Wat de wereld ons leert over (gender)ongelijkheid in tijden van crisis

UCOS

04 mei 2020
Opinie

6 lessen uit het Globale Zuiden

Wat de wereld ons leert over (gender)ongelijkheid in tijden van crisis

Wat de wereld ons leert over (gender)ongelijkheid in tijden van crisis
Wat de wereld ons leert over (gender)ongelijkheid in tijden van crisis

De COVID-19-uitbraak brengt niet alleen een crisis met zich mee, maar dreigt ook (gender)ongelijkheid te vergroten. Voor velen onder ons is het de eerste keer dat we zoiets meemaken. Toch zijn er heel wat lessen te trekken uit voorgaande gelijkaardige crisissituaties, zoals de SARS-, zika- of ebola-epidemie.

© Trinity Care Foundation (CC BY-NC-ND 2.0)

Vrouwen nemen doorgaans een grotere plek in de zorgsector in dan mannen.

© Trinity Care Foundation (CC BY-NC-ND 2.0)

In maart schreef Olivia Rutazibwa in MO* hoe het Westen de coronacrisis had kunnen vermijden door te kijken naar Aziatische landen, maar een eurocentrische blik in onze weg stond om echt te luisteren. Volgens Rutazibwa is het belangrijk om uit eerdere ervaringen te leren over hoe aan dergelijke situaties het hoofd werd geboden: 'We kunnen wel bewust kiezen van wie en waar we leren.'

Het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS) is een erkende Belgische ngo die ijvert voor rechtvaardige en democratische verhoudingen in de wereld, gendergelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid.

Het doet dit door de wereldburgerschapscompetenties bij studenten in het hoger onderwijs te versterken. In het project CHanGE bouwen we met een groep van geëngageerde studenten mee aan een wereldwijde beweging voor gendergelijkheid en seksuele en reproductieve rechten.

Laat ons daarom vanaf nu leren uit deze lessen van voorgaande ervaringen, zodat we maatregelen nemen die effectief zijn en vermijden dat (gender)ongelijkheid verder toeneemt door deze crisis.

Dat een crisis zoals deze een grote impact kan hebben op genderverhoudingen, blijkt uit onderzoek. En dat onderzoek maakt dat we vandaag belangrijke lessen kunen trekken.

  1. Zorg voor een gelijke verdeling van zorgtaken


Vrouwen nemen doorgaans een grotere plek in de zorgsector in dan mannen. Zo was 80 procent van zorgverleners vrouw, tijdens de SARS-epidemie van 2003 in Hong Kong. Tijdens die epidemie ondervonden vrouwen bovendien een grote druk om de overuren die ze maakten in de zorg te combineren met de zorg voor kinderen en familie. De maatschappelijke verwachting dat vrouwen die rol thuis opnemen, vergroot die druk.

Er zijn voorbeelden te vinden van crisissen die tot een meer gelijke verdeling van zorgverlening leidden, zowel professioneel als in het huishouden. Voor WOII hadden slechts 28 procent van de vrouwen in de VS een betaalde job, na de oorlog was dat al 37 procent en het aantal bleef nadien stijgen.

Ook in Japan, na de tsunami van 2011, kwam er meer aandacht voor alleenstaande vaders en een herwaardering van het vaderschap. De coronacrisis kan in de zorg voor kinderen thuis betekenen dat vaders een grotere vaderschapsrolopnemen.

  1. Wees genderbewust wat (financiële) steun betreft


Uit de ebola-uitbraak in West-Afrika blijkt dat ook economische gevolgen niet genderneutraal zijn. Tijdens die epidemie daalde het inkomen van iedereen, alleen bleek dat nadien het inkomen van mannen sneller weer op het niveau van voor de uitbraak kwam, dan bij vrouwen. De oorzaak hiervoor ligt bij de nood aan onbetaalde zorg, die tijdens en na een epidemie groter is en zoals eerder aangehaald, wereldwijd vaker op de schouders van vrouwen terecht komt.

Door die dubbele zorgverantwoordelijkheid die vele vrouwen op het werk en thuis opvangen, is er tijdens een crisis als deze nood aan extra ondersteuning wat zorgtaken, zoals kinderopvang, betreft. De keuze van de Belgische overheid om de lessen op school te schrappen, maar toch kinderopvang te blijven voorzien, was daarom een goede keuze.

Daarnaast bleek ook al uit de ebola- en zika-epidemie dat een lockdown — die burgers aanmoedigt of verplicht om thuis te blijven — leidt tot een stijging van huiselijk geweld. Sinds de coronamaatregelen in ons land van kracht zijn, meldde de hulplijn 1712 dat oproepen over huiselijk geweld met 70 procent stegen. Meer stress, meer alcoholgebruik en financiële middelen zijn factoren die dat geweld stimuleren en bovendien is er minder toegang tot hulpkanalen.

Daarom is het belangrijk dat niet alleen economische gevolgen van een crisis worden opgevangen, zoals het effect op de lonen, maar ook (financiële) steun wordt voorzien zodat slachtoffers van huiselijk geweld financieel onafhankelijk van de dader kunnen zijn. Ook opvang en ondersteuning van slachtoffers van mishandeling, huishoudelijk of partnergeweld in vluchthuizen en opvangcentra moet gegarandeerd blijven.

3. Schort niet alle gezondheidszorg op die niet dringend lijkt

Tijdens de ebola-epidemie in Sierra Leone vielen meer doden door moeder- en kindersterfte dan door ebola zelf. De oorzaak: financiële middelen die normaal werden gebruikt voor de reproductieve gezondheidszorg, werden ingezet in de strijd tegen de epidemie. Op die manier werd de collateral damage van de ebolacrisis groter dan de schade van de crisis zelf: moedersterfte steeg er in die periode met 70 procent.

