HRW: Leger Myanmar verkracht Rohingya-vrouwen

Nieuws

HRW: Leger Myanmar verkracht Rohingya-vrouwen

HRW: Leger Myanmar verkracht Rohingya-vrouwen
HRW: Leger Myanmar verkracht Rohingya-vrouwen

IPS

08 februari 2017

Het leger van Myanmar heeft zich tijdens operaties in de staat Rakhine schuldig gemaakt aan verkrachting en ander seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes van de Rohingya-minderheid. Dat zegt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in het rapport van 6 februari.

HRW wil dat er een onafhankelijk onderzoek komt naar het misbruik en de mogelijk systematische verkrachting van de Rohingya-vrouwen en meisjes. Het geweld trof tussen half oktober en half december minstens negen dorpen in het district Maungdaw. HRW sprak met achttien vrouwen en tien mannen.

Ruim de helft van de geïnterviewde vrouwen had met verkrachting of een andere vorm van seksueel geweld te maken gehad.

Zeventien van hen zeiden getuige te zijn geweest van seksueel geweld. Elf vrouwen zeiden zelf aangerand of verkracht te zijn.

Afgelopen week publiceerde ook het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten (OHCHR) van de Verenigde Naties een rapport over seksueel misbruik van Rohingya-vrouwen.

De VN stellen dat meer dan de helft van de 101 vrouwen waar onderzoekers mee spraken, met verkrachting of een andere vorm van seksueel geweld te maken hadden gehad.

Schoonveegoperaties

Na aanvallen van Rohingya-militanten op grensposten in oktober voerde het Myanmarese leger een aantal ‘schoonmaakoperaties’ in de noordelijke staat Rakhine. Het leger executeerde mannen, vrouwen en kinderen en vernielde eigendommen.

Het leger executeerde mannen, vrouwen en kinderen en vernielde eigendommen tijdens ‘schoonmaakoperaties’ in de noordelijke staat Rakhine.

Er werden minstens 1.500 huizen en andere gebouwen verwoest.

Meer dan 69.000 Rohingya’s vluchtten naar Bangladesh en nog eens 23.000 zijn ontheemd in het district Maungdaw.

De autoriteiten in Myanmar hebben volgens HRW nog geen serieuze stappen gezet de beschuldigingen te onderzoeken.

Een onderzoekscommissie bestaande uit leden van de huidige en vorige regering, bracht op 3 januari een tussentijds rapport uit. Daarin wordt gesteld dat er ‘tot nu toe onvoldoende bewijs is’ om tot juridische stappen over te gaan.