Wat u niet zal vernemen over Turkije

Dirk Vermeiren

13 november 2016
Opinie

Wat u niet zal vernemen over Turkije

Wat u niet zal vernemen over Turkije
Wat u niet zal vernemen over Turkije

Onlangs publiceerde Dries Lesage, politicoloog aan de UGent, het boek “Wat u niet mag weten over Turkije”. Voormalig Turkije-correspondent Dirk Vermeiren las het boek en schrijft naar aanleiding daarvan een open brief aan Lesage. ‘Me dunkt dat jij niet te klagen hebt over toegang tot de media, Dries. En als ik de reacties op je bijdragen lees, valt het wat eenheidsdenken betreft nogal mee.’

Beste Dries,

Sinds enkele jaren ben jij een opvallende stem in het Turkije-debat, eerst in Vlaanderen, en steeds vaker ook in Nederland. Samen met je echtgenote Meryem Kaçar (voormalig senator voor Groen) leverde je met de regelmaat van een klok opiniebijdragen in de media. Wie je volgt op sociale media heeft daar een dagtaak aan.

Via sociale media liet je al enkele keren weten dat je aan boek werkte. Zelfs de inhoud kondigde je ruim op voorhand aan. Met de titel leg je de lat alvast hoog: ‘Wat u niet mag weten over Turkije - Hoog tijd voor een eerlijk debat’ (Lannoo). Je steekt daarmee je nek flink uit. In de Lage Landen heb je aan je bijdragen de reputatie overgehouden het regime van president Erdogan het voordeel van de twijfel te gunnen of zelfs uit de wind te zetten.

Je wil verklaringen zoeken voor de evolutie in Turkije, en aantonen dat die evolutie onvolledig of onjuist weergeven wordt in westerse media.

Dat die status je niet zint, maak je vaak duidelijk, ook in de inleiding van het boek. Je wil naar eigen zeggen verklaringen zoeken voor de evolutie in Turkije, en aantonen dat die evolutie onvolledig of zelfs onjuist weergeven wordt in de westerse media.

Je erkent de precaire situatie in het land, deelt bezorgdheden over de mensenrechten, persvrijheid, de rechtstaat en het autoritaire bewind in Ankara, en suggereert zelfs oplossingen. Dat is zonder meer een verdienste, en niemand hoeft de twijfelen aan je liefde voor het land en haar bevolking. Maar daar heeft niemand de exclusiviteit op.

Gezi was een scharniermoment

Een tijdje al kruisen onze meningen elkaar. Het boek begint zelfs met een onrechtstreekse verwijzing naar mijn werk voor de VRT als Turkije-correspondent. De eerste keer dat ik je tegenstem hoorde, was precies ten tijde van de straatprotesten in Turkije in de vroege zomer van 2013, de zogenaamde “Gezi-protesten”. Ik stond er met mijn neus bovenop, zag autoriteiten die verrast leken door de omvang van het ongenoegen dat leefde in het land en vruchteloos naar de juiste aanpak zochten.

‘Gezi’ was voor het buitenland een kennismaking met het autoritaire karakter van het Erdogan-bewind

‘Gezi’ was voor het buitenland een kennismaking met het autoritaire karakter van het Erdogan-bewind, maar de overwegend jonge, seculiere betogers zagen de bui al langer hangen. Op mijn Facebook-pagina schreef ik toen: ‘Erdogan heeft de keuze: de klok voor Turkije 30 jaar terugdraaien, of 10 jaar vooruit’. Het werd het eerste. Het neerslaan van de Gezi-protesten was tegelijk een begin.

In de marge van de straatprotesten vond in juni 2013 een interessante activiteit plaats in Ankara. De Yurt Disi Türkler ve Akraba Topluluklar Baskanligi (YTB), een regeringsagentschap voor buitenlandse Turken, nodigde toen vertegenwoordigers van de Turkse diaspora uit voor overleg hoe om te gaan met de slechte PR die het land te beurt viel naar aanleiding van de Gezi-protesten.

