Tariq Ramadan: Het einde van een mythe

Opinie

Vrijlating is zeker geen vrijspraak

Tariq Ramadan: Het einde van een mythe

Tariq Ramadan: Het einde van een mythe
Tariq Ramadan: Het einde van een mythe

Gisteren werd het nieuws bekendgemaakt dat Tariq Ramadan na negen maanden preventieve aanhouding op beschuldigingen van verkrachting van twee Franse vrouwen wordt vrijgelaten. Hoewel deze vrijlating een belangrijke opluchting betekent voor de vele mensen die deze preventieve opsluiting als disproportioneel en onrechtvaardig beschouwden, blijven vele vragen openstaan. Zeker na zijn bekentenissen dat hij wel degelijk buitenechtelijke affaires heeft gehad met deze vrouwen, nadat hij dit eerder volhardend had ontkend.

Gisteren werd het nieuws bekendgemaakt dat Tariq Ramadan na negen maanden preventieve aanhouding op beschuldigingen van verkrachting van twee Franse vrouwen wordt vrijgelaten. Hoewel deze vrijlating een belangrijke opluchting betekent voor de vele mensen die deze preventieve opsluiting als disproportioneel en onrechtvaardig beschouwden, blijven vele vragen openstaan. Zeker na zijn bekentenissen dat hij wel degelijk buitenechtelijke affaires heeft gehad met deze vrouwen, nadat hij dit eerder volhardend had ontkend.

Romina Santarelli / Ministerio de Cultura de Argentina (CC BY-SA 2.0)

Vele vragen blijven openstaan. Zeker na Tariq Ramadans bekentenissen dat hij wel degelijk buitenechtelijke affaires heeft gehad met de vrouwen die hem beschuldigen van verkrachting, nadat hij dit eerder volhardend had ontkend.

Romina Santarelli / Ministerio de Cultura de Argentina (CC BY-SA 2.0)

Zo groot was het enthousiasme dat Tariq Ramadan genereerde bij een jonge generatie Europese moslims, zo groot is het gevoel van verraad en teleurstelling dat de meest recente onthullingen omtrent zijn buitenechtelijke affaires en ogenschijnlijk dubbelleven losmaken bij diezelfde groep. Toen Tariq Ramadan het boek ‘To Be a European Muslim’ schreef in 1998, raakte hij de harten van duizenden jonge moslims in de Franse en Belgische steden die worstelden met de vraag hoe ze precies een invulling konden geven aan hun geloof binnen een Europese context.

Tariq Ramadan bood een taal en een ethisch kader dat jongeren moest toelaten om hun Europees burgerschap in het verlengde te zien van hun moslimidentiteit.

Tariq Ramadan behoorde tot een nieuwe generatie predikers, intellectuelen, “professoren” (zoals ze in de islamitische kringen doorgaans worden genoemd), die niet enkel een erudiete kennis van de islamitische traditie konden tentoonspreiden, maar die deze ook in verband konden brengen met de alledaagse zorgen en vragen waar deze jongeren mee zaten. Het bestaande aanbod in de moskeeën was tot dan beperkt tot geïmproviseerde imams of enkele islamitische geleerden, die weinig voeling hadden met wat het betekende om in een minderheidspositie op te groeien.

Samen met een aantal andere predikers zoals de Franse Hassan Iquioussen, Larbi Kechat of de Brusselse Yacob Mahi, bood Tariq Ramadan een taal en een ethisch kader dat hen moest toelaten om hun Europees burgerschap in het verlengde te zien van hun moslimidentiteit.

De aanwezige moslims

Het collectief ‘Présence Musulmane’ dat hij samen met andere oprichtte en lang voorzat, had afdelingen in verschillende steden in Frankrijk, België, Zwitserland en zelfs Canada. Het fungeerde van het einde van de jaren negentig tot 2005 als een bruisend platform waarin de opkomende middenkaders van de tweede, en zelfs derde generatie regelmatig samenkwamen om seminaries te volgen, te discussiëren of activiteiten te organiseren.

Een deel van mijn doctoraatsonderzoek heb ik binnen dat platform gevoerd. Ik herinner mij nog levendig de diepgaande discussies over het verschil tussen Abu-Hamid Al Ghazali en Ibn Rushd, of de virulente debatten over de strijd tegen globalisering samen met groepen zoals Attac.

Tariq Ramadan, geboren in Zwitserland als kleinzoon van de mythische stichter van de Moslimbroederschap Hassan Al-Bannah, beschikte over een uitzonderlijk aura, deels ook omwille van zijn familiegeschiedenis. Ondanks de controverse rond de beweging, ook in de westerse media, worden de moslimbroeders binnen de gemeenschap vooral als een civiele beweging gepercipiëerd die via een netwerk aan ondernemers en een geschoolde elite vanuit een uitgesproken islamitisch kader aan politiek wil doen.

