Over handel en goeie seks

Opinie

Over handel en goeie seks

Over handel en goeie seks
Over handel en goeie seks

Handelsakkoorden gaan over handel, denkt u wellicht. Net zoals de meeste mensen die niet erg vertrouwd zijn met de materie. En dat klopt ook maar ze gaan ook over veel meer. Inderdaad, ze gaan over het gemak waarmee producten van het ene land toegang krijgen tot de markt van het andere land. Maar de onderhandelaars van vrijhandelsakkoorden rekken die kwestie doorgaans zo breed open dat de gemaakte afspraken plots ook gevolgen hebben voor democratische procedures, sociale voorzieningen, ecologische regels en wat nog al niet.

We mogen dus niet verbaasd zijn dat we vorige week vernamen dat de Amerikanen tijdens de onderhandelingen over het Transatlantisch Handels-en InvesteringsPartnership eisen dat de Europese Unie haar wetgevingsprocedures transparanter maakt. Klinkt alsof de Amerikaanse onderhandelaars – dat zijn doorgaans handelsspecialisten - plots pleiten voor meer democratie.

Dat klinkt aandoenlijk maar waar het eigenlijk om gaat is dat de Amerikaanse multinationals eventuele wetsontwerpen al in een vroeg stadium te zien willen krijgen om zo een grotere stem te krijgen in het Europese wetgevingsproces. Zodat ze niet meer verrast kunnen worden door zoiets als REACH, de Europese regelgeving in verband met het op de markt brengen van nieuwe chemische stoffen.

Daartegen moesten Amerikaanse ambassades wereldwijd worden ingezet – ten bate van de Amerikaanse chemiereuzen – om de regulering minder strak te maken. Talloze documenten over dat diplomatieke offensief – een inmenging in de Europese democratie – lekten daarover uit. Het zou makkelijker zijn als de Amerikaanse bedrijven van in het begin al hun invloed kunnen laten gelden.

Inktvissen met lange tentakels

De vrijheid om te verkopen, overal en altijd, wordt dan het hoogste gebod waaraan al de rest is ondergeschikt.

Vrijhandelsverdragen zijn rare beestjes, inktvissen met zeer lange tentakels. Zoals we weten van de Wereldhandelsorganisatie is ‘alles wat de handel onnodig belemmert’ tegen de geest van de WTO. En dat kan dus zeer breed zijn. Als de Europeanen geen hormonenvlees op hun bord willen, kunnen de VS – of beter de Amerikaanse vleesbedrijven die hun producten in Europa willen verkopen - deze beslissing van het Europese parlement voor de WTO in vraag stellen.

Daarbij bleek uit graafwerk van europarlementslid Jaak Vandemeulebroeke en zijn medewerker Bart Staes dat de Wereldgezondheidsorganisatie – meer bepaald de Codex Alimentarius -  in een hoogstandje bandstoten bij de procedures betrokken werd om aan te tonen dat Europa niet kon bewijzen dat hormonenvlees slecht is voor de gezondheid en dat zijn hormonenverbod dus niet legitiem was. En dat zo’n veearts Karel Vannoppen dus eigenlijk voor niks is gestorven.

De vrijheid om te verkopen, overal en altijd, wordt dan het hoogste gebod waaraan al de rest is ondergeschikt. Als de EU kiest voor een degelijker klimaatbeleid en zijn energiekost daardoor hoger wordt dan landen die amper een klimaatbeleid voeren, mag het zijn klimaatbeleid niet tegen die oneerlijke competitie verdedigen door de producten van de free riders te belasten. Handel über alles. En dus ook boven het milieu, en boven de arbeidsrechten.

Internationale akkoorden hollen democratie uit (Van Rompuy, 2005)

‘Toen ik het grote wereldhandelsakkoord van 1994 goedkeurde, besefte ik hooguit tien procent van de draagwijdte ervan’, bekende het nochtans in internationale kwesties geïnteresseerde Belgische parlementslid Dirk Van der Maelen in mijn boek ‘Het recht van de rijkste’ uit 2005. Dat komt door de enorme omvang van zo’n akkoord: 26.000 pagina’s besloeg het laatste WTO-akkoord. Goed te keuren in een voormiddag door het Belgische parlement.

