Vlaanderen internationaal: breek de bunker open

Opinie

Vlaanderen internationaal: breek de bunker open

Karel Van Miert zei vorig jaar: ‘Hoewel we niet zomaar kunnen stellen dat de Vlaming niet openstaat voor de kansen van een meer internationale economie en samenleving, zullen we nog een behoorlijk aantal initiatieven moeten nemen om de mentaliteit van de Vlamingen verder te richten op Europa en de wereld.’ Dat is erg beleefd gesteld.

Alea iacta est. Nu de rechts-conservatieve Rubicon op 7 juni overgestoken werd door een bijzonder populaire Bart De Wever, mogen wij ook opnieuw Latijnse openingszinnen gebruiken.
De teleurstelling in het linkse kamp na de verkiezingen is tastbaar en begrijpelijk. Geen groene big bang, geen rode vuist tegen het financieel-economisch bankroet, geen paarse dageraad. Een van de veelgehoorde verklaringen van de linkse krimp en de overwinning van N-VA was dat Vlaanderen nu eenmaal een bekrompen plek is, waar de open, kosmopolitische burgers het moeten afleggen tegen vendelzwaaiende nationalisten die geloven dat de navel van de wereld ter hoogte van hun eigen parochie- of volkshuis ligt. Wij denken dat die zure oprisping geen recht doet aan de gemiddelde Nederlandstalige Belg, en ook niet aan de partijen die op 7 juni het fameuze “mandaat van de kiezer” kregen.
Desalniettemin. Het simplisme waarmee vaak gesteld wordt dat zowat al onze problemen afkomstig zijn van over de taalgrens, is wel degelijk een symptoom van een bunkermentaliteit die binnen een mondialiserende wereld en een diverser wordend land desastreuze gevolgen kan hebben.
Karel Van Miert verwoordde dat beleefd in de brochure voor het Atelier Internationalisering van Vlaanderen in Actie, georganiseerd door minister-president Kris Peeters: ‘Hoewel we niet zomaar kunnen stellen dat de Vlaming niet openstaat voor de kansen van een meer internationale economie en samenleving, zullen we nog een behoorlijk aantal initiatieven moeten nemen om de mentaliteit van de Vlamingen verder te richten op Europa en de wereld.’
Tijdens de debatten tijdens dat Atelier viel overigens op dat Geert Bourgeois –op dat moment nog met overtuiging Vlaams minister van Buitenlandse Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking– zeer verkrampt reageerde op de suggestie dat in het hoger onderwijs meer ruimte voor meertaligheid moest komen, indien Vlaanderen internationaal een topregio in de kenniseconomie wilde worden. Engels of Frans in het onderwijs, dat is nog steeds no pasarán! Internationale openheid en culturele kramp blijken dus perfect samen te gaan in de overtuiging van rationele mensen, al werken ze elkaar in de feiten natuurlijk tegen.
Hoe groot het probleem van het Vlaamse provincialisme is, kunnen we niet meten aan de hand van de verkiezingsuitslag. Maar dat de uitdaging om er wat aan te doen enorm is, staat buiten kijf. Ongeacht de coalitie die Vlaanderen de volgende vijf jaar wil besturen.
De eerste uitdaging is de perceptie. Je kunt in de eenentwintigste eeuw geen succesvolle regio worden als de rest van de wereld denkt dat de loopbruggen rond je samenleving en collectieve identiteit opgehaald worden. Dat is geen pleidooi voor een nieuwe advertentiecampagne in de internationale media, maar voor een radicale ommezwaai in het discours en de communautaire praktijk van de Vlaamse overheid.
Vlaanderen –een van de rijkste regio’s van Europa, maar we dalen snel in die rangschikking– moet zich niet gedragen als een verongelijkte meerderheid, maar als de assertieve motor van een land dat dringend aan vernieuwing toe is. Een land dat meertalig, intercultureel, economisch gemondialiseerd en veel te klein voor autarkie is.
Pas als we thuis –in België, dus– leiderschap in solidariteit en vernieuwing tonen, kunnen we in Europa en in de rest van de wereld aanspraak maken op erkenning. Een Vlaanderen dat weigert samen te leven met Wallonië of met Franstalig België is niet geloofwaardig als het in Catalunya of Vrijstaat zoete broodjes gaat bakken. Internationale openheid en ambitie, interculturele verrijking en vaardigheid: de toekomst begint hier, of ze begint niet.