Persvrijheid is een illusie in het huidige Afghanistan

Nieuws

'Dat er relatief weinig journalisten in de gevangenis zitten toont vooral hoe effectief de intimidatie is'

Persvrijheid is een illusie in het huidige Afghanistan

Persvrijheid is een illusie in het huidige Afghanistan
Persvrijheid is een illusie in het huidige Afghanistan

Elk jaar op 18 maart vieren Afghaanse journalisten hun nationale dag. Dit jaar gebeurt dat in mineur, wegens de algemene beperkingen en toenemende intimidatie én een recente aanslag op journalisten. Op een bijeenkomst in Brussel tonen Afghaanse journalisten zich echter weerbaar.

rv

De 245 gevallen van schendingen van persvrijheid die de Speciale Rapporteur voor de VN sinds augustus 2021 kon documenteren zijn een onderschatting.

rv

Elk jaar vieren Afghaanse journalisten hun nationale dag op 18 maart. Dit jaar gebeurt dat in mineur, wegens de algemene beperkingen en toenemende intimidatie én een recente aanslag op journalisten. Op een bijeenkomst in Brussel tonen Afghaanse journalisten zich echter weerbaar.

‘Ik heb me altijd goed gevoeld aan mijn werktafel’, vertelt Seyar Sirat. ‘Ik ben van nature eerder introvert, en dus was het een zegen dat ik voor TOLO News urenlang voor mijn scherm kon doorbrengen. Tot 15 augustus 2021, toen de wereld in Afghanistan begon in de storten. Ook die ochtend werkte ik nog geconcentreerd verder, tot het moment dat het nieuws binnenkwam dat president Ashraf Ghani het land verlaten had. Dat was het moment dat sommigen in tranen uitbarstten. Dat was het moment waarop ik vertrok.’

Sirat vertelt zijn verhaal op de eerste internationale bijeenkomst van Afghaanse journalisten sinds de val van Kaboel. Enkele journalisten konden overkomen uit Afghanistan, anderen komen uit diverse Europese landen waar ze nu wonen en proberen te werken. En waar ze ‘als pasgeboren babies’, zoals Sirat het verwoordt, moeten proberen een tweede leven op te bouwen. In een nieuwe taal, in een vreemde context, maar met intense en familiale banden met het vaderland. En met diepe, mentale littekens.

‘Die drie dagen en nachten rond en op de luchthaven zijn de meest tragische en traumatische momenten van mijn leven.’

‘De weg naar het vliegveld van Kaboel was een eenrichtingsstraat’, vertelt Sirat zichtbaar geëmotioneerd. ‘We konden niet meer terug. Niet om onze kleren, computer of notitieboekjes op te halen. Niet om naar het werk of het oude leven terug te gaan. Die drie dagen en nachten rond en op de luchthaven zijn de meest tragische en traumatische momenten van mijn leven.’

Doden en gewonden

Aan trauma’s geen gebrek bij Afghaanse journalisten. Op 11 maart werd in de stad Mazar-e-Sharif nog een aanslag gepleegd op een bijeenkomst van lokale journalisten. De tol was zwaar: drie doden en dertig gewonden, onder wie zestien journalisten, meldt het Afghanistan Journalists Center. De aanslag werd opgeëist door IS-KP, de lokale tak van Islamitische Staat. ‘Ze hadden jullie allemaal moeten vermoorden’, hoorden journalisten die in het ziekenhuis belandden van de Taliban die hen moest bewaken en beschermen.

In zijn openingswoord voor de bijeenkomst van Afghaanse journalisten in Brussel verwijst ook Speciaal Gezant van de EU voor Afghanistan, Tomas Niklasson, naar die recente tragedie. Hij plaatst ze in de bredere context van een dramatische achteruitgang van mensenrechten en rechtsstaat sinds de machtsovername door de Taliban.

Niklasson citeert het recente rapport van Speciale Rapporteur voor de VN, Richard Bennett, die 245 gevallen van schendingen van persvrijheid sinds augustus 2021 kon documenteren. Dat gaat niet alleen om aanslagen, maar ook om arrestaties, willekeurige opsluiting, fysiek geweld, mishandeling en foltering. ‘De meesten onder u zullen zeggen dat dit getal een onderschatting is’ - alle aanwezige journalisten knikken.

