Journaliste op Lesbos: ‘Wat ben ik hier aan het doen? Waarom doe ik het mijzelf weer aan?’

Opinie

Wanneer het trauma van de ander je eigen trauma wordt

Journaliste op Lesbos: ‘Wat ben ik hier aan het doen? Waarom doe ik het mijzelf weer aan?’

Journaliste op Lesbos: ‘Wat ben ik hier aan het doen? Waarom doe ik het mijzelf weer aan?’
Journaliste op Lesbos: ‘Wat ben ik hier aan het doen? Waarom doe ik het mijzelf weer aan?’

Traumatische ervaringen van asielzoekers en vluchtelingen optekenen, eist zijn tol. Veel mediamakers kampen met geestelijke gezondheidsproblemen. Journaliste Ula Idzikowska getuigt over haar eigen ervaringen.

© Ula Idzikowska

‘Ik hoef niet overal te zijn en over alle tragedies van deze wereld te schrijven. Ik ben maar een mens.’

© Ula Idzikowska

Traumatische ervaringen van asielzoekers en vluchtelingen optekenen, eist zijn tol. Veel mediamakers kampen met geestelijke gezondheidsproblemen. Journaliste Ula Idzikowska getuigt over haar eigen ervaringen en wint advies in. ‘Jezelf afsluiten wil niet noodzakelijk zeggen dat je je empathie verliest. Je kan er zijn voor een ander en tegelijkertijd jezelf beschermen.’

Hoe ga ik het in godsnaam beschrijven? Het pure kwaad, de duisternis, de hulpeloosheid? Ik vind hier geen woorden voor.

Dat vertel ik aan mijn therapeut als die me vraagt hoe het met me gaat na een week op het Griekse eiland Samos. Toen ik er in juni was verbleven er 1 500 mensen in erbarmelijke omstandigheden.

Ik ben gewoon kwaad, woedend zelfs, en vaak terneergeslagen. Wat ben ik hier aan het doen? Waarom doe ik het mijzelf weer aan? Niemand leest het meer. Iedereen is het kotsbeu.

Verwijten

Ik blijf slechts een uur of twee, drie in het kamp. Daarna wandel ik langs de zee of ga ik koffie drinken. Vorig jaar kon ik er de hele dag doorbrengen. Nu probeer ik de blootstelling aan verhalen over verkrachtingen en steekpartijen te doseren.

Ik probeer de blootstelling aan verhalen over verkrachtingen en steekpartijen te doseren.

Ik doe mijn best om mezelf niet te verwijten dat ik ’s avonds gewoon naar mijn kamer kan, met het uitzicht op diezelfde zee, terwijl meer dan duizend mensen in een onveilige omgeving verblijven.

Voor ik in slaap val, als ik al in slaap val, komen steeds dezelfde beelden terug. Vrouwen die niet naar toilet gaan omdat ze bang zijn verkracht te worden. Kinderen die gebeten worden door slangen of ratten. Mannen die uit het niets beginnen te vechten, omdat ze door de hulpeloosheid agressief zijn geworden.

Ik moet op tijd het aan- en uit-knopje weten te vinden. Anders zit ik na die drie weken in Griekenland opnieuw met een burn-out.

Als een spons

Schrijven over trauma’s van anderen kan tot geestelijke gezondheidsproblemen leiden. Dat stelt onder andere Natalee Seely, hoogleraar Journalistiek aan de Amerikaanse Ball State University. Ik mag het zelf ondervinden. Sinds enkele jaren kamp ik regelmatig met secundaire traumatisering en compassion fatigue.

‘Bij secundaire traumatisering ervaar je zelf post-traumatische stress, zelfs als je geen rechtstreekse getuige bent geweest van een traumatische ervaring, zoals een verkrachting. Het komt door een gebrek aan afstand – je sympathiseert te veel met verhalen die je hebt gehoord. Je identificeert jezelf ermee.’

Ybe Casteleyn legt het mij uit. Zij is traumaspecialiste en gastdocent aan het postgraduaat Psychotraumatologie aan de VUB.

‘Door een gebrek aan afstand sympathiseer je te veel met de verhalen die je hebt gehoord.’

‘Hierdoor ga je dromen over ervaringen van anderen of zelfs hallucineren. Secundaire traumatisering heeft vaak wortels in je eigen voorgeschiedenis, maar wordt vooral uitgelokt door al die miserie waar je je niet tegen kan beschermen. Je neemt het op als een spons.’

