Woorden als “racisme” en “islamofobie” hebben een betekenis

Willy Laes

27 juli 2018
Opinie

Reactie op de column van Bleri Lleshi over Mia Doornaert

Woorden als “racisme” en “islamofobie” hebben een betekenis

Woorden als “racisme” en “islamofobie” hebben een betekenis
Woorden als “racisme” en “islamofobie” hebben een betekenis

In zijn column voor MO* van 22 juli 2018 “Vurig bestrijder van racisme of vurig bestrijder van islamofobie” veegt filosoof/auteur Bleri Lleshi de vloer aan met Mia Doornaert. De heisa laat ik links liggen. Ik wil het hebben over het misbruik dat de filosoof/auteur maakt van de begrippen “islamofobie” en “racisme” en over het verband dat hij legt tussen deze woorden.

© MO*

© MO*​

In zijn column voor MO* van 22 juli 2018 Vurig bestrijder van racisme of vurig bestrijder van islamofobie veegt filosoof/auteur Bleri Lleshi de vloer aan met Mia Doornaert, die door de Vlaamse regering is voorgedragen om de nieuwe voorzitter te worden van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Voor Lleshi is deze voordracht de reden om zich te laten schrappen van de auteurslijst van het VFL. De heisa daarover laat ik links liggen. Ik wil het hebben over het misbruik dat de filosoof/auteur maakt van de begrippen “islamofobie” en “racisme” en over het verband dat hij legt tussen deze woorden.

De reden voor zijn verzoek tot schrapping “ (…) is simpel: het islamofobe en dus racistische discours dat Doornaert hanteert in haar columns.” Islamofobe “en dus” racistische discours_._ Van een auteur die bovendien filosoof is, mag men enig zorgvuldig taalgebruik verwachten. Niet dus. Hij stelt islamofobie gelijk aan racisme. Dat is zelfs niet eens kort door de bocht. Het is gewoon de muur in.

Racisme en recht

Een “racistisch discours”. Sinds 1981 kent België een antiracismewet, die in 2007 gelijkgestemd werd met de Europese richtlijn over antiracisme en discriminatie. Wie zich in België schuldig maakt aan racisme kan dus voor de rechter gedaagd worden.

Vermits Lleshi beweert dat Doornaert een racistisch discours hanteert, vraag ik mij af waarop hij wacht om haar voor de rechter te slepen.

Vermits Lleshi beweert dat Doornaert een racistisch discours hanteert, vraag ik mij af waarop hij wacht om haar voor de rechter te slepen. Mocht hij daartoe niet de moed hebben, kan hij altijd aankloppen bij UNIA. Maar misschien heeft hij geen been om op te staan. In zijn column citeert hij uitgebreid Doornaert. Geen enkel van die citaten slaat expliciet op racisme. Lleshi zou dus best zijn pen in bedwang gehouden hebben.

Lleshi bewandelt dan maar een sluipweg, een heimelijke route. Hij heeft het over “cultureel racisme”. Merkwaardig. De meest gezaghebbende definitie van racisme is te lezen in het Internationaal VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Artikel 1, alinea 1 leest als volgt:

In dit Verdrag wordt onder rassendiscriminatie verstaan elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.”

Rassendiscriminatie slaat op elementen die een mens bij de geboorte meekrijgt. Een godsdienst hoort daar niet bij. Een religie belijden is een keuze die elke mens kan maken. Of niet. Bovendien bepaalt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM - Parijs 1948 – artikel 18) uitdrukkelijk dat een mens van godsdienst kan veranderen. Een kind weet dat niemand kan veranderen van ras, huidskleur, afkomst of etnische afstamming. Eventueel wel van nationaliteit.

Het verband leggen tussen islamofobie “en dus” racisme is onzin. Of het getuigt van kwaad opzet. Maar nogmaals: wat belet Lleshi naar de rechter te stappen en Doornaert aan te klagen voor haar “racistische discours”. Immers: “Ze produceert, verspreidt en normaliseert racisme en islamofobie.” Volgens de auteur/filosoof.

Waar komt de term “islamofobie” vandaan?

Islamofobie dan. Een term die al gebruikt werd in het begin van de Twintigste Eeuw, zoals Lleshi juist aangeeft. Maar opnieuw gelanceerd is door de Iraanse ayatollahs, die op het eind van de vorige eeuw op zoek waren naar een woord dat meteen iedereen stigmatiseert die enige kritiek op de islam zou durven te uiten. Daarom halen de theocratische dictators uit Iran, die geregeld wat homo’s publiekelijk ophangen, ‘islamofobie’ uit de kast.

