Namibië niet onverdeeld gelukkig met donorgeld

Nieuws

Namibië niet onverdeeld gelukkig met donorgeld

Servaas van den Bosch

05 april 2009

Namibië krijgt in de komende vijf jaar meer dan 300 miljoen dollar ontwikkelingshulp via de Millennium Challenge Account (MCA), een fonds van de Amerikaanse overheid. Deskundigen in Namibië zijn er nog niet uit of de hulp een zegen of een vloek is.

Hoewel extra investeringen in voedselzekerheid, onderwijs en milieuduurzaamheid nodig zijn in het Zuidelijk Afrikaanse land, zijn financiële experts bang dat de blijvende toestroom van donorgeld de ontwikkeling van Namibië hindert en financiële afhankelijkheid creëert.
De Zambiaanse econoom Dambisa Moyo haalde in februari de krantenkoppen door ronduit te stellen dat ontwikkelingslanden geen hulp meer moeten aannemen. In haar boek ‘Dead Aid’ (Dode Hulp) stelt ze dat hulp, met uitzondering van noodhulp, een “schadelijke” invloed heeft op de ontwikkeling van een land. Haar belangrijkste argument is dat hulp er waarschijnlijk voor zorgt dat het sociale kapitaal afneemt, investeringen vervangen worden, inflatie toeneemt, de exportprijzen beïnvloed worden en talent verloren gaat. In veel gevallen wakkert hulpgeld corruptie aan en in sommige gevallen zelfs burgeroorlogen, stelt Moyo.
De regering van Namibië wil het donorgeld echter graag ontvangen en trekt zich weinig aan van de kritiek van Moyo. Omdat de ontwikkelingshulp uit andere bronnen afneemt, probeerde de regering het maximale te halen uit de MCA. Aanvankelijk werd aan de Millennium Challenge Corporation (MCC), die het MCA-fonds beheert, 515 miljoen dollar gevraagd. Het fonds besloot uiteindelijk 304,5 miljoen uit te keren in een periode van vijf jaar.
Drie projecten, voedselzekerheid, onderwijs en milieuduurzaamheid, kwamen door de beoordeling van de MCC heen. Andere projecten werden afgewezen omdat ze economisch onuitvoerbaar of te risicovol zouden zijn. De drie overgebleven projecten zijn bedoeld om Namibië te helpen bij drie Millenniumdoelstellingen: bestrijding van armoede en honger, beter en toegankelijker basisonderwijs en een verantwoorde omgang met het milieu.
De prestaties van Namibië op de zeventien belangrijkste criteria die de MCC hanteert voor hulpverstrekking, verslechterden tussen 2006 (het jaar waarin het verzoek werd ingediend) en vorig jaar (het jaar waarin de hulp werd toegekend). Vooral waar het gaat om de categorie ‘Investeren in Mensen’, gericht op gezondheidszorg, onderwijs en milieu, was sprake van een neerwaartse trend.

Scepticisme

Sommige Namibische financiële experts zien wel dat er mogelijke voordelen verbonden zijn aan de hulp, maar ze vinden dat het land het extra donorgeld niet nodig heeft. Het zou in plaats daarvan zijn eigen financiële middelen efficiënter moeten gebruiken en daarbij de nadruk moeten leggen op economische ontwikkeling op lange termijn.
Matthias Schmidt, econoom aan het Instituut voor Openbaar Beleidsonderzoek in Windhoek (IPPR), zegt dat het belangrijkste probleem van donorgeld is dat het leidt tot “een houding van ‘laat de donoren het maar regelen’.” Daardoor kan volgens hem financiële afhankelijkheid ontstaan. Minder is meer, zegt Schmidt. “Als de hulp wordt verlaagd, zal dat juist groei stimuleren.”
Onderwijs krijgt de grootste bijdrage van de MCA (145 miljoen dollar). Dat geld wordt gebruikt om 47 scholen te verbeteren, tekstboeken te kopen en onderwijzers bij te scholen. Daar kunnen ruim 41.000 leerlingen van profiteren. Investeringen in beroepsonderwijs zullen ten goede komen aan zo’n 2.000 mensen, terwijl nog eens 11.000 studenten in het hoger onderwijs studiebeurzen ontvangen. Zo’n 50.000 mensen zullen in de komende twintig jaar gebruik kunnen maken van nieuwe bibliotheekfaciliteiten.
De toeristische sector krijgt 66,5 miljoen dollar. Het grootste deel daarvan gaat naar het Nationale Park Etosha in het noorden van het land. De rest is bedoeld om gemeenschapsprojecten op het gebied van natuurbeheer te ondersteunen en de promotie van Namibië als toeristische trekpleister. De overheid hoopt jaarlijks zo’n 4.000 extra toeristen aan te trekken, wat zorgt voor extra inkomsten voor zo’n 7.000 Namibiërs.
De landbouw krijgt geld om landrechten te formaliseren, de veeverkoop te stimuleren en de diergezondheid te verbeteren. Hierdoor zouden kansen gecreëerd worden voor zo’n 135.000 boeren. Zo’n 24.000 huishouden zouden kunnen profiteren van de extra investeringen in veterinaire diensten.
Het geld dat nog overblijft, 45,5 miljoen dollar, wordt gereserveerd voor controle, evaluatie en administratie.

Infrastructuur

Plaatsvervangend landdirecteur Oliver Pierson van de MCC zegt dat de kritiek van de Namibische economen niet aan dovemansoren is gericht. “De MCA is deels ontwikkeld als antwoord op dit soort kritiek”, zegt hij. “Het gastland stelt de prioriteiten en de projecten worden zo goed mogelijk uitgevoerd. We willen dat er van elke dollar zoveel mogelijk aankomt op de juiste plek.” Pierson zegt dat het niet gaat om een langdurige ondersteuning. “Binnen vijf jaar moeten er structuren zijn die economische groei en private investeringen stimuleren. Het gaat om slimme hulp.”
Politiek analist Graham Hopwood is het daar deels mee eens, maar hij blijft ook kritisch. “Namibië is sterk in het op papier verwoorden van goed beleid, maar aan de uitvoering schort het nog wel eens.” Econoom Daniel Motinga, verbonden aan de First National Bank, ziet wel enkele positieve kanten aan de financiering. Het meeste geld wordt volgens hem besteed aan het verbeteren van infrastructuur. “Dat heeft Namibië op dit moment nodig. Er wordt zo door de MCA een basis gelegd voor toekomstige groei.”
Hij waarschuwt dat het risico bestaat dat er geld wegvloeit, maar hij gelooft niet dat de MCA per se financiële afhankelijkheid creëert. “Vergeleken met andere landen in de regio, maakt de hulp in Namibië maar een beperkt deel van het nationale budget uit.” De MCA is naar schatting goed voor gemiddeld 2 procent van het totale nationale overheidsbudget voor de komende vijf jaar.