Mediagod verbrandt zich aan zijn eigen zonnegloed

Opinie

Het ongemakkelijke maar stichtende verhaal over de val van Tarun Tejpal

Mediagod verbrandt zich aan zijn eigen zonnegloed

Mediagod verbrandt zich aan zijn eigen zonnegloed
Mediagod verbrandt zich aan zijn eigen zonnegloed

In India woedt een echte mediastorm over Tarun Tejpal en Tehelka. De God van Progressieve Media vergreep zich eerder deze maand aan een jonge journaliste. En plots blijkt nog maar eens dat mooie idealen geen afdoende bescherming vormen tegen de ontsporingen van macht en machismo.

‘Ik vind het een abject vrouwvijandig boek’, schreef een collega die ik nogal hoog acht als het op Zuid-Aziatische literatuur aankomt. Hij had het over Tarun Tejpal’s India. Het leven van mijn moordenaars. Een ‘schandalig begrijpende beschrijving van een groepsverkrachting’ was de druppel die de emmer met irritaties over de patserige auteur en zijn vrouwonvriendelijke boek en hoofdpersonage deed overlopen. En ja, ik had vanaf het begin van de dikke roman ook een onaangenaam gevoel bij het lezen van de passages waarin de hoofdpersoon –een gefictionaliseerd alter-ego van de auteur- zijn vrouw en minnares beschrijft, respectievelijk als oninteressante huisdweil en vernederingsgeile hoer.

Maar ik las het boek als roman, niet als ego-document. Dus antwoordde ik dat ‘niemand wil gezien worden als degene die de verdediging opneemt van de banaliseerders van afschuwelijk geweld’ en dat ik daarom teruggreep naar een interview dat ik onlangs had met Farida Shaheed, VN Speciaal Verslaggever over Culturele Rechten en Pakistaanse voorvechtster van vrouwenrechten, waarin die onder andere zei: ‘…kunstenaars tonen soms de donkere onderkant van de menselijke drijfveren, maar doen dat zelden met de bedoeling het geweld of de onmenselijkheid te promoten.’ Of deze inschatting op Tejpal van toepassing is? vroeg ik me af, en beantwoordde die vraag met: ‘Ik zou denken van wel.’

Niet, dus.

Dinsdag 19 november zouden wij Tejpal, samen met de collega’s van andere alternatieve mediasites, opvoeren in een debat over kritische journalistiek, omdat hij als initiatiefnemer en hoofdredacteur van Tehelka stond voor compromisloze onderzoeksjournalistiek in India. Een dag later zou hij deelnemen aan een ontmoeting met Indiase schrijvers in Bozar, het kader van Europalia India. Voor beide evenementen zegde hij meer dan een maand geleden af.

Donderdag brak dan de hel los in Delhi. Tarun Tejpal werd beschuldigd van aanranding van een jonge journaliste –de dochter van een vriend en de beste vriendin van zijn eigen dochter- tijdens een prestigieus festival dat Tehelka organiseerde met allerlei opiniemakers en beroemdheden in Goa. De jonge vrouw vertelde de feiten meteen aan vrienden en stuurde daarna een klacht naar het management van het blad. Daarop blijkt Tejpal alvast een brief geschreven te hebben waarin hij zich “onvoorwaardelijk verontschuldigde” voor het “aanknopen van een seksuele verhouding” ondanks de “duidelijke terughoudendheid” van de jonge vrouw die “dat niet wilde”.

Volgens Shoma Chaudhury, tweede in bevel bij Tehelka, was met die onvoorwaardelijke verontschuldiging tegemoetgekomen aan de wensen van het slachtoffer. Die liet daarop prompt weten dat ze het daarmee niet eens was. Sindsdien is een mediastorm en een twittercycloon op gang gekomen die niet alleen Tarun Tejpal en Shoma Chaudhury, maar ook heel Tehelka dreigt mee te sleuren in de afgrond.

De lawine aan tweets vanuit het hoofdkwartier van de BJP –de hindoenationalistische partij die het voorwerp was van veel en hardnekkig onderzoek door Tehelka- toont aan dat de misdaad van Tejpal gretig aangegrepen wordt door de politieke rechterzijde om zich van een machig progressief medium te ontdoen.

Maar ook de vele vrouwenorganisaties die sinds december vorig jaar vechten voor nultolerantie tegenover verkrachting, tonen zich geschokt over de aanranding en op zijn minst zwaar teleurgesteld door de manier waarop Tehelka ermee omgaat –zeker omdat het blad de strijd tegen de cultuur van verkrachting altijd zo hoog in het vaandel gedragen had.

Toen ik hoorde dat Europalia India Tarun Tejpal naar België zou halen, nam ik die gelegenheid graag te baat om hem op een Vlaams podium te zetten. En om dat aan te kondigen, deed ik een interview met hem. In dat positieve portret schreef ik onder andere: ‘Op mijn suggestie dat er twee Tarun Tejpals zijn, de muckraking journalist annex mediaondernemer en de auteur van drie heel verschillende, vuistdikke en romans, reageert Tejpal lachend: ‘Er zijn minstens 25 Taruns. Ik ben heel erg overtuigd van de fundamentele veelvuldigheid van elk individu. Voor een schrijver is het trouwens essentieel om zoveel mogelijk persoonlijkheden te belichamen, want daardoor kun je heel empathisch schrijven over de uiteenlopendste personages.’ Een romanschrijver, voegt hij daar nog aan toe, is in zijn hart een dichter, terwijl een journalist een strijder is. ‘Fictie is de literaire vorm van twijfel, journalistiek zoekt zekerheid over wat juist of verkeerd is. Maar wat beide auteurs verenigt, is dat ze allebei fundamenteel subversief zijn. Ze leggen zich niet neer bij de bestaande status-quo.’

