Malalai Joya: de vrouwelijke brulboei van Afghanistan

Nieuws

Malalai Joya: de vrouwelijke brulboei van Afghanistan

Malalai Joya: de vrouwelijke brulboei van Afghanistan
Malalai Joya: de vrouwelijke brulboei van Afghanistan

Het Westen uit graag zijn bezorgdheid over de situatie van vrouwen in Afghanistan, maar niet alle Afghaanse vrouwen zijn blij met de manier waarop die aandacht vertaald wordt in militaire strategieën. Malalai Joya, een voormalig parlementslid, verwerpt de Navo-troepen als buitenlandse bezetters, maar is minstens zo kritisch voor wat ze de “dubbele vijand” van Afghanistan noemt: de krijgsheren en de fundamentalisten.

Malalai Joya (1978) was al op jonge leeftijd actief in de Afghaanse vluchtelingenkampen in Iran en in Afghanistan zelf na 2001. Ze nam dan ook deel aan de Loya Jirga in 2003, waar ze meteen voor ophef en controverse zorgde door in weinig diplomatieke termen kritiek te leveren op de krijgsheren die dankzij de Amerikaanse interventie teruggekeerd waren aan de macht.
In 2005 werd ze verkozen voor het Huis van Afgevaardigden, maar haar ongezouten kritiek op andere leden van het parlement leverde haar in 2007 een uitsluiting op. Ze schreef haar leven en overtuiging uit in Een vrouw tussen krijgsheren, dat recent verscheen bij uitgeverij De Geus. MO* sprak met haar in Brussel.
U wist dat de Afghaanse politiek geen fraaie omgeving was, maar besloot in 2005 toch in de politiek te gaan?
Malalai Joya: Mensen van mijn generatie en jonger hebben niets anders gekend dan oorlog, bezetting en geweld. Voor die oorlogsgeneraties is het enorm belangrijk dat we onze stem laten horen in de politieke arena. We moeten dat dan wel op een eerlijke manier doen, niet zoals de leiders die ons zijn voorgegaan en ons in die duistere periode gestort hebben.
In de kampen heb nik het verhaal van zo veel jonge Afghanen gehoord, maar het was pas in 2003 dat ik de gezichten van de criminele krijgsheren zag. Op dat moment heb ik definitief beslist dat ik me tegen hen zou verzetten met alle mogelijke middelen. Ik weiger me aan de opgelegde stilte te onderwerpen, ik weiger ook mijn kiezers te verraden of compromissen te sluiten.
Hoe kan je aan democratische politiek doen zonder compromissen te sluiten?
Malalai Joya: Er is een verschil tussen een politiek compromis en een compromis met mensen die zware misdaden begaan hebben. Het drama van Afghanistan is dat de VS na de invasie van 2001 de ene bende criminelen -taliban- vervangen hebben door een andere -de krijgsheren. De e positie die vrouwen innamen in de Afghaanse samenleving gold dan wel als een reden om het land binnen te vallen, maar we zijn er sindsdien niet op vooruitgegaan.
Integendeel, de bezetting heeft vrouwen van de pan in het vuur geduwd. Daarover moet ik toch geen compromissen afsluiten, en zeker niet met degenen die al decennia verantwoordelijk zijn voor de misdaden tegen vrouwen en het Afghaanse volk. Het is voor mij dan ook onaanvaardbaar dat de Afghaanse regering en haar internationale broodheren nu blijkbaar bereid zijn om met de taliban te onderhandelen over de macht en zelfs miljoenen dollars klaar hebben om in de zakken van die oorlogsmisdadigers te stoppen.
U zegt dat de bezetting de situatie van de vrouwen nog erger gemaakt heeft. Was die dan goed onder de taliban?
Malalai Joya: Neen, maar de bezetting heeft de ene bende boeven alleen maar vervangen door een andere. De krijgsheren die na 2001 aan de macht kwamen, bedreigen en verkrachten de Afghaanse vrouwen en kinderen. Dezelfde krijgsheren die nu de westerse agenda moeten uitvoeren, waren de eersten om in de periode van 1992 tot 1996 wetten te maken die vrouwen uitsloten. En nu herhalen ze dat met hun wetten tegen de sjiitische vrouwen.
De Grondwet voorziet wel rechten voor de Afghaanse vrouwen, maar dat is een virtueel document. In de ware wereld leven de Afghaanse vrouwen in een jungle waar de wet van de sterkste geldt. Huiselijk geweld neemt toe, onveiligheid neemt toe, verkrachtingen nemen toe. En moedige vrouwen die zich openbaar uitspreken worden vermoord of geïntimideerd. Dat is toch geen democratie?
In 2005 geloofde u dat deelnemen aan de democratische politiek mogelijkheden bood om serieuze veranderingen door te voeren?
Malalai Joya: In principe zijn verkiezingen het eerste en belangrijkste teken van een democratie. Maar in Afghanistan zijn verkiezingen verworden tot een instrument in de handen van de buitenlandse bezetters, dat moet dienen om de stem van het volk te smoren in plaats van ze te horen. Er is ook een groot verschil tussen de presidents- en parlementsverkiezingen.
Bij de presidentsverkiezingen is het niet zo belangrijk om te weten wie er komt stemmen, wel wie er zal tellen. Bij verkiezingen voor het parlement of voor de provincieraden is er tenminste een kleine opening voor enkele echte democratisch verkozenen. Natuurlijk, als je als verkozene daarna gebruik wil maken van die ruimte om kritiek te geven op de boeven en verkrachters die in het parlement zetelen, dan krijg je alle soorten kritiek en bedreigingen over je heen. Bij mij resulteerde het uiteindelijk in mijn uitsluiting van mijn verkozen mandaat.
Bovendien stel ik vast dat democratie onder een buitenlandse bezetting geen betekenis heeft. Een natie die zichzelf verheft, is vrij. Maar wie een andere natie tegen haar zin gaat bevrijden, reduceert haar tot slavernij.

