Thaise junta doet democratie steeds meer geweld aan

Nieuws

Thaise junta doet democratie steeds meer geweld aan

De militaire junta in Thailand blijft de klok terugdraaien. Het beloofde herstel van de democratie blijft uit en de vrijheid van meningsuiting is één jaar na de coup nog steeds vrijwel onbestaande, ook al legt generaal Sonthi binnenkort zijn legeruniform af.

De wanpraktijken van premier Thaksin Shinawatra deden het Thaise leger er in september 2006 toe besluiten dat een machtsovername een zaak van nationaal belang was. Onder de belofte dat de militairen zich zo snel mogelijk weer zouden terugtrekken uit de politiek, werd deze coup deze keer beschouwd als een ‘goede’ coup die alles in het werk zou stellen om zo snel mogelijk de democratie te herstellen.
Ondertussen wijst alles erop dat de juntaleiders vooral een herstel van de vroegere macht van het leger voor ogen hadden. De nieuwe grondwet, geschreven in opdracht van de junta door een aangewezen commissie, voorziet een grotere rol van de militairen in het beleid dan voorheen. De vervanging van de eerste democratisch opgestelde grondwet uit 1997 is vooral voor mensenrechtenorganisaties een doorn in het oog. Deze was namelijk een moeizame overwinning geweest van democratische krachten op de vorige junta in 1991.
De klok lijkt nu wel voorgoed teruggedraaid nu de drie grootste partijen van Thailand hun bereidheid hebben getoond mee te werken met de militairen in de vorming van een nieuwe regering. De belofte van de junta zich zo snel mogelijk terug te trekken uit de politiek werd uiteindelijk afgelopen vrijdag volledig verbroken toen de interim-regering meedeelde dat coupleider generaal Sonthi Boonyaratglin aangesteld zou worden als secretaris voor nationale veiligheid. Ondertussen werkt de regering aan een nieuw wetsvoorstel dat aan de legertop meer macht zou geven dan de eerste minister in (niet nader gedefinieerde) tijden van nationale crisis, waarvan sceptici verwachten dat deze door de interim-regering zal goedgekeurd worden tijdens de komende verkiezingen, aangezien de algehele verwarring die hiermee gepaard gaat voor de nodige afleiding zal zorgen.
Volgens de Aziatische commissie voor mensenrechten en ontwikkeling (FORUM-ASIA) werden in de loop van het afgelopen jaar alle dissidente media de mond gesnoerd, zo heeft het ministerie van informatie en communicatietechnologie sinds vorig jaar reeds vijftienduizend websites geblokkeerd of gesloten en ontvingen verschillende televisiestations en lokale radiostations meermaals bedreigingen van de militaire overheid. Ook verschillende studentenverenigingen, vakbonden en leden van pro-democratische bewegingen werden het afgelopen jaar onder druk gezet door bedreigingen en intimidatie. Bovendien is in 35 van de 76 provincies nog steeds de krijgswet van toepassing, “die onbegrensde macht geeft aan het leger om de oppositie te intimideren”, aldus de mensenrechtenorganisatie.
Na een jaar heeft het Thaise militaire regime nog niets gedaan om de democratie te herstellen. Het regime heeft zelfs gewacht tot vorige maand om formeel klacht in te dienen tegen voormalig premier Thaksin wegens corruptie, waardoor het gros van de bevolking in onzekerheid verkeert of de coup al dan niet gerechtvaardigd was. Het is echter zeker dat de versterkte militaire aanwezigheid in het beleid een stap achterwaarts is voor de Thaise democratie en dat de nieuwe wetten nieuwe militaire machtsgrepen enkel in de hand zullen werken, wat Thailand steeds verder van het ideaal van 1997 zal brengen.