Ik stond op de EU-lijst voor nepnieuws. Maar dat bleek onterecht

Opinie

Ik stond op de EU-lijst voor nepnieuws. Maar dat bleek onterecht

Ik stond op de EU-lijst voor nepnieuws. Maar dat bleek onterecht
Ik stond op de EU-lijst voor nepnieuws. Maar dat bleek onterecht

Eerst gelabeld als “desinformatie” door de EU, dan vragen van Thierry Baudet in de Nederlandse Tweede Kamer, een reactie van de Nederlandse vicepremier én de EU zelf. En dan plots niet meer op de “nepnieuwslijst”. Dit is wat ik zelf van denk over de heisa rond mijn interview over de Oekraïense ultranationalisten op de Nederlandse NPO Radio 1.

© Xander Stockmans

Pieter Stockmans in Oost-Oekraïne tijdens een interview met Russische vrijwilligers

© Jürgen Augusteyns​

Mijn interview over de Oekraïense ultranationalisten op de Nederlandse NPO Radio 1 blijft stof doen opwaaien in Nederland. Eerst gelabeld als “desinformatie” door de EU, dan vragen van Thierry Baudet in de Tweede Kamer, een reactie van de Nederlandse vicepremier én de EU zelf. En dan plots niet meer op de “nepnieuwslijst”. Dit is wat ik er zelf van denk.

In 2016 gaf ik een interview aan de Nederlandse NPO Radio 1 over mijn onderzoek “De ultranationalisten: beschermers van Oekraïne of bedreiging voor de democratie?” NPO Radio 1 koos de volgende kop: ‘Rechtse extremisten nemen de macht over in Oekraïne’. Ik vond dat een overdreven kop die niet helemaal aansloot bij mijn bevindingen.

Link

Lees hier een Q&A over EUvsDisinfo.

Een Belgisch-Oekraïense ngo meldde het interview aan EUvsDisinfo, de nepnieuwsbestrijdingsdienst van de Europese Unie, omdat het hen deed denken aan de Russische propagandaboodschap dat “alle Oekraïners fascisten zijn”. EUvsDisinfo factcheckte het interview. Het oordeel: “desinformatie”.

Dit vonden ze desinformatie:

  • Rechtse extremisten nemen de macht over in Oekraïne.

  • Ze controleren Odessa.

  • Ze gaan Oekraïne onder controle krijgen door geweld te gebruiken.

  • Ze zijn vertegenwoordigd in de staatsinstellingen en hebben veel invloed in de samenleving.

  • Svoboda (extreemrechts) heeft 36 parlementsleden.

Dit was hun rechtzetting: Svoboda heeft slechts 6 parlementsleden. Rechtse Sector is een verwaarloosbare kracht in Oekraïne, wat blijkt uit de verkiezingsresultaten: 1,8 procent van de stemmen in de laatste parlementsverkiezingen.

Screenshot van het inmiddels verwijderde bericht van EUvsDisinfo

Ik was vereerd door die factcheck, maar verbaasd over het feit dat ze niet de moeite hadden genomen om mijn eigenlijke onderzoeksreportage te bekijken. Daar had ik maandenlang aan gewerkt om de strijd tussen de anti-Russische Oekraïense ultranationalisten én de pro-Russische extremisten diepgaand te onderzoeken en in perspectief te plaatsen.

In die reportage schreef ik niet dat extremisten “’de macht overnemen” of dat ze Odessa controleren. Wel dat ze invloed hebben in de samenleving en daar blijf ik bij. Je hebt niet veel stemmen nodig om invloed te hebben. Dat is meestal zo voor extremisten, die niet altijd de stembus gebruiken om hun invloed over samenlevingen te laten gelden. Dat doen ze via intimidatie, geweld, angst en terreur.

Daarvan was ik ooggetuige in Odessa. En dat ooggetuigenverslag heb ik genuanceerd weergegeven en gekaderd in de bredere context. Het klopt wel dat Svoboda geen 36 parlementsleden heeft, maar die fout was al van in het begin aangepast.

Ik ben in het radiointerview hoogstens wat onzorgvuldig geweest in een paar formuleringen en NPO Radio 1 koos een sensationele kop die niet echt aansloot bij mijn bevindingen in Oekraïne. Maar is dat doelbewuste desinformatie?

Deze EU-instantie maakt blijkbaar geen onderscheid tussen moedwillige desinformatie/nepnieuws en journalistieke onzorgvuldigheid. Maar waar eindigt dat? En wat zegt dat over de geloofwaardigheid van het werk van EUvsDisinfo in hun andere factchecks?

Hoe ben ik op die nepnieuwslijst beland?

Een Belgisch-Oekraïense ngo meldde het interview in 2016 al aan EUvsDisinfo. De ngo scant het internet op zoek naar pro-Russische propagandaboodschappen. “Oekraïne wordt overgenomen door fascisten” is zo’n boodschap die de Russische staatsmedia en het Kremlin de wereld insturen in een voortdurende stroom van nepnieuws en desinformatie.

Daarover bracht ik zelf een interview met de Oekraïense factcheckers van Stop Fake. Maar de ngo, en soms Stop Fake zelf ook, gaan soms te ver in het gebruik van het label nepnieuws. Alles wat hen ook maar van ver aan de Russische propagandaboodschappen doet denken, klasseren ze snel als “fake news”.

Het is niet omdat iets je doet denken aan Russische propaganda, dat het ook Russische propaganda is.