Bij het nieuws over de aanranding en de manier waarop Tejpal daar met opgeheven hoofd probeerde uit weg te wandelen –hij trok zich voor zes maanden terug als hoofdredacteur van Tehelka als een “bijkomende boetedoening”- voelde ik me opgelaten. Ik had duidelijk een inschattingsfout gemaakt.

Ik had me meer moeten laten leiden door de persoonlijke intuïtie, die niets moest hebben van het macho- en zelfverklaard goeroegehalte van Tejpal, dan door de professionele inschatting, waarmee ik vaststelde dat de man toch onmiskenbare successen geboekt had in medialand. Om nog eens mijn eigen mail aan mijn  gewaardeerde collega te citeren: ‘Ons Heer moet van alles zijn getal hebben (afgaande op leeftijd en geografie moet jij die die uitspraak kennen). Een beetje zachtzinnige mens zou nooit een blad/site als Tehelka van de grond gekregen hebben, laat staan de massale aanval van het systeem erop overleefd. Je hebt soms patsers nodig to do the right thing. Ik val niet elke week in zwijm voor Tehelka, maar in het Indiase medialandschap lijkt het blad me een absolute meerwaarde. Waarvoor hulde.’

De stelling over Tehelka blijft overeind. Al zijn de fundamentele vragen over de financiering en het eigenaarschap te relevant om zomaar opzij te schuiven. Er wordt met name veelvuldig verwezen naar een onderzoek naar een mijnbouwfirma dat afgevoerd werd. De hoofdsponsor van het Thinkfest-festival in Goa zou niet toevallig de geviseerde firma zijn. In het algemeen blijf ik ook bij de patser-stelling en de overtuiging dat onaangename mensen soms noodzakelijke zaken kunnen realiseren.

Maar als zo’n mediamacho te dicht bij de zon van zijn eigen glorie wil gaan vliegen, komt de was van zijn kunstvleugels los. En dan stort hij neer –niet alleen tot eigen scha en schande, maar ook tot leed en kwetsuur van veel andere mensen, zo blijkt. Vrouwen en kwetsbare werknermers eerst.

Via de honderden twitterberichten die ik deze zaterdagavond over de zaak zit te volgen, lees ik het ene na het andere ontluisterende profiel van Tarun Tejpal. Geschreven door ex-collega’s, mensen die de man, de baas, de mediamaker, de ondernemer, de netwerker, de patser, de hele of toch grote delen van Tarun Tejpal kenden. En die gewacht hebben tot hij neerstortte om hun bedenkingen op papier te zetten en te publiceren.

Daaruit leer ik onder andere dat Tejpal de financiële middelen voor het opstarten van Tehelka onder andere verworven heeft door het manuscript van Arundhati Roy’s God van Kleine Dingen mee te nemen en uit te geven door een pas opgerichte uitgeverij.

In zijn literatuur gebruikt Tejpal voor elke roman een eigen taalregister: een lyrische taal om de emotionaliteit van het verlangen op te roepen; een harde, brutale taal om de realiteit van het hedendaagse India te schetsen; of een meditatieve taal om de filosofische levensvragen mee te benaderen. In het ware leven varieert hij ook: van de zorgvuldig excuserende taal van de interne mail tot de offensieve toon van een persmededeling twee dagen later waarin de hele zaak omgetoverd wordt tot een politieke aanval op de dader ‘die door zijn advocaten ontmaskerd zal worden’.

De pogingen van leidinggevenden zoals Shoma Chaudhury om de zaak binnenshuis te houden en te regelen zijn niet noodzakelijk ingegeven door ontkenning van de feiten, maar hebben eerder te maken met de grote afhankelijkheid van het hele Tehelka-project van de man Tejpal en zijn politieke en financiële contacten. Dat bewijst nog maar eens hoe doorslaggevend eigenaarschap is als het er echt op aan komt.

Daarover zei Tejpal zelf in het interview dat ik met hem had begin oktober dat de grondoorzaak van de structurele crisis in de media is dat consumenten blijkbaar wel bereid zijn om te betalen voor ontspanning, maar niet voor journalistiek. ‘Daardoor wordt de journalistiek afhankelijk van reclame-inkomsten en commerciële uitgeverijen. En dat leidt dan weer tot ernstige beperkingen van de mogelijkheden van de journalistiek om haar rol ten volle te spelen: burgers en samenleving te dienen door ernstige en onafhankelijke berichtgeving.’ Te merken aan de pijnlijke afwezigheid van een ernstig bericht over de zaak die alle andere media in India nu al dagen bezighoudt, geldt dat ook voor Tehelka.

De aanranding, het tekortschieten van het bedrijf tegenover het slachtoffer, de vele verhalen over hoe ‘niemand die hem kende echt verrast is door het nieuws’: het voelt allemaal als geschonden vertrouwen, maar ook als een professionele inschattingsfout. Dat is menselijk, maar het doet wel pijn.