‘Het is onaanvaardbaar dat de Afghaanse regering en haar internationale broodheren bereid zijn om met de taliban te onderhandelen over de macht en zelfs miljoenen dollars klaar hebben om in de zakken van die oorlogsmisdadigers te stoppen.’

Verdrukking en geweld waren al wel ruimschoots aanwezig in Afghanistan voor de komst van de westerse troepen?
Malalai Joya: Dat klopt, maar de inmenging is dan ook niet begonnen op 7 oktober 2001 (met het begin van de luchtaanvallen van de Britten en Amerikanen). Men heeft eerst de reactionaire krachten zoals de taliban bewapend, en na de omverwerping van hun regering heeft men de oude krijgsheren herbewapend.
De productie van opium is nooit zo sterk gestegen en nooit zo groot geweest als sinds de inval van de Amerikanen –waardoor de opstand ook zo makkelijk gefinancierd wordt. Het Westen wil ook graag mijn vaderland verdelen om het zo beter te kunnen beheersen.  Intussen zijn er 100.000 buitenlandse soldaten in Afghanistan, en toch slaagt men er niet in de taliban te verslaan. De westerse troepen en de taliban zijn verwikkeld in een soort Tom en Jerry gevecht, een pijnlijke grap op kosten van mijn land.
Moeten er dan meer soldaten komen of juist niet?
Malalai Joya: Acht jaar van tekortkomingen en bedrog volstaan echt wel. Ik vind dat de westerse troepen liever vandaag dan morgen het land moeten verlaten. Er moet n iet alleen een einde komen aan deze zogenaamde War on Terror, maar ook aan de propaganda-oorlog waarin we verwikkeld zijn geraakt. De Afghanen zitten gekneld tussen drie vijanden: de westerse bezetting, de fundamentalisten en de krijgsheren. Als de buitenlandse troepen al zouden vertrekken, hebben we meer ruimte en energie om zelf tegen de twee overblijvende vijanden te vechten.
Waarom gelooft u dat er meer ruimte voor democratische strijd zal zijn als het Westen zijn soldaten naar huis stuurt?
Malalai Joya: Waarom niet? Men zegt ons altijd dat het vertrek van de Navo-troepen zal resulteren in een burgeroorlog, maar de krijgsheren zijn juist aan de macht gekomen door de bezetting. Toen de taliban de macht overnamen, vluchtten ze als muizen het land uit. Maar door de Amerikaanse interventie zijn ze teruggekeerd als wolven. Als hun buitenlandse beschermheren zich terugtrekken en stoppen met hun financiering, dan zal het rijk van de krijgsheren snel uit zijn. Zo lang zij op hun positie blijven, zullen er steeds rekruten zijn voor de taliban. Mensen zijn de criminele activiteiten van die krijgsheren –en de bezetting die hen beschermt– immers meer dan beu.
Wat verwacht u dan van de internationale gemeenschap?
Malalai Joya: Op de eerste plaats dat de Navo vertrekt uit Afghanistan. We hebben haar “helpende hand” niet nodig. Democratie ontstaat toch nooit vanuit de loop van een geweer, vanuit clusterbommen of witte fosforbommen. Democratie onder bezetting heeft geen zin of betekenis. Bovendien vragen we dat ze geen zaken doen met onze vijanden: bewapen de krijgsheren niet, onderhandel niet met de taliban.
Geef integendeel eindelijk eens echte steun aan de echte democratische krachten in Afghanistan. Er moet ook meer onderhandeld worden met onze buurlanden, die allemaal betrokken zijn bij strijdende krachten in Afghanistan. En zorg er dan voor dat onderwijs en ontwikkeling werkelijk gesteund worden. Onderwijs vooral, want dat is de sleutel voor emancipatie en ontwikkeling van de toekomst.
Het westerse geld, dat de voorbije acht jaar naar oorlog, westerse bedrijven en ngo’s gegaan is, was beter geïnvesteerd in onderwijs. Dan zouden de Afghanen ook kunnen geloven dat het echt om internationale solidariteit ging.
Dus toch een helpende hand?
Malalai Joya: Maar geen militaire steun. Ik geloof heel sterk in de kracht van internationale solidariteit en de wereldwijde publieke opinie om dingen ten goede te keren. Solidariteit is niet alleen iets heel anders dan bezetting, het is het tegenovergestelde.
Hoe verhouden uw ideeën over radicale democratie zich met de traditionele culturen in Afghanistan?
Malalai Joya: Onze trotse cultuur is diepgaand beschadigd door de voorbije dertig jaar oorlog. We zijn nu een achterlijk land geworden. Ik geloof daarom dat een echte democratie in Afghanistan ook een helend effect zal hebben op onze cultuur en bijvoorbeeld de mannelijke dominantie in de samenleving zal verminderen. Als we Afghanistan op een andere leest kunnen schoeien, zal blijken dat de vrouwen hun boerka haten. Maar vandaag kunnen of durven ze dat niet te uiten. Dertig jaar van misbruik van islam en vernietiging van onderwijs laten diepe sporen na.