WHO-deur blijft voorlopig dicht voor arm Azië

Nieuws

WHO-deur blijft voorlopig dicht voor arm Azië

Marwaan Macan-Markar

21 februari 2002

Arme ontwikkelingslanden in Azië moeten zich
geen illusies maken over hun kansen om spoedig toe te treden tot de
Wereldhandelsorganisatie (WHO). Landen als Vietnam, Nepal en Cambodja hebben
nog veel 'huiswerk' voor de boeg om te beantwoorden aan de strenge criteria
die daarvoor gelden. Dat bleek uit een vierdaagse bijeenkomst van
vertegenwoordigers van 10 Aziatische kandidaat-lidstaten en experts
internationale handel die vandaag (donderdag) in Bangkok werd besloten.
Kritiek is er op de bijkomende voorwaarden die de WHO nieuwe leden oplegt in
vergelijking met de huidige lidstaten.

De Aziatische kandidaat-lidstaten moeten meestal een hele reeks nieuwe
wetten stemmen om hun institutioneel kader aan te passen aan de eisen die de
WHO stelt. Vaak moeten ook nieuwe instellingen worden opgericht of bestaande
organen hervormd om te waarborgen dat regeringsbeslissingen in verband met
economische beleidswijzingen sneller en efficiënter worden uitgevoerd. De
WHO ziet de vraag tot toetreding graag ook ondersteund door grote
belangengroepen als de ondernemers, de landbouwsector en de ambtenarij.

We zouden graag snel toetreden, maar de procedure zal ons wel handenvol
geld kosten, concludeert Prachanda Man Shrestha van het Nepalese ministerie
van Industrie en Handel. We moeten zo’n 20 nieuwe wetten stemmen, en er
moeten nieuwe instellingen worden opgericht om die bepalingen uit te
voeren.

Cambodja, een andere kandidaat-lidstaat, heeft nog meer wetgevend werk voor
de boeg. Alle wetten die verwijzen naar de vroegere planeconomie moeten
gewijzigd worden. Dat vraagt veel tijd, zegt Sok Siphana van het
Cambodjaanse ministerie van Handel. En de implementatie zorgt voor
bijkomende kopbrekens.

De vergadering in Bangkok was georganiseerd door de Economische en Sociale
Commissie voor Azië en de Stille Oceaan van de VN (ESCAP). Meer dan 20
ontwikkelingslanden uit die regio zijn nog geen lid van de WHO. China, het
nieuwste lid van de WHO, had voor zijn toetreding 14 jaar en negen maanden
nodig. Maar de procedure hoeft niet voor alle landen zo moeizaam te lopen -
één van de conclusies van de vergadering was dat de toetreding elk land voor
heel specifieke problemen stelt waarvoor aparte oplossingen moeten worden
gevonden.

Maar sommige uitdagingen zijn voor alle kandidaat-leden hetzelfde. Ze staan
allemaal voor de bijkomende voorwaarden die de WHO kandidaat-leden is
beginnen op te leggen en die het toetredingproces voor iedereen
verlangzamen. De WHO wil onder meer dat nieuwe lidstaten meteen beantwoorden
aan alle bepalingen inzake handelsgerelateerde intellectuele
eigendomsrechten (TRIPS). Dat verplicht de kandidaat-lidstaten ruim op
voorhand complexe juridische instrumenten te ontwikkelen rond thema’s
waarmee ze zich nauwelijks hebben beziggehouden. Volgens Eila, een
medewerkster van de VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling (Unctad),
overstijgen dergelijke voorwaarden de capaciteiten en de middelen van de
Minst Ontwikkelde Landen.

Maar Stuart Harbison, de voorzitter van de Algemene Raad van de WHO, stelt
dat de toetreding van landen geen politiek proces is, maar een commerciële
oefening. Kandidaat-lidstaten moeten weten wat ze willen: als ze tot de
WHO-willen toetreden, moeten ze ook bereid zijn de regels toe te passen en
hun markten te openen voor vrijhandel.

De ontwikkelingslanden hebben wel niet echt de keuze. Volgens een
ESCAP-studie dreigen Minst Ontwikkelde Landen naast de voordelige status van
‘meest begunstigde natie’ te grijpen zolang ze geen lid zijn van de WHO, en
blijven in die landen ook de directe buitenlandse investeringen uit. De
handelsbetrekkingen van Minst Ontwikkelde Landen die geen WHO-lid zijn
blijven meestal beperkt tot bilaterale relaties met weinig partners, vaak
gebaseerd op historische banden.