Verloren ruimte

De trauma’s beginnen niet voor iedereen op 15 augustus 2021. ‘In Afghanistan zijn minstens 120 journalisten uit binnen- en buitenland vermoord in de voorbije twintig jaar’, zegt Hujatullah Mujadidi, directeur van de Afghan Independent Journalist Union, in zijn openingswoord.

‘Tot voor twee jaar telde het land 137 tv-zenders, 346 radiostations, 49 persagentschappen en 69 printmedia. Samen waren die goed voor 12.000 banen. Daarvan blijft weinig over: 224 mediaplatformen sloten intussen de deuren en zeker 8000 mediawerkers – onder wie 2374 vrouwen – verloren hun baan.’

‘Wij hadden na eeuwen van beperkingen eindelijk ruimte voor onszelf gecreëerd.’

‘Wij hadden na eeuwen van beperkingen eindelijk ruimte voor onszelf gecreëerd’, vertelt Somaia Walizadeh, een journaliste die het land kon ontvluchten. ‘Die ruimte is ons opnieuw afgenomen. Van de enkele media die opgericht, geleid en gevoed werden door vrouwen, bestaan er nog een paar. Maar ook daar wordt de dienst nu uitgemaakt door mannen.’

Reporters zonder Grenzen stelt dat er in de helft van de 34 Afghaanse provincies geen enkele vrouwelijke journalist meer aan de slag is en dat meer dan 80% van de vrouwelijke journalisten zonder werk zit.

Ook RSF schat dat 40% van de mediaplatformen opgehouden zijn te bestaan en dat 60% van alle mediawerkers na augustus 2021 werkloos werd. Geen wonder dus dat zowat 1000 journalisten al naar het buitenland vluchtten.

De kern van het probleem

Wie in Afghanistan echt en onafhankelijk journalistiek werk wil doen, botst op de ene na de andere moeilijkheid. ‘Het was nooit makkelijk om aan betrouwbare informatie te geraken’, vertelt Somaia Walizadeh. ‘Maar vandaag is het quasi onmogelijk geworden.’

Volgens haar collega Abid Ihsas, die in Afghanistan actief blijft, heeft dat te maken met het feit dat journalisten op het terrein geconfronteerd worden met Talibanstrijders ‘die het belang van onafhankelijke media niet kennen of erkennen’.

Daar houdt het volgens hem niet op, want het hele bestuur onder de huidige autoriteiten is extreem gecentraliseerd en hiërarchisch gestructureerd. ‘Elk detail en elke flard informatie moet goedgekeurd en vrijgegeven worden door telkens weer een hogere autoriteit.’

Maar de echte kern van het probleem, volgens Ihsas, zit in de bewust gecreëerde onduidelijkheid. Er is wel een verordening met tien punten – die erg vaag zijn – maar geen echte mediawet.

‘Het is nooit duidelijk wat volgens de autoriteiten toegelaten is en wat niet. Uiteindelijk hangt het af van het moment en van degene die tegenover je staat. Meestal worden de regels mondeling en ad hoc meegedeeld. Dat leidt niet alleen tot veel regelrechte censuur, maar door de voortdurende onzekerheid ook tot te veel zelfcensuur.’

‘Dat er relatief weinig journalisten in de gevangenis zitten toont vooral hoe effectief de intimidatie is.’

Rateb Noori, een gevluchte journalist, vat dat zo samen: ‘Dat er relatief weinig journalisten in de gevangenis zitten, is in deze omstandigheden niet eens goed nieuws. Het toont vooral hoe effectief de intimidatie is.’

De onzekerheid geldt ook voor wat journalisten buiten hun formele opdracht doen. ‘Een WhatsApp-bericht doorsturen of een tweet of Facebook-bericht liken kan je al in moeilijkheden brengen’, zegt Ahmad Quraishi, directeur van  het Afghanistan Journalists Center.

Andere problemen die hij signaleert. ‘Er wordt gewerkt met heel beperkte lijsten van journalisten die uitgenodigd worden voor persconferenties of die toegang krijgen tot verantwoordelijken. Daar zijn bijna nooit vrouwen bij, en indien dat toch het geval is, worden zij extra gescreend en gecontroleerd.’

