Drie vuistregels tegen onbedoeld racisme

Opinie

Drie vuistregels tegen onbedoeld racisme

Drie vuistregels tegen onbedoeld racisme
Drie vuistregels tegen onbedoeld racisme

‘Er zijn zo van die zonnige lentedagen waarin er niets rest dan een diepe schaamte voor uw geboorteland of -regio. #DeMorgen #Obama #Wilders #Rutte …’, schreef ik de dag na het verschijnen van de apenfoto Michelle en Barack Obama in De Morgen. Sinds september woon ik in het het Verenigd Koninkrijk en het was dubbel confronterend om die smakeloze poging tot satire in de Britse kranten uitgesmeerd te zien. Anderzijds was het bevrijdend om in een omgeving te zijn waar het diep racistisch karakter van die foto geen discussie behoeft. Bevrijdend genoeg om voldoende energie over te houden om de ‘dit-is-geen-racisme’-discussie met de vrienden in Vlaanderen zonder teveel rancune te blijven aangaan, hoe mensonterend ook.

Jaren geleden had ik me voorgenomen om niet meer deel te nemen aan dit soort discussies. Niet uit arrogantie of mentale moeheid, maar vooral omdat het afleidt van het echte werk: creatief nadenken over oplossingen voor de gevolgen van racisme: ‘gekleurde’ armoede, werkloosheid en gevangenissen, ‘gekleurde’ discriminatie op de arbeids-, woon- en onderwijsmarkt.

Gezien de link tussen de denigrerende uitlatingen over bepaalde bevolkingsgroepen en de uitsluitingscijfers in onze contreien heb ik me niettemin moeten neerleggen bij het belang van het voeren van de ‘dit-is-geen-racisme’- discussie. Die discussie volgt steevast hetzelfde patroon: iets is geen racisme omdat het zo niet bedoeld is (in onze contreien hebben we een andere gevoeligheid dan in de VS of het VK bijvoorbeeld) en dus is het geen racisme. We begrijpen dat het kwetsend kan zijn voor sommigen – trek het je niet aan, of: onze excuses daarvoor – maar dat maakt het nog geen racisme.

Drie vuistregels

Uit pragmatisme opper ik daarom drie vuistregels voor een vlot ‘dit-is-geen-racisme’ debat: overstijg het emotionele, het individuele en het hier en nu.

Emotie: wijzen op het racistische karakter van Zwarte Piet of de Obama foto’s gaat om meer dan persoonlijke belediging. Het gaat om iets structureels, om die erbarmelijk gekleurde discriminatiecijfers. Probeer me dus niet te troosten of te wijzen op mijn lange tenen.

Individueel: racisme gaat niet om u en mij als individu, noch om individuele intenties. Het is een collectief systeem dat zich in stand houdt via individuele acties.

Het hier en nu: racisme heeft een historisch en internationaal parcours en de beoordeling of iets racistisch is kan zich dus niet beperken tot (een partiële lezing) van Vlaanderen, België of Europa vandaag. We moeten onze geschiedenislessen herzien om het heden te begrijpen en beseffen dat een Vlaming alle kleuren van de regenboog kan hebben.

De pianist

Tijdens een van onze Facebookdiscussies vergeleek een van mijn vrienden de aanval op het De Morgen incident als het schieten op een pianist die onbewust nazi-deuntjes speelt. Het punt dat ik hier heb willen maken is dat het niet om de pianist gaat. Wordt deze uit de weg geruimd, dan zijn er in een nazi-samenleving duizenden anderen om zijn of haar plaats in te nemen.

Het belangrijkste in deze analogie is het effect van de nazi-deuntjes op de samenleving. Roepen ze op tot uitsluiting, moord, uitwijzing…? Het is algauw duidelijk dat de intentie van de pianist – die misschien niet eens weet wat hij speelt –van minimaal belang is. De historische voorstelling van Afrikanen als apen is de grond waarop slavernij, kolonisatie, exploitatie en het – iets welwillendere – missionariswerk mogelijk werd. Dat is toen.

Voor vandaag onthouden we bijvoorbeeld dat er geen systematische uitsluiting of regulering (cf. hoofddoekenverbod) van onze moslimmedemensen kan zijn zonder een (on)bewust geloof in de superioriteit van ons samenlevingsmodel en hun inferioriteit. Bedoeld of onbedoeld is hierin weinig relevant, het gaat om de effecten.

Dit artikel verscheen eerder in Het Belang van Limburg.