“Slachtoffercijfers dienen vaak politieke doelen”

Nieuws

“Slachtoffercijfers dienen vaak politieke doelen”

Mattias Creffier

02 oktober 2008

Wat hebben de oorlogen in Irak en Bosnië en de genocide in Darfoer met elkaar gemeen? De slachtoffercijfers die In het begin van het conflict circuleerden, zijn na grondige wetenschappelijke analyse naar beneden bijgesteld. Hulporganisaties die de overdreven cijfers de wereld insturen, bewijzen hun zaak geen goede dienst, vinden epidemiologen en statistici.

In Bosnië schatte de NAVO het aantal slachtoffers van de burgeroorlog tussen Serviërs, Kroaten en Bosniërs aanvankelijk op 200.000. Wetenschappers kwamen later uit op ongeveer de helft van dat cijfer. Wat Irak betreft, gaapt er een enorme kloof tussen de meest pessimistische schatting van 650.000 oorlogsslachtoffers door onderzoekers van de John Hopkins Universiteit en 150.000 door de Wereldgezondheidsorganisatie.
De genocide in Darfoer biedt een goed inzicht in de mechanismen die kunnen leiden tot een overschatting van het aantal slachtoffers. In augustus 2007 veroordeelde de British Advertising Standards Authority de organisatie Save Darfur omdat die met grote stelligheid had beweerd dat milities in dienst van de Soedanese president Omar al-Bashir 400.000 onschuldige mannen, vrouwen en kinderen hadden gedood.
Dat cijfer was volgens Save Darfur gebaseerd op een rapport van de Coalition for International Justice (CIJ). Die had in 2003 interviews afgenomen in een vluchtelingenkamp in Tsjaad en het aantal slachtoffers dat de mensen in hun familie rapporteerden geëxtrapoleerd naar de totale bevolking van Darfoer, zes miljoen mensen. Volgens de Britse reclamewaakhond is het cijfer misleidend gepresenteerd, omdat het ook verwijst naar de mensen die niet rechtstreeks door geweld omkwamen en geen rekening houdt met de normale sterfte in het gebied.

Schattingen doorgelicht

Het Amerikaanse Government Accountability Office heeft op vraag van het Congres de verschillende schattingen over het aantal slachtoffers in Darfoer aan een grondig onderzoek onderworpen. Als meest realistische schatting kwam die uit de bus van het in Brussel gebaseerde Center for Research on the Epidemiology of Disasters (CRED), dat verbonden is aan de Université Catholique de Louvain. De cijfers van de CIJ werden unaniem afgedaan als “overdreven”.
Het CRED schat het aantal slachtoffers in Darfoer van februari 2003 tot juni 2005 op 125.000, met een betrouwbaarheidsinterval van 95.000 tot 210.000. Iets meer dan een kwart van de mensen kwam om het leven door geweld, de rest overleed aan uitputting, honger of ziekte. Het CRED baseerde zich voor zijn schatting op 30 verschillende veldonderzoeken, stelde vast wat de “achtergrondmortaliteit” in het gebied was en hield daarbij rekening met regionale verschillen..
“Het aantal doden in conflictsituaties is meestal erg geconcentreerd in de plaats en de tijd”, zegt Debarati Guha-Sapir, de directrice van het CRED. “Als je de cijfers van één interviewreeks neemt en die extrapoleert naar de hele bevolking is dat problematisch. Als de situatie in je onderzoeksgebied onveilig is, is het moeilijk om heel precies te werken. Ook families die helemaal worden uitgemoord, worden op deze manier niet meegeteld.”
Guha-Sapir bekritiseerde in mei 2005 in de Financial Times de overdreven cijfers die door Save Darfur de wereld waren ingestuurd. “Overdrijvingen en ongecontroleerde cijfers worden gemakkelijk ontmaskerd en daarmee bewijs je de felgeplaagde bevolking in Darfoer geen dienst.”
Intussen lijkt de onderzoekster wat milder gestemd. “Save Darfur is een lobbygroep die probeert een einde te maken aan de oorlog. Ze hebben hoge cijfers nodig om de aandacht te wekken van politici, en daar kan ik inkomen. Iedereen moet zijn rol spelen. Die van Save Darfur bestaat erin de politiek te beïnvloeden, en wij moeten voor de dag komen met goede methodes en gezonde analyses.”
Volgens de Britse antropoloog Alex De Waal, die een boek schreef over Darfoer, hebben de media en hulporganisaties nu eenmaal de neiging om de hoogste schattingen te onthouden. Ook als later blijkt dat de lagere cijfers dichter bij de waarheid liggen. De schattingen zijn namelijk vaak gebaseerd op de situatie in vluchtelingenkampen, waar de sterfte hoger ligt dan in het omliggende gebied.

Denkfout

De Waal stelde een gelijkaardig fenomeen vast bij zijn scriptie over de hongersnood in Darfur in 1985 en 1986. Ook daar bleek het uiteindelijke slachtofferaantal lager te liggen dan aanvankelijk geschat. “De mensen van Darfoer waren veel taaier en inventief in het overleven van de voedselschaarste dan buitenstaanders dachten”, schrijft hij op zijn blog. “Een denkfout die nu ook nog vaak wordt gemaakt is dat de mensen die geen toegang hebben tot buitenlandse hulp sowieso ten dode zijn opgeschreven.”
Dat de cijfers over Darfoer meer dan ooit gepolitiseerd raken, vindt ook De Waal. “Een massamoordenaar die wordt veroordeel voor tien moorden en vrijgesproken voor tien andere, blijft een massamoordenaar. We moeten in staat zijn een onderscheid te maken tussen ethiek en statistiek.”
Ook de cijfers die circuleren over armoedebestrijding, vaccinaties en toegang tot zuiver water moeten soms met een korrel zout worden genomen, waarschuwt Guha-Sapir. “Die cijfers worden gebracht door ambtenaren die willen verdoezelen dat het werk niet klaar is – dat er geen putten zijn gegraven of leidingen gelegd. Dus geven ze de bevolkingsaantallen van de dorpen die volgens plan water hadden moeten krijgen. Vaak geven ze ook het aantal vaccins dat ze hebben ontvangen, niet het aantal dat effectief aan kinderen werd toegediend. De cijfers over toegang tot water en medicijnen zijn vaak grof overschat.”