Grondwet geldt minder voor machthebbers

Opinie

Grondwet geldt minder voor machthebbers

Grondwet geldt minder voor machthebbers
Grondwet geldt minder voor machthebbers

In de jaren ‘90 namen Afrikaanse landen presidentiële termijnlimieten op in hun grondwet, waardoor machthebbers doorgaans na twee termijnen plaats moeten ruimen. Toch slaagden een aantal presidenten er met de deadline in zicht in om, ondanks massaprotesten, de wet te omzeilen.

Een verplichte wissel van de macht is nuttig. In de woorden van filosoof Edmund Burke: hoe groter de macht, hoe gevaarlijker het misbruik. Termijnlimieten vergroten de kans op levendige verkiezingen, frisse beleidsideeën en een inperking van de macht.

Zittende Afrikaanse presidenten geven hun privileges echter niet zomaar op. Zo ontstonden in Burkina Faso in 2014 massaprotesten nadat president Blaise Compaoré bekend maakte de grondwet te willen wijzigen via een referendum. Zijn poging mislukte en Compaoré ontvluchtte het land.

Zijn Burundese collega had meer succes. In 2015 besloot Pierre Nkurunziza een derde termijn te dienen, waarmee hij het luide protest van de bevolking negeerde. Volgens de president telt zijn eerste ambtsperiode niet mee, waardoor hij binnen de limiet valt. België beëindigde daarop zijn rechtstreekse steun aan het regime.

Internationale steun

‘Presidenten kunnen valsspelen omdat er een grote kloof gaapt tussen wat internationale organisaties enerzijds beweren te doen en anderzijds wat ze daadwerkelijk doen’, stelt Laura Ritter in haar thesis aan de KU Leuven.

In 2014 was 73 procent van de Afrikanen voorstander van een maximum van twee termijnen.

In haar masterproef focust Ritter op deze twee recente cases daar ze nog niet eerder diepgravend werden onderzocht. Bovendien kunnen de resultaten van pas komen voor de buurlanden.

In 2017 speelt het thema immers nog altijd. Zo stelde de Democratische Republiek Congo de verkiezingen uit, waardoor de president zijn tweede termijn kan rekken.

Congo-Brazzaville en Rwanda hielden een referendum waarbij meer dan negentig procent van de bevolking in beide landen zich uitsprak voor een derde termijn.

Die uitslag strookt niet met de cijfers voor het gehele continent, in 2014 was 73 procent van de Afrikanen namelijk voorstander van een maximum van twee termijnen.

Geen hapklare strategie

In theorie kunnen internationale organisaties de gemoederen in Burkina Faso en Burundi helpen bedaren. ‘De Afrikaanse Unie (AU) en Verenigde Naties (VN) kunnen een rol spelen, daar zowel Burundi als Burkina Faso lid zijn van de AU en VN’, stelt Ritter. Hoe ze concreet kunnen ingrijpen, is minder duidelijk. Het doorgronden van de werkwijze blijkt immers lastig, omdat er geen hapklare strategie klaarligt.

Ritters stappenplan begint met de vaststelling dat de president de termijnlimiet aan zijn laars lapt en gaat via sancties als schorsingen over in eventuele interventies.

Het thema goed bestuur, waar het naleven van de grondwet onder valt, wordt namelijk in vele akkoorden genoemd. Ritter bekeek daarom per document de genoemde acties en uitvoerders, en bundelde dat tot een strategie.

Ritters stappenplan begint met de vaststelling dat de president de termijnlimiet aan zijn laars lapt en gaat via sancties als schorsingen over in eventuele interventies door de organisaties en eindigt bij een uiteindelijke terugtrekking nadat het staatshoofd zich wel aan de grondwet houdt.

Naast dit theoretische stappenplan maakt Ritter een empirische versie aan de hand van persberichten van de AU en VN. De strategie heeft immers enkel nut als de organisaties het daadwerkelijk uitvoeren.

Schorsing of interventie?

In Burkina Faso volgden de AU en VN hun beleid. Beide organisaties houden er de situatie in de gaten en moedigen nationale en regionale groepen aan om tot een oplossing te komen. De AU ging bovendien over tot een schorsing van het land als lid. Pas wanneer de termijnlimieten worden gerespecteerd kan Burkina Faso opnieuw tot de AU horen.

Het geval van Burundi is een ingewikkelder verhaal. Naast aansporingen om het conflict zelfstandig op te lossen, bekijkt de Veiligheidsraad van de VN interventievoorstellen, waaronder het sturen van een vredesmacht. Dit proces gaat langzaam, waardoor er nog weinig actie is ondernomen.

Ook zonder de toestemming van president Nkurunziza kan de Afrikaanse Unie in principe optreden.

De Afrikaanse Unie loopt er eveneens tegen problemen aan. Die organisatie wil er een missie opzetten, wat president Pierre Nkurunziza tot heden weigert.

Ook zonder zijn toestemming kan de AU in principe optreden. Een clausule in het charter van de organisatie maakt het immers mogelijk in te grijpen bij ernstige omstandigheden, zoals oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

De AU verzaakt echter aan dergelijke actie, die trouwens een primeur zijn in de geschiedenis van de Unie. Burundi schorsen als lid van de Afrikaanse Unie zou een logischere stap zijn, maar ook dat deed de Unie niet. De organisatie stapte van haar theoretische strategie af en startte een tweede diplomatieke ronde.

De Burundese overheid weigerde opnieuw de geopperde maatregelen. Daarop ondernam de AU geen nieuwe actie, en wijkt ze dus, net als de VN, af van de vastgelegde aanpak. Intussen gaan het geweld en de protesten in Burundi onverminderd door.

Rechtstaatdilemma

Ritter ziet op basis van eerdere onderzoeken en persberichten van de organisaties mogelijke verklaringen voor die impasse. Zo kampt de VN met een rechtsstaatdilemma. Het Burundese Grondwettelijk Hof gaat akkoord met een derde termijn voor president Nkurunziza.

Door in te grijpen, zou de VN de legitimiteit van het Burundese Grondwettelijk Hof ontkennen.

Door in te grijpen, zou de VN de legitimiteit van dat hof dus ontkennen. Toch wil de organisatie niet bij de pakken blijven zitten. De huidige chaos kan immers onmogelijk nog vijf jaar, oftewel een termijn, aanhouden.

Om dit dilemma te omzeilen, focust de VN op een nationale dialoog in plaats van zelf in actie te komen. Ook de AU wijkt af van haar beleid. Die organisatie verklaart de soevereiniteit te respecteren. Aangezien de Burundese overheid geen hulp wil, intervenieert de AU niet.

Tegelijk vrezen beide organisaties dat de Burundese onrust de stabiliteit in de hele regio kan beïnvloeden. Een vervolgonderzoek naar het stoppen met toepassen van beleid is daarom op zijn plaats, meent Ritter.

Wereldwijd relevant

Al focust Ritter in haar masterproef op Afrika, het VN-model is volgens haar wereldwijd toepasbaar. Dat komt omdat de onderzochte documenten over goed bestuur door alle leden zijn ondertekend.

Het stappenplan is daardoor bijvoorbeeld ook relevant voor het oplossen van de huidige problemen met goed bestuur in Latijns-Amerika. Uiteraard moet de VN haar strategie wel uitvoeren. Ritter hoopt dat die kans groter wordt nu zij als eerste onderzoeker alle verdragen heeft gebundeld tot één duidelijk beleidsplan.

Het volledige onderzoek van Laura Ritter kan je raadplegen in de Vlaamse ScriptieBank. Ritter nam met haar scriptie deel aan de Vlaamse Scriptieprijs 2016.