realiteit.’

Export

De opmars van de sojateelt begon vijftien jaar geleden met de bouw van een graanhaven in Santarém door de Amerikaanse multinational Cargill. Door de goede ligging aan de rivieren konden soja en andere granen van hieruit naar de Atlantische Oceaan.

Brazilië is de grootste soja-exporteur ter wereld.

Brazilië is de grootste soja-exporteur ter wereld. Het is ook de op een na grootste sojaproducent. Braziliaanse soja gaat onder meer naar Europa en China.

Mato Grosso, de deelstaat naast Pará, is de grootste sojaregio van Brazilië, maar de afstand naar de overbezette havens in het zuidoosten van het land, onder meer Santos in São Paulo, is ongeveer 2000 kilometer. De haven in Santarém moest die afstand halveren en zo ook de kosten verkleinen.

Honderden sojaproducenten gelokt

De silo’s kunnen er 120.000 opslaan, het dubbele van wat gepland was, en dat heeft honderden sojaproducenten uit andere delen van het land gelokt. Ineens wilde iedereen landbouwgrond in de omgeving van Santarém kopen, met grote prijsstijgingen als gevolg.

Een van de nieuwkomers was Luiz Machado, die met zijn gezin uit Mato Grosso hiernaartoe kwam. ‘We hadden 90 hectare maar hebben die verkocht om hier een grotere eigendom te kopen aangezien de grond goedkoper was. Bovendien zouden we dichter bij de haven zitten, waardoor ook de prijs voor ons product zou verbeteren.’

Ontbossing

Machado zegt dat de koop legaal was en dat hij het resterende bos rond zijn terrein intact heeft gelaten. Maar veel anderen kochten illegaal en vernielden grote stukken bos, zegt Cándido Cunha van het Nationaal Instituut voor Landbouwhervorming.

In 2006 werd een sojamoratorium van kracht: verenigingen van producenten, die vaak aan Cargill gelieerd waren, verbonden zich ertoe geen soja uit ontbost gebied meer te commercialiseren.

De ontbossing verminderde tijdelijk, maar nadien nam ze weer toe omdat de landbouwers die hun grond hadden verkocht naar nieuw, ongerept terrein trokken.  Daarbij werden veel documenten vervalst, zegt Cunha.

Economie gemoderniseerd

Van de 2,5 miljoen ton granen die jaarlijks uit Santarém vertrekt, is amper 6 procent van lokale oorsprong, de rest komt uit Mato Grosso. Maar het heeft de lokale economie wel gemoderniseerd, van een gezinslandbouw naar een meer ‘gemechaniseerde’ landbouw, zegt Nelio Aguiar, in het stadsbestuur van Santarém verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening.

‘We hebben nu een grotere landbouw, een gedollariseerde landbouw, elke oogst levert echt grote rijkdommen op.’

Maar terwijl de enen deze agro-industriële vooruitgang loven, vrezen anderen voor de lokale voedselzekerheid. In Santarém en omgeving wonen 370.000 mensen en die hangen voor 70 procent af van wat de gezinslandbouw produceert.