Je echtgenote wordt in de verslaggeving over die bijeenkomst geciteerd in haar hoedanigheid als lid van de adviesraad van de YTB. Aan Anadolu Ajansi verklaarde ze toen dat de berichtgeving in België ‘eenzijdig’ was. Ze wees op het ongenoegen daarover in de Turkse gemeenschap in ons land, en vond het onterecht dat Turkije bloot gesteld werd aan ‘zwarte propaganda’.

Ik weet dat toenmalig premier Erdogan de YTB-adviesraad in het Rixos Hotel in Ankara toesprak. De beelden van de ontmoeting zijn op You Tube te zien. Het grootste deel van de speech ging over de straatprotesten, die hij afschilderde als een complot tegen zijn regering, gesteund door buitenlandse krachten. Wat me opviel is dat de premier zijn publiek een duidelijke boodschap inpeperde: ‘Jullie moeten meer in de media verschijnen’.

Ook de ambassades, consulaten en het Yunus Emre Instituut krijgen wel erg makkelijk het predikaat mee dat ze onafhankelijk van de Turkse politiek werken.

In die zin vind ik het opmerkelijk dat je in je boek de adviesraad een ‘lege doos’ noemt, en beweert dat die zich niet met politiek inlaat. Ik citeer: ‘Het is een orgaan van de Turkse Republiek, niet van de AKP’. De YTB is in 2010 door toenmalig premier Erdogan zelf opgericht, en toen ik de hoofdzetel in Ankara in de zomer van 2014 bezocht, leerde ik dat organisatie rechtstreeks verbonden is aan het kabinet van de eerste minister.

Als de YTB een lege doos is, dan zit er wel een strik rond. Ook de ambassades, consulaten en het Yunus Emre Instituut (internationale cultuurspreiding) krijgen in je boek wel erg makkelijk het predikaat mee dat ze onafhankelijk van de Turkse politiek werken. Op zich is er niets fout met een land dat interesse betoont voor haar diaspora. Maar in het geval van een regime zoals dat in Ankara moeten we daar vragen bij stellen.

Pensée unique?

Je doet je beklag over een klimaat van censuur en intimidatie van mensen die afwijkende standpunten innemen over Turkije, anders dan wat je als ‘pensée unique’ aangeeft. Me dunkt heb jij niet te klagen over toegang tot de media hier, Dries. En als ik de reacties op je bijdragen lees, valt het wat eenheidsdenken betreft nogal mee. Je hebt ondertussen een flinke aanhang opgebouwd, die enthousiast je mening deelt.

Waarom schrijf je niets over ‘De lange arm van Erdogan’?

Ik vind het verwijt van censuur en intimidatie trouwens erg licht uitvallen tegen de druk waaraan critici van Erdogan in Europa blootgesteld worden vanuit de Turkse diaspora, organisaties en instellingen. De eerste slachtoffers daarvan zijn de Turken zelf, maar ook commentatoren van niet-Turkse afkomst. Je kent toch die lijst van ‘In België wonende vijanden van Turkije’?

Je wijdt in je boek terecht paragrafen aan ‘De lange arm van Kandil’ (Koerdische lobby) en ‘De lange arm van Pennsylvania’ (Gülen-beweging) in ons land, maar waarom niets over ‘De lange arm van Erdogan’?

In het oog van de storm

Je beschrijft Turkije als een land met een disfunctionele politieke cultuur. Ik begrijp uit je boek dat je vindt dat Erdogan en de AK-partij daarvan zowel het product als het slachtoffer zijn. Daar volg ik je in. Je moet de Turkse geschiedenis incalculeren om te begrijpen waarom we anno 2016 over de democratie in het land als een zorgenkind spreken.

Je situeert Turkije terecht in het oog van stormen die de globale politiek beïnvloeden

Je situeert Turkije terecht in het oog van stormen die de globale politiek beïnvloeden. Je maakt wat dat betreft rake opmerkingen in het boek, maar gelukkig relativeer je de complottheorieën die het Turkse publieke debat zo vaak lamleggen. Maar ook jij hebt je stokpaardjes, en die vormen de ruggengraat van je betoog en boek.