Dit kunstje lukt perfect. Het woord is nu gemeengoed geworden. Lleshi en consoorten trappen in de val van de ayatollahs. Al wie vandaag kritiek heeft op de islam wordt aan de islamofobe schandpaal genageld. Want deze religie staat natuurlijk boven alle verdenking. Zoals vele verzen uit de koran duidelijk maken.

In sommige landen staat op blasfemie de doodstraf. Die in een aantal moslimlanden uitgevoerd wordt. Spelen met woorden is gevaarlijk. Soms doodsgevaarlijk. Getuigt het van islamofobie deze feiten onder de aandacht te brengen?

Enkele voorbeelden. Een vrouw is ondergeschikt aan een man (koran 4,34). Allah heeft een voorkeur voor mannen (2,228). De vrouw is een akker voor de man (2,223). De getuigenis van één man is gelijk aan de getuigenissen van twee vrouwen (2,223). Een man erft twee maal het deel van een vrouw (4,11). En ik, ongelovige, zal branden in een eeuwig vuur (4,56; 47,4).

Natuurlijk, zou Lleshi kunnen opwerpen, wordt hier de goddelijke waarheid geweld aangedaan want ik lees deze verzen ‘rauw’, zonder rekening te houden met de historische context, de onzorgvuldige vertalingen, de vele verbanden tussen de onderlinge verzen, de ontelbare hadiths, de hedendaagse situatie, enz., enz. Maar is de koran niet het “volmaakte boek” zoals soera 2,2 zelf aangeeft? En wie kan nu kritiek hebben op een volmaakt boek? Islamofoben, natuurlijk, mensen die lijden aan een ziekte, zoals arachnofobie, angst voor spinnen. Of aan een intellectuele afwijking, waarom niet?

De tirade van Bleri Lleshi ligt helemaal in de lijn van de Verklaring van de Rechten van de Mens in Islam aangenomen in Caïro (1990) door de Organisatie van de Islamitische Samenwerking (OIS). Deze Caïro-Verklaring is het islamitisch antwoord op de UVRM en heeft tot doel deze laatste naar het verdomhoekje te wijzen. Wat aardig aan het lukken is. Maar dat terzijde.

Artikel 22 van de Caïro-Verklaring proclameert dat het verboden is informatie te gebruiken om “afbreuk te doen aan het heilige en aan de waardigheid van de Profeten”. Voor de auteurs van de Caïro-Verklaring valt dit onder islamofobie en blasfemie. En dus censuur. In sommige landen staat op blasfemie de doodstraf. Die in een aantal moslimlanden uitgevoerd wordt. Spelen met woorden is gevaarlijk. Soms doodsgevaarlijk. Getuigt het van islamofobie deze feiten onder de aandacht te brengen?

Artikel 1 a) van de Caïro-Verklaring luidt:

Alle mensen vormen een familie waarvan de leden verenigd zijn in hun onderwerping aan Allah en afstammen van Adam.

Zo, dat weet de mensheid nu ook weer. Bovendien onderwerpt de Caïro-Verklaring alle mensenrechten aan de sharia:

“Artikel 24: Alle rechten en vrijheden afgekondigd in deze Verklaring zijn onderworpen aan de bepalingen van de sharia.

Artikel 25: De Sharia is de enige referentie voor het uitleggen of interpreteren van welk artikel dan ook uit deze Verklaring.”

Mag men deze Verklaring bestrijden, de Universele Verklaring verdedigen en kritiek leveren op de islam zonder meteen weggezet te worden als islamofoob en dus racist? Bleri Lleshi lijkt wel een vurige aanhanger te zijn van een schimmig en dubieus invullen van bepaalde woorden (islamofobie voor alle duidelijkheid) en het leggen van foute verbanden (“het islamofobe en dus racistische discours”). Bestaat er een woord voor iemand die dergelijke technieken toepast?

Willy Laes
Mensenrechtenactivist
Auteur van o.a.

  • Mensenrechten in de Verenigde Naties, een verhaal over manipulatie, censuur en hypocrisie, Garant, Antwerpen, 2011

  • Een jaar na Charlie Hebdo, een pamflet, Houtekiet, Antwerpen, 2015

  • Qatar, het Golfstaatje dat de wereld opkoopt, Houtekiet, Antwerpen, 2016