Fariba Aram voegt daar nog aan toe dat buitenlandse journalisten veel beter behandeld worden dan binnenlandse collega’s. ‘Het lijkt er op dat de machthebbers toch een redelijk imago willen in de rest van de wereld, terwijl ze in Afghanistan afkerig zijn van alles wat journalistiek is’, zegt ze.

Hujatullah Mujadidi van de Afghan Independent Journalist Union bevestigt dat. ‘Men probeert ons te verdelen: internationaal tegen nationaal, diaspora tegen binnenland, “goede media” tegen “slechte media”. Daarom is het cruciaal dat journalisten en media met één stem blijven spreken en onderhandelen’, besluit hij.

Tomas Niklasson, de Speciaal Gezant van de EU voor Afghanistan, beschrijft de aanwezige journalisten als ‘niet verenigd – want dat zou te ambitieus zijn – maar wel verbonden’.

De harde hand en lange arm van de macht

Rechtsonzekerheid, censuur, gebrek aan toegang tot informatie en economische problemen vormen samen een haast onoverkomelijke hindernis voor Afghaanse journalisten. En dat geldt ook voor de honderden journalisten die vanuit Europa, Pakistan, Australië of Noord-Amerika hun beroep blijven uitoefenen. Zij botsen immers op dezelfde barrières voor informatie en moeten uiterst omzichtig navigeren met wat ze schrijven of brengen, want er is altijd kans dat achtergebleven familieleden de prijs voor hun waarheidsvinding betalen.

Zo getuigt iemand over een artikel dat hij zou schrijven voor een internationale nieuwssite met klimaatverandering en luchtvervuiling als onderwerp. De gevraagde informatie kwam er nooit, wel de mededeling dat men wist waar zijn familie woonde.

Ook Rateb Noori heeft een vergelijkbare ervaring. Zijn nieuwssite onderzocht een verhaal over de feitelijke opheffing van de verplichting voor vrouwen om met een mondmasker op tv te verschijnen. In dat geval werd niet de familie van de journalist bedreigd, maar de lokale collega’s – ook al dachten die veilig te zijn op hun wisselende onderduikadressen.

Wat te doen?

Op de vraag wat gedaan kan of moet worden, komen de Afghaanse journalisten en hun internationale partners van de EU, Unesco, RsF en de International Federation of Journalists niet veel verder dan tentatieve ideeën.

‘In het buitenlanden worden Afghaanse journalisten pakjesbezorgers, taxi-chauffeurs of koks, terwijl het land nood heeft aan hun expertise, inzet en moed.’

‘Problemen die meer dan twintig jaar oud zijn, kan je niet op enkele weken oplossen’, stelt Najib Paikan, die onlangs zijn eigen tv-zender moest sluiten. ‘Maar waar we ons tegen moeten verzetten, is de idee dat Afghaanse media geholpen zouden zijn door Afghaanse journalisten die naar het buitenland verhuizen. Daar worden ze pakjesbezorgers, taxi-chauffeurs of koks, terwijl het land nood heeft aan hun expertise, inzet en moed.’

Dat levert Paikan een applaus op, al wist iedereen dat vertrekken de keuze is van een groot deel, intussen wanhopige journalisten.

Bovendien verdwijnen de problemen niet als je de grens oversteekt, zegt Wali Rahmani, een gevluchte media-activist. ‘Honderden journalisten zitten vast in Pakistan en zijn alleen maar bezig met overleven. Eten en onderdak voor zichzelf en voor hun gezin. Ook zij hebben recht op internationale steun.’

In de prijzen

In de marge van de conferentie in Brussel werd ook de jaarlijkse Journalist of the Year Awards uitgereikt. Die gaan in 2023 naar Mohammad Yousuf Hanif van ToloNews, Mohammad Arif Yaqoubi van het in Washington gevestigde Afghanistan International TV,  en Marjan Wafa, reporter voor Killid Radio. De voorbije tien jaar kregen in totaal veertien journalisten de prijs, onder wie vijf vrouwen.