Natuurlijk mag je wijzen op onvolkomenheden in de verslaggeving over Turkije. Ook ik vond 45” op de radio of 2’ op televisie altijd te weinig voor nuance. Meer zelfs: vaak is er een verwachtingspatroon dat je als verslaggever in een bepaalde richting duwt. Ik hoef je de wetmatigheden van het nieuws niet uit te leggen. Ikzelf was me daar echt wel bewust van, en heb het gevoel dat ik recht in de spiegel kan kijken.

Dat geldt ook voor alle andere ex-collega’s die ik daar leerde kennen, mensen met beide voeten in de actualiteit. Maar om in die tekortkomingen politieke strategieën te zien? Veel van wat je in eerdere opiniestukken als desinformatie beschreef, is ondertussen achterhaald door de actualiteit.

Het is de schuld van de media

Als Turkije en haar politieke vertegenwoordiging vandaag een imagoprobleem hebben, dan is dat niet nieuw. Dat is al tientallen jaren zo, en Turkije is daarin niet uniek. Je kan de tekortkomingen die jij de media ten laste legt over haar Turkije-verslaggeving net zo goed toepassen op andere landen. Wat zouden de Russen of Mexicanen vinden van de manier waarop hun land in het Westen in het nieuws komt? Of de Trump-supporters?

België heeft zelfs geen polariserende figuur als Erdogan nodig om in het buitenland als een karikatuur voorgesteld te worden. Jij en ik vinden de status van Turkije op dat vlak misschien weinig benijdenswaardig, maar ik weet niet of Erdogan daar ook zo over denkt.

Je mag ook niet vergeten dat dezelfde pers die je nu onbekwaam of zelfs te kwader trouw noemt lange tijd goede woorden over had voor de AK-partij en Erdogan.

Je mag ook niet vergeten dat dezelfde pers die je nu onbekwaam of zelfs te kwader trouw noemt lange tijd goede woorden over had voor de AK-partij en Erdogan. Toen, en nu nog veel vaker, kreeg ik te horen dat het Westen de AKP aan de macht had gebracht. Toen hoorde ik jouw verwijt van neokolonialisme uit heel andere monden.

Je beweert dat bepaalde uitspraken van Erdogan met opzet verkeerd vertaald worden in onze media. Mijn ervaring is het omgekeerde: het is uitgerekend de taalbarrière die nog veel dingen in Turkije onder de westerse radar houdt. Ik beweer niet dat de excuses van Erdogan voor het leed aangedaan aan de Koerden of de Armeniërs niet gemeend waren. Ik weet wel dat ze altijd gepaard gingen met het doorspelen van de zwarte piet naar de kemalisten.

De werkelijkheid is erger dan het artikel

In je bijdragen geef je me vaak de indruk de situatie in Turkije te onderschatten. De brain drain uit het land is een feit, de rush op privéscholen en buitenlandse paspoorten zet zich door, de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek en op de werkvloer loopt terug, onder elke knop van de afstandsbediening zit propaganda.

Erg veel mensen zijn in survival mode of depressief. In de academische wereld, de cultuursector, de media, de veiligheidsdiensten, het gerecht tellen eerder gezagsgetrouwheid dan de kwalificaties van leidinggevenden. Dat leidt tot dramatische situaties, niet in het minst bij je collega-academici. Het is vreemd dat ze niet in je boek voorkomen.

In de academische wereld, de cultuursector, de media, de veiligheidsdiensten, het gerecht tellen eerder gezagsgetrouwheid dan de kwalificaties van leidinggevenden.

Maar er ontbreken nog wel meer stukken in je puzzel. Door wie, wat en waarom wordt de ‘deep state’ nu gevormd? Wiens agenda steunen ze? Waarom affilieert de AKP zich met figuren uit de onderwereld?

Hoe zit het met het middenveld in Turkije? Beter of slechter af dan vroeger? Waarom geen aandacht voor de strijd om de publieke ruimte, in een land waar symboliek vaak belangrijker is dan de waarheid?

