Onkruid maakt Indiase neushoorn het leven zuur

Nieuws

Onkruid maakt Indiase neushoorn het leven zuur

Onkruid maakt Indiase neushoorn het leven zuur
Onkruid maakt Indiase neushoorn het leven zuur

Ranjita Biswas

19 februari 2012

Sinds Indiase boswachters direct mogen schieten op stropers, wordt er minder gestroopt op Indiase neushoorns. Een onkruid dat agressief groeit in het Nationaal Park Kaziranga (KNP) in het oosten van de staat Assam, de belangrijkste thuishaven van de neushoorn, maakt de dieren sinds kort echter het leven zuur.

Mimosa (mimosa diplotricha) werd oorspronkelijk als stikstofbinder geïntroduceerd in theetuinen in de buurt van het park. Het onkruid heeft zich inmiddels echter verspreid over het 430 vierkante kilometer tellende park en verdringt het hoge gras waar de neushoorns en andere herbivoren van leven.

“Als dit probleem niet opgelost wordt, gaat het grasland van Kaziranga verloren. En hoe kunnen de dieren zonder gras overleven?”, zegt opzichter Chinmoy Dhar.
 
Mimosa hindert de groei van grassen en andere inheemse planten doordat het kruid veel water en voedingsstoffen gebruikt. Het KNP is met zijn natte grond en mix van tropische groenblijvende en vochtige loofbossen rijk aan biodiversiteit. Sinds 1985 staat het park op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Stropers

In het KNP leven olifanten, Indiase bizons, moerasherten, varkensherten, lippenberen, luipaardkatten, moeraskatten, wilde beren, pythons, varanen en meer dan vijfhonderd vogelsoorten.

Omdat er voldoende prooi is, heeft het park ook de hoogste tijgerdichtheid ter wereld. Het gebied telt 32 Bengaalse tijgers per 100 vierkante kilometer, bleek uit een studie uit die in 2010 werd uitgevoerd door het bosbouwdepartement van Assam.

De beroemdste bewoner van het gebied is echter de Indiase neushoorn. Een derde van de naar schatting 3000 Indiase neushoorns leeft in het Nationaal Park Kaziranga. De rest leeft grotendeels in Nepal. Ook leven er nog enkele neushoorns in het Lal Sunehra Park in Pakistan, wat iets zegt over de omvang van het gebied waar de neushoorns vanouds voorkwamen.

Park Kaziranga was in het verleden vaak in het nieuws vanwege de stroperij op neushoorns, die gewild zijn vanwege hun hoorn. Aan de hoorn worden in de Chinese kruidengeneeskunde verschillende heilzame eigenschappen toegeschreven.

Betere surveillance en strengere wetgeving heeft er in de afgelopen tien jaar echter toe geleid dat de stroperij sterk verminderd is. Werden er in 1992 nog 48 neushoorns gedood door stropers, in 2009 waren dat er 14 en in 2010 nog 9.

Boswachters mogen sinds 2010 direct schieten op stropers en worden daarvoor niet vervolgd. Na de invoering van de nieuwe regels werden in 2010 negen stropers doodgeschoten. In 2011 waren dat er drie.

Succesverhaal

De Chinese vraag naar de hoorns van neushoorns is echter nog steeds groot en de nieuwe regels schrikken stropers niet helemaal af. In januari werd nog een neushoorn gedood in het westen van het park. De stropers slaagden er echter niet in de hoorn mee te nemen.

Ondanks de voortdurende dreiging van stroperij, wordt het KNP gezien als een succesverhaal op het gebied van natuurbeheer in India. Die status staat nu onder druk door het onkruidprobleem.

Er zijn met behulp van het Rain Forest Research Institute (RFRI) in de stad Jorhat al verschillende methodes uitgeprobeerd om van het onkruid af te komen. N.K. Vasu, directeur van het RFRI en voormalig directeur van het KNP), zegt dat het handmatig verwijderen van mimosa de enige effectieve bestrijdingsmethode is. “Andere methoden kunnen schadelijk zijn voor de verschillende diersoorten in het park.”

Hij denkt dat de verspreiding van mimosa ingedamd kan worden “als er in twee of drie achtereenvolgende jaren twee keer per jaar gewied wordt.”
 
Surajit Dutta, directeur van het KNP, vindt handmatig wieden een goede oplossing, maar hij wijst op de hoge kosten die dat met zich meebrengt vanwege het grote oppervlak dat bewerkt moet worden.