© Jawed Ali

Journaliste Ula Idzikowska aan het werk in september 2020, Lesbos, Griekenland.

© Jawed Ali

Steeds dezelfde nachtmerrie

Vorig jaar kreeg ik steeds weer dezelfde nachtmerrie. Ik zwem in zee, omringd door lichamen van asielzoekers die verdronken zijn op weg naar Europa.

Het begon na mijn verblijf op Lesbos in maart, net voor de pandemie. Ik werkte toen aan verhalen over mensen die de Griekse kust niet hebben bereikt. Later was ik te bang om in zee te gaan, laat staan om te zwemmen. De nachtmerries lieten me maandenlang niet los. Ook doorheen de dag spookten ze door mijn hoofd, op onverwachte momenten, in de vorm van flashbacks.

Tijdens mijn verblijf in Griekenland vorig najaar werd het zo erg dat ik begon te hallucineren. Een hoofd van een verdronken man keek me aan terwijl ik ’s avonds in een warmwaterbron zat. Ik begon te gillen, zo echt leek het.

Ik kan de werkelijkheid en het verhaal niet altijd uit elkaar halen.

Tijdens een idyllische lunch aan de waterkant van Thessaloniki krijg ik een paniekaanval. Ik kon het zicht van zee niet verdragen, ik werd zelfs getriggerd door het geluid van golven. Gelukkig waren er net enkele kennissen vlakbij, die me wisten te kalmeren.

Casteleyn vertelt me dat we niet gemaakt zijn om vreselijke verhalen te horen omdat we zo sterk visueel zijn ingesteld. Dat klopt, denk ik. Wanneer psychologen op Samos en Lesbos me over herhaaldelijke verkrachtingen van hun cliënten vertellen, zie ik het voor me. Het is alsof ik die vrouw word. Ik kan de werkelijkheid en het verhaal niet altijd uit elkaar halen.

Pure, acute stress

Samen met mijn therapeut zoek ik naar methodes om meer afstand te creëren, zodat ik me beter kan beschermen. Een mission impossible, dacht ik. Ik kan niet doen alsof ik die miserie niet zie, dat het me niet raakt.

Dat is volstrekt normaal volgens Casteleyn. ‘Iedereen heeft spiegelneuronen die onder andere een rol spelen bij emotioneel inlevingsvermogen. Als je naar iemand kijkt en je openstelt, dan kan je bijna opnemen hoe iemand zich voelt. We zijn bovendien in het algemeen heel gevoelig, zeker voor erge of gevaarlijke ervaringen. Zie het als een soort van antenne. Als iemand in een groep zich bedreigd voelt, nemen anderen dat gevoel over.’

Hetzelfde geldt voor trauma. Heel fysiek is dat. Pure, acute stress.

‘Als we daarin meegaan, dan neemt ons brein het deel van iemands trauma over. We kunnen dat letterlijk voelen. Onze spieren spannen zich op, we ademen op een andere manier. Blijf in contact met je eigen lichaam,’ beveelt Casteleyn aan, ‘zodat je die signalen kan opvangen en kan blijven ademen.’

Sluit je af voor bepaalde details, geeft ze nog mee — een advies dat zowel voor mediamakers, hulpverleners als tolken geldt. ‘Het zijn die details die je onstabiel maken. Jezelf afsluiten wil niet noodzakelijk zeggen dat je je empathie verliest. Je kan er zijn voor een ander en tegelijkertijd jezelf beschermen.’

Zoveel goeds in de wereld

De wereld kleurt zwart. De omgeving verandert in een oude, verbleekte foto. Ik wandel door Vathy, de hoofdstad van Samos. Gedachten over geweld, gevaar en onrecht overrompelen mij. Ik moet opletten of ik zink erin weg. Mijn kijk op de wereld verdraait door secundair trauma. Bij sommigen kan dat tot een diepgaande verschuiving van het wereldbeeld leiden.

‘Je kan er zijn voor een ander en tegelijkertijd jezelf beschermen.’

Er is zoveel goeds in de wereld. Daar probeer ik aan te denken. Praten met hulpverleners en vrijwilligers die asielzoekers blijven ondersteunen, geeft mij hoop. Ik klamp me vast aan die gesprekken.