In werkelijkheid is dat geen Russische propaganda, maar een journalistiek bovengespit feit dat hen niet welgevallig is. Want wat ik in Odessa onderzocht heb, is niet zomaar een mening. Dat ultranationalisten intimidatie gebruiken en de instellingen van de rechtsstaat aanvallen, is een feit. Het is niet omdat iets je doet denken aan Russische propaganda, dat het ook Russische propaganda is.

Opvallend is dat dezelfde ngo me later uitnodigde voor een conferentie over nepnieuws in Kiev. In hetzelfde dossier als het dossier waarin het bewuste artikel over de ultranationalisten verscheen, stonden ook andere artikels die hen wel meer aanstonden.

En als ze het artikel over de ultranationalisten degelijk hadden gelezen, hadden ze gemerkt dat het een diepgaand stuk is waarin de hele problematiek belicht wordt en ook de fatale rol van de pro-Russische extremisten in Odessa.

Daarna schreef ik nog een dossier over de Europese integratie van Oekraïne en over Rusland. Beide dossiers konden ze erg smaken. Ze hebben me inmiddels laten weten dat ze hun fout hebben ingezien en dat ik geen “propagandist” ben.

Voor mij is deze zaak al lang gesloten. Ik verwijt het hen niet en ik respecteer hun werk voor hun land Oekraïne. Ze hebben het recht om voor hun land op te komen en het imago van Oekraïne te promoten, maar volgens mij doen ze dat imago geen goed als ze te ver gaan in het gebruik van het label fake news.

Dat is de boodschap die ik op hun conferentie in Kiev heb gegeven, te bekijken in onderstaande video vanaf 4:15.

Als ze door dit voorval inzien dat ze voorzichtiger moeten omspringen met het label fake news omdat ze anders zelf deel worden van de informatieoorlog, dan ben ik blij dat ik daar heb voor kunnen zorgen.

Maar dat een pro-Oekraïense lobbyorganisatie een bericht dat hen niet aanstaat meldt aan EUvsDisinfo vind ik nog niet eens het raarst. Wel dat EUvsDisinfo, een officiële instelling van de EU, er vlotjes in meegaat.

EUvsDisinfo noemt diepgaande onderzoeksjournalistiek, die maanden desk-research en terreinonderzoek kostte om de complexe realiteit in context te plaatsen, “desinformatie”. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van hun kritiek op eigenlijke, moedwillige desinformatie. En het is koren op de molen van eurosceptici die dit gretig aanwenden om hun grote gelijk kracht bij te zetten.

Vragen in het Nederlandse parlement en reactie van de EU

Gisteren viel ik opnieuw uit de lucht. Ik nam deel aan een panelgesprek van Pakhuis De Zwijger en De Groene Amsterdammer over één jaar Trump in Amsterdam. Eén van de deelnemers zei: ‘Je bent hier inmiddels een bekende journalist geworden.’

‘Huh, waarom?’, vroeg ik.

‘Wel, je interview voor NPO Radio 1 is van de nepnieuwslijst afgehaald en er kwamen vragen over in de Tweede Kamer.’

Inderdaad, nos.nl berichtte gisteren: ‘De EU-nepnieuwsbestrijdingsdienst beoordeelde een interview met de Vlaamse journalist Pieter Stockmans in het radioprogramma DeNieuws BV eerder als “desinformatie”, maar zegt dat dat niet meer zo is omdat de kop boven het interview is aangepast.’

Niemand minder dan Thierry Baudet stelde er in de Tweede Kamer een vraag (84 vragen) over aan de Nederlandse vicepremier Kajsa Ollongren. Hij noemde me een “onderzoeksjournalist”. Ook de website GeenStijl berichtte “positief” over mij. En de rechtse nieuwssite TPO bracht het nieuws op zijn eigen manier.

EUvsDisinfo noemt diepgaande onderzoeksjournalistiek “desinformatie”. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van hun kritiek op echte moedwillige desinformatie.

Dat is best vreemd. Baudet, GeenStijl en TPO speelden een belangrijke rol in het winnende neen-kamp in het Oekraïnereferendum, tegen de Europese integratie van Oekraïne. Ik schreef artikels over die Europese integratie van Oekraïne die hen minder zouden aanstaan. Dan zou ik waarschijnlijk geen “onderzoeksjournalist” zijn.

NRC Handelsblad vroeg een reactie aan Adam Kaznowksi, de woordvoerder van de Europese dienst waar de EU-nepnieuwsbestrijdingsdienst onder valt. ‘Het is helemaal niet de bedoeling om de media weg te zetten als misleidend. We zeggen alleen dat het bericht óf feitelijk onjuist is óf onjuiste narratieven gebruikt die door pro-Kremlin-activisten of het Kremlin zelf zijn verspreid’, klonk het.

Dat vind ik een bedenkelijke reactie. Zoals ik eerder al schreef: het is niet omdat iets je doet denken aan “narratieven die door pro-Kremlin-activisten of het Kremlin zelf zijn verspreid”, dat het ook zo’n narratief is. Daar zit juist het risico om, in de strijd tegen nepnieuws, deel te worden van de informatieoorlog waartoe nepnieuws ons wil verleiden.

Mijn vertrouwen in het EU-beleid tegen desinformatie en nepnieuws heeft in ieder geval een deuk gekregen.

Gelukkig is er nog Zondag Met Lubach, die er ook een item over maakte. Hij vindt niet dat de overheid zich moet inhouden met het factchecken van journalisten.