Ook journalisten slachtoffer van 'oorlog tegen terrorisme'

Nieuws

Ook journalisten slachtoffer van 'oorlog tegen terrorisme'

Jim Lobe

31 maart 2003

Er zijn in 2002 minder journalisten vermoord dan de voorbije jaren, maar er zitten wel meer reporters achter de tralies. Volgens de nieuwe editie van 'Attacks on the press', een jaarlijks rapport van het Amerikaanse Committee to Protect Journalists (CPJ), zaten er eind 2002 wereldwijd 136 journalisten in de gevangenis. De organisatie schrijft dat onder meer toe aan de oorlog tegen het terrorisme, die door sommige landen wordt misbruikt om dissidente stemmen het zwijgen op te leggen. Gelukkig is het aantal moorden op journalisten afgenomen. Vorig jaar werden maar 19 journalisten gedood - het laagste cijfer sinds 1985. In 2001 werden nog 37 persmensen vermoord.

Het teruglopend aantal moorden op journalisten heeft te maken met de verbeterde veiligheidssituatie in Afghanistan - waar in 2001 acht journalisten stierven tijdens de Amerikaanse militaire campagne - en de bestanden in landen als Sri Lanka en Angola. Toch blijven andere landen levensgevaarlijk voor de pers. In 2002 sneuvelden drie journalisten in de Palestijnse gebieden; evenveel journalisten werden omwille van hun werk vermoord in Colombia en Rusland. In Colombia kwamen overigens nog eens vijf journalisten in verdachte omstandigheden om het leven. In Pakistan en de Filipijnen werden telkens twee journalisten vermoord omdat ze hun werk deden; in Bangladesh, Brazilië, India, Nepal, Uganda en Venezuela viel telkens één reporter. Niet alleen journalisten die gewapende conflicten verslaan, riskeren hun hachje; tussen de slachtoffers van vorig jaar bevinden zich ook een verslaggever die zich bezig hield met de drugshandel in Brazilië en reporters die de corruptie in Rusland en op de Filipijnen uit de doeken deden.

Journalisten hadden vorig jaar veel last met de ordediensten. Eind 2002 zaten wereldwijd 136 journalisten in de cel - een stijging met 15 procent in vergelijking met 2001 en 68 procent meer dan eind 2000. Volgens Ann Cooper, de directeur van CPJ, is het stigma dat verbonden was aan het opsluiten van journalisten aan het vervagen.

Journalisten wordt het hardst aangepakt door repressieve regimes. China, dat van alle landen het grootste aantal journalisten gevangen houdt, sloot vorig jaar nog eens vijf persmensen op - het Chinese totaal bedroeg daardoor in december 2002 39. In relatieve termen spannen Eritrea en Nepal de kroon met respectievelijk 18 en 16 journalisten achter de tralies. Volgens het CPJ speelt ook de oorlog tegen het terrorisme in het nadeel van de pers - sommige landen lijken ervan uit te gaan dat de nationale veiligheid ook gediend is door een harde aanpak van kritische stemmen.

Ook dit jaar zijn er alweer redenen tot bezorgdheid. Het CPJ heeft vragen bij de Amerikaanse aanvallen op de installaties van de Irakese omroep in Bagdad - de organisatie stelt dat dergelijke doelwitten verboden zijn volgens de conventies van Genève. We maken ons zorgen dat de Amerikaanse strijdmacht de Irakese media op de korrel neemt om een einde te maken aan de propaganda van de overheid in Bagdad - vooral na het uitzenden van beelden van krijgsgevangenen en dode Amerikaanse soldaten.

+Committee to Protect Journalists (http://www.cpj.org/)