Komt daarbij dat handelsakkoorden zich doorgaans bedienen van heel veel technisch jargon waardoor het zeer moeilijk te doorgronden is voor een doorsnee parlementair. Bovendien krijgen de democratisch verkozenen in veel gevallen amper de tijd om de akkoorden echt op hun waarde te schatten. De reden is onder meer dat parlementen tijdens de soms lange onderhandelingen geen inzage krijgen van wat er wordt bedisseld. Er heerst grote geheimhouding.

Toen daar – in de hoogdagen van de kritiek op de WTO – vragen bij werden gesteld, leidde dat tot gekke toestanden: het Belgische parlementslid Dirk Van der Maelen kreeg dan van de Belgische staatssecretaris buitenlandse handel, Annemie Neyts, in een kamertje van het Belgische parlement drie uur inzage. Om in die korte tijd zoveel mogelijk van die teksten te begrijpen, glipte hij  Marc Maes, de handelsspecialist van 11.11.11, mee naar binnen door hem voor te stellen als zijn parlementaire medewerker. Het was dus kwestie van zo snel mogelijk tussen de vele pagina’s techniciteiten te kunnen slalommen.

Gevolg van die werkwijze is dat parlementen pas helemaal aan het einde van vaak jarenlange onderhandelingen kunnen beslissen. De facto hebben ze de keuze van tussen ja en ja: het is immers moeilijk denkbaar dat het parlement van een klein Europees land vijf of tien jaar onderhandelen naar de prullenbak verwijst. ‘Het parlement is verworden tot een passieve stemmachine als het gaat om internationale akkoorden’, zuchtte de Belgische christendemocraat Herman Van Rompuy in 2005.

De huidige Europese president bewoog zich toen als voorzitter van de parlementaire werkgroep mondialisering in de politieke luwte: zijn partij CD&V zat in de oppositie en niets liet vermoeden dat hij ooit nog de Europese Unie zou leiden. Het was de periode waarin hij haiku’s begon te schrijven en zich dus kritisch uitliet over het democratisch gehalte van de globaliseringsprocessen.

Handelsakkoord als middel om ons sociaal model uit te voeren?

We hadden gedacht dat de nieuwe Europese grondwet in die ondoorzichtigheid en geheimdoenerij drastisch verandering zou hebben gebracht. De grondwet voorzag immers dat het Europese parlement meer inzage zou krijgen van wat tijdens de internationale onderhandelingen zelf allemaal besproken werd.

Ik begrijp dat dit veeleer tegenvalt en dat ook het Europese parlement niet echt weet wat er op tafel ligt bij de gesprekken over het Transatlantische Handelsakkoord. Het is dus bang afwachten wat de gestaalde liberaal Karel De Gucht prijs zal geven.

De Amerikaanse vicepresident Joe Biden schreef vorige week dat hij en de president de lessen van twee decennia globalisering hebben geleerd: de nieuwe handelsdeals bevatten nooit geziene stappen om de arbeidsnormen en het milieu te beschermen. Nou, nou, we zijn benieuwd.

Als de Amerikanen zo offensief opkomen voor het sociale, waarom schrijft De Gucht dan niet zwart op wit dat hij gaat voor nooit geziene stappen om ons sociaal model te beschermen? En legt hij uit hoe hij dat zal aanpakken? Waarom niet eisen dat de VS de vakbondsrechten beter worden erkend, en bijvoorbeeld iets doen aan zijn moeilijke regels om een vakbond in een bedrijf erkend te krijgen, waardoor ook de zogenaamde union busters – bedrijven die zich specialiseren in het buiten houden van de vakbond – het gras voor de voeten zou worden weggemaaid? In een land waar de lonen van de gewone man en vrouw  al drie decennia stagneren – terwijl de superrijken almaar meer verdienen - lijkt ons dat geen overbodig luxe.

U ziet het: handelsverdragen gaan over alles. En dat is niet zo verbazend. Handel is als seks. Het kan een diepgaande interactie zijn tussen landen en regio’s waarbij alle aspecten van hun maatschappij met elkaar in contact en  soms ook met elkaar in competitie komen. Reden te meer om daar goed over na te denken, en de democratie hier volop te laten spelen.

Gedwongen seks is niet meer van deze tijd en het is meestal geen goeie seks.