Ik weet dat ik — ondanks alles — het bredere plaatje moet en wil blijven zien. Ik wil beter voor mezelf zorgen. Goede journalistiek hangt immers af van gezonde journalisten. Dat stelt Anthony Feinstein, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Toronto en directeur van het Neuropsychiatry Program bij Sunnybrook Health Science Centre.

Feinstein is co-auteur van het rapport The Emotional Toll on Journalists Covering the Refugee Crisis uit 2017. In tegenstelling tot eerdere studies, die zich toelegden op PTSD en depressie, laat dit onderzoek zien hoe journalisten het gevoel hebben dat ze hun morele kompas zijn kwijtgeraakt door schuldgevoelens. Deze morele schade bleek de grootste psychologische uitdaging waarmee journalisten die de laatste jaren over vluchtelingenkwestie schreven worden geconfronteerd.

Re-integratie

In zijn rapport behandelt Feinstein de impact die een legerdienst heeft. Als de morele schade niet wordt aangepakt, lees ik, kan dat ervoor zorgen dat individuen moeite hebben om te re-integreren na hun dienstplicht. Ook dat wordt beschouwd als voorbode voor PTSD.

Nu snap ik waarom mijn therapeut na mijn terugkeer de hele sessie aan re-integratie gewijd heeft.

Alles wat ik gezien en gehoord heb, wou ik het liefst diep verborgen houden. Maar in de plaats daarvan moest ik erover blijven vertellen. Ik mocht geen metaforen of vage beelden hanteren, maar moest het heel concreet maken: wat heb ik gezien? Wat deed het met me? Hoe komen die beelden terug?

Reddingsmissie op de Noordpool

Ik vertelde over een droom waarin ik vluchtelingen moest redden in een koude zee, ergens in de Noordpool. Mijn therapeut benadrukte dat ik moet opletten met zo’n gedachten. Dat soort missies zijn mijn job nu eenmaal niet. Ik weet het heel goed, maar de droom blijft komen — een andere keer wandel ik met Afrikaanse vluchtelingen door de woestijn. Ik probeer hen de weg te wijzen.

Het is niet mijn job om vluchtelingen te redden.

Ook Feinstein maakt duidelijk dat goede journalisten natuurlijk aangedaan zijn door de migratiecrisis, maar ze kunnen het niet oplossen en zouden dit ook niet moeten proberen. ‘Een misplaatst schuldgevoel is geen goede motivator.’

Collega’s die over hetzelfde onderwerp schrijven, zeggen te kampen met datzelfde schuldgevoel. Ze merken het als ze in een warm bed liggen, als ze vrijen, als ze plezier beleven, als ze problemen hebben die geen problemen lijken in vergelijking met de miserie die vluchtelingen ervaren.

Alarm

Ik probeer mezelf bewust te zijn van dit soort gedachten en leg mezelf dan uit dat ik me niet zo mag folteren. Mijn problemen en die van mijn naasten zijn anders, maar daarom mag ik ze niet onderschatten.

Oké, soms lijken onze beslommeringen absurd, zeker in vergelijking met wat ik in het veld zie. Maar net die gedachte triggert een alarm in mijn hoofd: pas op, je bent onverschillig aan het worden.

Compassion fatigue komt meestal na een intensieve periode van veldwerk. Ik kan geen verhalen meer aanhoren, ik reageer niet meer, ik kan me niet meer verplaatsen in een andere. Ik ben gewoon leeg.

Om de morele schade te voorkomen zijn bewustwording voor het vertrek en debriefing bij terugkeer essentieel, schrijft Feinstein. ‘Oudere journalisten en hoofdredacteurs moeten het goede voorbeeld geven en met hun medewerkers in gesprek gaan over hun ervaringen en verwachtingen.’

Geen evidentie als freelancer. Daarom ging ik zelf op zoek naar tips bij het Dart Center for Journalism & Trauma bij Columbia School voor Journalistiek en in het artikel ‘The hidden victims of repression – how activists and reporters can protect themselves from secondary trauma’ op de website van Amnesty International.

De belangrijkste tips die ik onthoud op basis van mijn research en therapeutische gesprekken zijn: Staar niet urenlang naar Twitter en gun jezelf voldoende rust. Ik hoef niet overal te zijn en over alle tragedies van deze wereld te schrijven. Ik ben maar een mens.

Lees hier alle artikels van Ula Idzikowska bij MO*.