Nederlandse onderzoekers: ‘De fossiele industrie schetst een zo positief mogelijk beeld van zichzelf in musea’

Nieuws

‘(Te)veel inhoudelijke invloed’

Nederlandse onderzoekers: ‘De fossiele industrie schetst een zo positief mogelijk beeld van zichzelf in musea’

Nederlandse onderzoekers: ‘De fossiele industrie schetst een zo positief mogelijk beeld van zichzelf in musea’
Nederlandse onderzoekers: ‘De fossiele industrie schetst een zo positief mogelijk beeld van zichzelf in musea’

IPS

14 september 2021

Twee historici hebben onderzocht hoe bedrijven zoals Shell voor relatief weinig geld een positief verhaal kunnen vertellen over fossiele brandstof in de museumsector. ‘Die grote zichtbaarheid en invloed van bedrijven is problematisch en zou ter discussie moeten staan’, zeggen de onderzoekers.

DDJJ / Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het Nederlands Openluchtmuseum. Bedrijven zoals Shell kunnen voor relatief weinig geld een positief verhaal vertellen over fossiele brandstof in de museumsector. ‘De grote zichtbaarheid en invloed van bedrijven in het culturele erfgoedveld is problematisch en zou ter discussie moeten staan’, vinden twee historici.

DDJJ / Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Twee historici hebben onderzocht hoe bedrijven zoals Shell voor relatief weinig geld een positief verhaal kunnen vertellen over fossiele brandstof in de museumsector. ‘De grote zichtbaarheid en invloed van bedrijven in het culturele erfgoedveld is problematisch en zou ter discussie moeten staan’, zeggen de onderzoekers.

Het onderzoek van historici Gertjan Plets en Marin Kuijt laat zien dat de private sector met relatief kleine investeringen veel inhoudelijke invloed weet te vergaren in het culturele erfgoedveld in Nederland.

Ze deden hun onderzoek in drie musea die de voorbije decennia steun hebben ontvangen van de Nederlandse olie- en gasindustrie: het Nederlands Openluchtmuseum, het Drents Museum en Rijksmuseum Boerhaave.

Sponsoring en giften

Plets en Kuijt bekeken de financiële giften en sponsoring die bedrijven zoals Shell of de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) tussen 1990 en 2021 aan de drie musea hebben gedaan.

‘Bedrijven zijn, mede door het Nederlandse overheidsbeleid, belangrijk voor musea’, zegt Marin Kuijt. ‘De overheid stelt als eis dat musea 17,5 procent van hun eigen inkomsten generen. Zo worden die bedrijven, vaak voor relatief kleine bijdrages, toch heel belangrijke spelers.’

Het is voor de cultuursector steeds noodzakelijker om zichzelf ook op te stellen als bedrijven die sponsoring en giften van partners uit de industrie moeten nastreven. Deze evolutie is niet eigen aan Nederland en maakt deel uit van een wereldwijde ontwikkeling waarbij de staat zich uit de culturele sector terugtrekt, weten de onderzoekers.

Invloed

Musea blijken ook belangrijk te zijn voor de bedrijven, zegt Kuijt. ‘Bedrijven schetsen een bepaald beeld van zichzelf in die musea, wat zo positief mogelijk is. Het gaat niet alleen om reclame of pr, zij proberen de bezoeker te overtuigen van het belang van fossiele brandstof in Nederland.’

‘Ons onderzoek beschrijft hoe een bepaald energiediscours wordt gepromoot in tentoonstellingen, een narratief dat de olie- en gassector in een positief daglicht stelt’, vult Plets aan.

Dat bedrijven grote invloed verkrijgen in cultuur en erfgoed is problematisch en zou ter discussie moeten staan, concluderen de onderzoekers. ‘Onze analyse toont dat de unieke financieringsmechanismen voor private spelers in Nederland ervoor zorgen dat bedrijven met een minieme investering een disproportionele zichtbaarheid en invloed verkrijgen in het culturele erfgoedveld, een omgeving die door de bevolking over het algemeen wordt beschouwd als betrouwbaar en onafhankelijk.’