Tolerantie tegen handel in kinderslaafjes in West-Afrikavermindert

Nieuws

Tolerantie tegen handel in kinderslaafjes in West-Afrikavermindert

Antoine Lawson

12 april 2002

Al jarenlang worden in Gabon duizenden kinderen
ingevoerd als illegale werkkrachten. Een analyse van het fenomeen is te
vinden in een rapport dat UNICEF bestelde en dat eind vorige maand tijdens
de Tweede Regionale Conferentie over Kinderhandel in Libreville werd
voorgesteld. Het systeem blijkt goed georganiseerd, maar ook de slachtoffers
werken eraan mee. Het ontsnappen aan de armoede is een belangrijke
achterliggende drijfveer.

Uit 300 interviews met Beninse en Togolese kinderen blijkt dat vijf jaar
geleden, toen Gabon in een diepe economische crisis verzeild raakte, de
illegale trafiek in jeugdige werkkrachten schrikwekkende proporties begon
aan te nemen. Verschillende familiebedrijfjes namen openlijk kinderen in
dienst om de malaise het hoofd te bieden. Een goedgesmeerde smokkel in
kinderen uit de buurlanden bloeide op.

Kinderen worden met boten vanuit Benin, Togo of Nigeria via Equatoriaal
Guinee binnengebracht. Als de Gabonese kust te onveilig is, gaat de tocht
over land, via Kameroen. Een konvooi vrachtvoertuigen brengt de kinderen
naar de Gabonese hoofdstad, terwijl de omgekochte politie haar best doet de
andere kant op te kijken. De prijs wordt per kind afgestemd op het aantal
steekpenningen dat werd betaald. UNICEF duidt in de regio Togo, Benin,
Burkina Faso en Mali aan als belangrijkste leveranciers van kinderslaafjes.
Kameroen en Equatoriaal Guinee zijn doorsluislanden. Ivoorkust, Gabon en
Nigeria zijn afnemers.

Terwijl het vooral mannen zijn die aan de touwtjes van de kinderhandel
trekken, zijn de tussenpersonen vooral vrouwen. Een groep van zes kinderen
die met een volwassen vrouw over straat loopt is minder verdacht. Meisjes
zijn oververtegenwoordigd bij de kindslaafjes.

De Gabonese vice-president Didjob Divungi Di Ndinge heeft het moeilijk met
het etiket dat de conferentie op zijn land kleefde. Gabon, een klassieke
zondebok en ook slachtoffer van deze handel, is het onwillekeurige hart van
deze discussie, merkt hij op. Maar op de conferentie in Libreville was het
duidelijk dat de Gabonese regering de bedoeling heeft de koe bij de horens
te vatten. De ambassadeurs van Nigeria en Benin waarschuwden alvast hun in
Gabon verblijvende landgenoten dat de verantwoordelijken voor de
kinderhandel zullen worden uitgewezen.

In juli vorig jaar startte reeds een regionaal programma tegen de Gabonese
kinderhandel, dat wordt gefinancierd door UNICEF en de Europese Commissie.
En door een andere overeenkomst begin dit jaar tussen Gabon en Europa staat
in Libreville de oprichting van een opvang- en transitcentrum op stapel. Ook
het Regionale Steunproject voor de Bescherming van Minderjarigen tegen
Kinderhandel deed hiervoor een duit in het zakje.

Volgens socioloog Anacle Bissielo beginnen de burgers in Centraal en
West-Afrika de omvang van het fenomeen te erkennen. Alisei Que Dirige Sergio
Vezzola, een Italiaanse niet-gouvernementele organisatie startte daartoe een
sensibiliseringscampagne over de handel in minderjarige werkkrachten.
Verschillende organisaties sponsoren de campagne met als thema Laat ons
samen de smokkelaars verslaan.

Om de kinderhandel goed te bestrijden moeten we de achterliggende oorzaken
kennen en aantonen dat armoede een van die oorzaken is, verklaart Rima
Salah, regionale directeur van UNICEF voor West en Centraal-Afrika.
Kinderarbeid is nu eenmaal goedkoop, en een duidelijk symptoom van
familiale armoede legt Girma Agune van de Internationale Arbeidsorganisatie
(IAO) uit.

Volgens de IAO wordt in Gabon meer dan een derde van alle kinderen gedwongen
te werken. Wereldwijd zijn meer dan 250 miljoen kinderen van 5 tot 15 jaar
aan de slag. Meer dan de helft van hen bevindt zich in Azië. Afrika neemt
een derde voor zijn rekening, Latijns-Amerika zeven procent.