Hoewel Tariq Ramadan altijd een expliciete affiliatie heeft ontkend met de broederschap, en de meeste deelnemers van het platform van Présence Musulmane geen lid waren, kunnen we spreken van een organische connectie tussen de basisfilosofie en strategie van de broederschap en het platform. Het is ook om die reden dat Tariq Ramadan en zijn entourage vanaf 2003-2004 vooral in Frankrijk als persona non grata werden gezien.

Dubbele tong?

Deze spanningen bereikten hun hoogtepunt in het kielzog van de tweede “hoofddoekenaffaire”. Een van de meest markante momenten was de mythische uitwisseling tussen Tariq Ramadan en Nicolas Sarkozy tijdens een veelbekeken actualiteitsprogramma in 2003 over het nakend nationaal hoofddoekenverbod in scholen. Tijdens deze uitwisseling weigerde Tariq Ramadan zich expliciet uit te spreken tegen steniging binnen het islamitisch strafrecht.

Hij pleitte daarentegen voor een tijdelijke stopzetting van deze praktijk (een moratorium) en een theologische reflectie rond deze kwestie. Zijn standpunt werd prompt als een goedkeuring van stenigingspraktijken gezien, en vanaf dan stond hij gekend als iemand die met een dubbele tong praat, en een gevaarlijke islamist.

Niemand die toen kon denken dat het niet zozeer zijn “extremisme”, dan wel zijn overmatig overspelig gedrag zou zijn dat hem de das zou omdoen.

Vooral Franse journalisten zoals Caroline Fourest maakten er een erezaak om Tariq Ramadan’s “ware aard” als gevaarlijke extremist te ‘ontmaskeren’ via haar boeken over hem. Ook aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam zorde de controverse rond zijn figuur ervoor dat hij zijn gastprofessorschap beëindigd zag in 2009. Niemand die toen kon denken dat het niet zozeer zijn “extremisme”, dan wel zijn overmatig overspelig gedrag zou zijn dat hem de das zou omdoen.

Doorheen mijn carrière heb ik wel een vijftigtal lezingen en seminaries met Tariq Ramadan bijgewoond, en een groot deel van zijn werk doorploegd. Ik heb hem nooit kunnen betrappen op het gebruik van een dubbele tong inzake burgerschap of de integratie van moslims in het Westen. Zijn politieke gedachtegoed was weliswaar expliciet ingebed binnen de islamitische traditie, en hij vertrok vanuit een dialoog met de bestaande orthodoxie om deze stelselmatig open te trekken vanuit een engagement met de sociale wetenschappen en filosofie.

Zijn denken is daarom niet simpelweg “liberaal”, “links” of “conservatief”, maar is veeleer een complexe synthese van verschillende filosofische tradities, zowel westers als islamitisch. De recente ontwikkelingen en beschuldigingen van verkrachting dreigen echter de intellectuele bijdrage en erfenis van deze man teniet te doen, vooral binnen de moslimgemeenschap.

Dit betekent niet dat Tariq Ramadan boven enige vorm van kritiek van binnenuit stond. Sinds een aantal jaren hoorde ik regelmatig bedenkingen van een aantal oude metgezellen die vonden dat zijn parcours te individualistisch geworden was, en hij zich had laten absorberen door zijn “succes”.

Wereldster

In 2004 werd hij door Times Magazine uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke mensen ter wereld, en zijn professorschap aan de prestigieuze Oxford University en het bruisend onderzoekscentrum, Center of Islamic Legislation and Ethics (CILE) dat hij leidde aan het Hamad Bin Khalifa Universiteit te Qatar, maakten van hem een van de grootste moslimintellectuelen van deze tijd.

Velen blijven verweesd achter, met het gevoel één grote illusie en rolmodel armer te zijn.

Desondanks bleef hij een controversiële figuur, vooral in Frankrijk, en moest hij vaak worden verdedigd ten aanzien van beschuldigingen van extremisme. Net daarom is het gevoel van verraad bij zij die hem tot op het einde bleven steunen groot. Tariq Ramadan belichaamde voor vele Europese moslims een rolmodel, een intellectueel die een gevoel van trots kon uitdragen en op een intelligente en gefundeerde wijze islamofoben te woord kon staan. Velen blijven verweesd achter, met het gevoel één grote illusie en rolmodel armer te zijn.

Nadia Fadil is hoofddocent antropologie aan de KU Leuven. Ze werkt rond religie, secularisme en multiculturaliteit met een focus op Islam in Europa.