Zie je het cynische uitbuiten van de samenlevingsproblemen in Europa door Erdogan niet? Waar staan de minderheden in dit alles?

Waarom geen hoofdstuk over de entourage van de president, en over de kapitaalverschuivingen in het land? Waar ooit het elitarisme van de kemalisten heerste, zien we nu een onwaarschijnlijk nepotisme ten voordele van een steeds kleiner wordend kringetje AKP-getrouwen.

Hoe belangrijk is de economie voor het succes van Erdogan, en waarop draait die economie? Ook een karakterstudie van Erdogan had het boek verrijkt.

God en goddelozen

De kemalisten? Er zit in die personencultus van Ataturk veel onterechte nostalgie. Ik vermoed dat je het met me eens zal zijn dat Turkije alleen maar uit de crisis kan klauteren als de seculieren mee aan boord gehesen worden, maar nu hebben ze de indruk het slachtoffer te worden van wraakoefeningen.

Jij bent voorzichtig hoopvol als je beweert dat die seculieren zich aansluiten bij het idee dat met het mislukken van de staatsgreep op 15 juli de democratie gered zou zijn. Misschien was het gewoon een mislukte staatsgreep, niet meer of minder?

En jammer genoeg schilder je de kemalisten eenzijdig af als vijandig tegenover religie. De islam was ook voor Ataturk essentieel in de vorming van de Turkse staat en de definitie van de identiteit van wie ‘Turks’ is. De instellingen die de kemalisten in het leven riepen om het religieuze leven in Turkije te regelen, zijn trouwens nog altijd up and running. Tegelijk flirt Erdogan de laatste tijd precies met de meest nationalistische fracties.

De Koerden

Veel pagina’s wijd je aan wat je ‘De terugkeer van de Koerdische kwestie’ noemt. Wat ik echt een serieuze tekortkoming vind in het boek is dat je de historische of ideologische achtergronden van de Koerdische beweging en haar evolutie niet belicht. Net zoals bij de secularisten is er ook bij de Koerdische beweging sprake van zoiets als voortschrijdend inzicht.

Wat ik echt een serieuze tekortkoming vind in het boek is dat je de historische of ideologische achtergronden van de Koerdische beweging en haar evolutie niet belicht.

Vergis ik me als ik stel dat je lange tijd niet goed wist hoe te schrijven over de HDP, een partij die qua ideologie nauw aanleunt bij jouw standpunten (zolang het niet over Turkije gaat) ? Was de overwinning van de HDP in juni 2015 geen unieke kans voor Turkije? En waren de woorden van Erdogan’s rechterhand Yalcin Akdogan dat het vredesproces over zou zijn als de HDP de kiesdrempel zou halen geen voorafspiegeling van de geweldcirkel die we nu zien?

Zouden de Koerdische parlementsleden die nu in de gevangenis zitten daar ook verblijven als ze Erdogan gesteund hadden in zijn presidentiële hervormingen? Zouden ze ook dan als terroristen bestempeld worden?

Gülen

Je citeert me correct in het boek met een kritische noot die ik ooit plaatste bij de Gülen-beweging. Ik stel net als jij vast dat in het Westen de perceptie van het netwerk naïef is. Maar dat positieve imago hier bewijst precies dat de AKP en Gülen al die tijd hun werk goed gedaan hebben.

In Turkije zelf hoorde ik jarenlang heel wat waarschuwingen over de manier waarop Gülenisten de staat infiltreerden. Opmerkelijk genoeg hoorde ik die kritiek nooit uit de hoek van de AKP. Jij tuinde er blijkbaar zelf ook in. Op 21 januari 2014 schreef je in De Morgen: ‘Deze beweging en haar media hebben volgens mij al veel positieve bijdragen aan het democratische debat geleverd.

Zijn wij niet allemaal bedrogen, Dries?

Met vriendelijke groeten,

Dirk Vermeiren, gewezen Turkije-correspondent (2002-2014)