Op sommige plekken dreigt de coronacrisis een gelijkaardige impact te gaan hebben. Om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, besliste de Oegandese overheid om het publieke transport op te schorten. Daardoor zijn er nu al meer gevallen van moedersterfte omdat zwangere vrouwen niet meer op tijd de nodige medische hulp krijgen.

Maar er zijn nog risico's op tekortkomingen in de reproductieve gezondheidszorg tijdens zo'n epidemie. Door een beperkte of afwezige toegang tot (veilige) anticonceptie, kan ook het aantal ongewenste en tienerzwangerschappen toenemen tijdens zo'n crisis, zoals tijdens de ebolacrisis het geval was. Reisrestricties en een verstoorde levering van medicijnen liggen daar aan de basis.

Ook in de VS zien we vandaag hoe reproductieve gezondheidszorg wordt ingeperkt, omdat bepaalde staten beslisten dat abortussen ‘niet-essentiële medische ingrepen’ zijn en tijdens de crisis niet meer worden uitgevoerd.

Het is cruciaal om de andere gezondheidszorg niet uit het oog te verliezen nu alle aandacht en middelen naar het bestrijden van het coronavirus gaan. Zwangere vrouwen moeten ook tijdens quarantaine toegang tot goede geboortezorg blijven hebben, maar ook bredere reproductieve gezondheidszorg zoals toegang tot anticonceptiva en veilige abortus, moeten gegarandeerd blijven.

4. Laat een diverse groep het crisisbeleid uitstippelen

Waar vrouwen minder vertegenwoordigd zijn op beleidsniveau ontstaan als het ware blinde vlekken bij besluitvorming. Bepaalde noden worden daardoor over het hoofd gezien.

We zien dat ook bij andere doelgroepen die te weinig of niet vertegenwoordigd worden bij besluitvorming tijdens epidemieën. Tijdens de hiv-/aidsepidemie in Noord-Amerika van de jaren 80 zochten veel personen met een hoog risico — zoals mannen die seks hebben met mannen — geen hulp of lieten zich niet testen. Het was het gevolg van het wantrouwen ten aanzien van publieke (gezondheids)instellingen die homoseksualiteit voorheen als een ziekte beschouwden.

Om geen crisisbeleid met blinde vlekken te voeren, moet er gekeken worden naar wie de beslissingen neemt. In de VS is er in de Coronavirus Task Force van het Witte Huis bijvoorbeeld een ongebalanceerde genderverhouding te zien. Aanvankelijk werden in januari twaalf mannen en geen enkele vrouw aangesteld. Ondertussen werd de taskforce uitgebreid tot 22 leden, waaronder twee vrouwen.

Bovendien is het vraagstuk representatie ook vanuit intersectioneel oogpunt van belang. Het bleek intussen al dat vrouwen van kleur in de Verenigde Staten extra hard geraakt worden door de effecten van de coronacrisis.

  1. Wees specifiek in dataverzameling en onderzoek


Om een duidelijk zicht te krijgen op effecten van deze crisis op gender is het gebruik van zogenoemde gedesaggregeerde gegevens essentieel. Dat komt neer op het maken van een onderscheid op basis van specifieke persoonskenmerken zoals gender, religie, seksuele oriëntatie, het hebben van een beperking …

Tot nu toe zouden meer mannen aan het coronavirus overlijden dan vrouwen, maar zouden vrouwen meer kans lopen om het virus op te lopen omdat ze vaker tewerkgesteld zijn in jobs met besmettingsgevaar.

Ook de analyse over de toegang tot gezondheidsdiensten voor verschillende groepen — van man versus vrouw, mensen met een beperking tot de LGBTQ+-gemeenschap — heeft nut. Zo bleek al dat voor holebi's en transgenders bestaande mentale problemen onder invloed van het coronavirus verergeren.

  1. De crisis is geen excuus om mensenrechten niet te respecteren


Je hebt alleen goede gezondheidszorg als die gebaseerd is op mensenrechten. Andere afwegingen tussen publieke gezondheid en mensenrechten zijn vals.

Vandaag wordt het inperken van bepaalde rechten vaak als noodzaak voorgesteld. Toch toont onderzoek aan dat empowerment een beter antwoord is op een epidemie dan dwangmatige beperkingen. Bij preventie en genezing van hiv/aids is gebleken dat het beter werkte om specifieke gemeenschappen, zoals sekswerkers of druggebruikers, goed te informeren en te versterken in plaats van te bestraffen.

Het is daarom aan de overheid om bij crisissen zoals deze een beleid te voeren dat op maat is van verschillende doelgroepen en (deel)gemeenschappen: van thuislozen, jongeren die in residentiële opvang verblijven tot transmigranten en verzoekers om internationale bescherming.

Tegelijk is het aan ons allemaal om waakzaam te blijven voor beperkingen op onze rechten in het kader van de coronamaatregelen. Denk aan ons recht op vrijheid, recht op vereniging of recht op privacy.

'Waar we onze kennis vandaan halen, is een kwestie van leven en dood', aldus Rutazibwa. Daarom is het van groot belang dat er geen plek wordt gemaakt voor eurocentrisme en een westerse superioriteitsgevoel zodat we kunnen leren van de geschiedenis en ervaring van andere landen.

Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat de onrechtstreekse collateral damage van de epidemie beperkt blijft en bestaande ongelijkheden niet groeien, maar verder teruggeschroefd worden.