Chika Unigwe: ‘De grootste getto’s in de wereld worden gebouwd voor blanke expats, die geen moeite doen om in te burgeren’

Podcast

MO*podcast in samenwerking met Bruzz

Chika Unigwe: ‘De grootste getto’s in de wereld worden gebouwd voor blanke expats, die geen moeite doen om in te burgeren’

Chika Unigwe: ‘De grootste getto’s in de wereld worden gebouwd voor blanke expats, die geen moeite doen om in te burgeren’
Chika Unigwe: ‘De grootste getto’s in de wereld worden gebouwd voor blanke expats, die geen moeite doen om in te burgeren’

MO* sprak met schrijfster Chika Unigwe. Zij werd geboren in Nigeria, woonde tussen 1995 en 2013 in Turnhout en verhuisde dan opnieuw, naar Atlanta in de VS. Een gesprek over schrijven, diaspora, zwart zijn en overleven in tijden van Trump.

© Kilian de Jager

© Kilian de Jager​

Op 21 juli is Chika Unigwe een van de sprekers op het Kweli International Literary Festival in New York, in een sessie die als titel heeft: Writing in diaspora, migration, immigration. In 2005 zei je tijdens een interview met MO*: ‘… migreren is vandaag niet meer wat het vijftig jaar geleden was. Ik bel, bezoek, chat en mail voortdurend met mijn familie, of die nu in Nigeria of Noord-Amerika woont. Het is dus makkelijker geworden om de band met je verleden aan te houden -en tegelijk een stuk moeilijker om afstand te nemen van het leven dat je achterliet.’ Wat betekent schrijven in diaspora vandaag voor je?

Chika Unigwe werd geboren in Enugu, Nigeria. Haar eerste literaire stappen waren twee dichtbundels over en vanuit Enugu. In 1995 verhuisde ze naar België, van waaruit ze haar literaire carrière echt vorm gaf. In 2005 verscheen haar eerste roman, De Feniks, maar daarvoor had ze al internationaal al gescoord met kortverhalen (in 2003 won ze de BBC Short Story Competition met Borrowed Smile, in 2004 werd ze genomineerd voor de Caine Prize for African writing met The Secret).
Fata Morgana, dat in 2007 verscheen, was de echte internationale doorbraak in de Engelstalige versie (On Black Sisters Street, waarvoor ze in 2012 de Nigeria Prize for Literature kreeg.
Daarna volgende nog Nachtdanser (2011) en De zwarte messias (2013) en tussendoor heel wat kortverhalen.

‘Als schrijfster ben ik altijd bezig met woorden en betekenissen. Wat mij in eerste instantie interesseert, is te weten met welke term ik benoemd word. Voor mensen die uit het Zuiden naar het Noorden verhuizen, kunnen we kiezen tussen migrant, vluchteling of asielzoeker. Wie in de andere richting verhuist, is een expat. Mijn man is in de VS vanzelfsprekend een expat, want hij is blank. Voor mij geldt dat niet.’

‘Een Nigeriaanse vriendin, met een ingenieursdiploma, kon in Vlaanderen niet aan de slag omdat ze de taal onvoldoende sprak. Ze vond alleen werk als fabriekarbeidster. Na een jaar of 15 had ze daar genoeg van, ze verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk en daar gaf ze wiskundeles. Maar toen ze na zes jaar terugkeerde naar haar familie in België kon de VDAB enkel een opleiding als kassierster aanbieden. Na een stage bij Zeeman zat er niets anders op dan terugkeren naar de fabriek.’

‘De grootste getto’s in de wereld worden gebouwd voor blanke expats, die geen moeite doen om in te burgeren of de lokale talen te spreken of de lokale keuken te proeven.’

‘Je verliest je wortels nooit. En op sommige momenten zijn ze belangrijker dan op andere. Als ik heel droevig ben, rouw ik in het Igbo.’

‘Voor ik naar Europa kwam, had ik er geen bewust idee van wat het betekende om zwart te zijn’

In een column voor MO* schreef je in 2010: ‘Voor ik naar Europa kwam, had ik er geen bewust idee van wat het betekende om zwart te zijn, “de andere” te zijn. Zwart zijn op zichzelf is betekenisloos. Het krijgt betekenis van buitenaf. Dit is wat ik heb geleerd tijdens mijn vele jaren in België. In Turnhout.’

‘In de witte suburbia waar ik in Atlanta woon, word ik altijd vriendelijk bejegend –omdat ik deel ben van die klasse. Elders krijg ik vaak de vraag van waar mijn accent komt –omdat men de vraag naar je echte herkomst wat te direct vindt. Voor het eerst kunnen mijn kinderen zeggen: “Ik ben van België”, zonder dat daar meteen op volgt: “Ja, maar van waar kom je eigenlijk?”

‘Zeventig procent van de zwarte artsen in de Verenigde Staten zijn migranten. Dat spreekt boekdelen over het structurele racisme in de VS. Bijna elke dag verschijnen er nog wel berichten over geweld tegen zwarte burgers. Racisme lijkt onuitroeibaar, en vandaag voelen ze zich daar extra in gesteund, meer dan zes jaar geleden.’

De verkiezing van Barack Obama zorgde voor heel veel hoop, en achteraf voor nog meer teleurstelling –zoals Ta-Nehisi Coates beschreef in We waren acht jaar aan de macht. Cornel West zei in een interview met MO* in 2008: ‘Het feit dat een zwarte man president zou kunnen worden na eeuwen van keihard racisme, is niet minder dan het waarmaken van de American Dream. Tegelijk zou dit hoogtepunt de leegte van diezelfde Amerikaanse droom finaal kunnen aantonen. Want de armoede onder de zwarten zal verder duren. De scholen zullen in dezelfde erbarmelijke staat verkeren. Het verval van de huizen, de gezondheidszorg die niet toegankelijk is, de lonen die te laag zijn om van te leven: dat alles zal blijven duren. En daardoor zal duidelijk worden dat het succes van één individu het verschil niet maakt. Een zwart gezicht in het Witte Huis is mooi, maar niet als hij niet bij machte is om de armoede te bestrijden. Barack Obama zal, met andere woorden, het ideologische model moeten breken dat de hele wereld domineert sinds Margaret Thatcher.’

‘De droom die Obama waarmaakte, was het realiseren van een rolmodel voor kinderen. Het belichamen van de echte mogelijkheid op verandering. Zijn verkiezing kon natuurlijk niet het einde van het racisme betekenen, maar gaf wel hoop. Maar het werd door conservatieve blanken ervaren als een bedreiging.’

‘In een turbulente tijd als deze kan je als schrijver niet anders dan je met de wereld bezighouden. Je fictie is noodzakelijk ook politiek.’

De verkiezing van Donald Trump was voor de meeste “gekleurde” Amerikanen een diepe teleurstelling. Het was ook het begin van een explosief debat over nepnieuws en de rol van de media. In een MO*artikel over feit en fictie zeg je: ‘In tijden waarin alternatieve feiten en nepnieuws de integriteit van de pers en zelfs van de feiten op losse schroeven zetten, en zelfs het begrip waarheid helemaal ondergraven, is het verschil tussen fictie en objectieve waarheid van groot belang. Fictie geeft ons wel de mogelijkheden om de werkelijkheid beter te begrijpen, en schrijvers hebben altijd fictie gebruikt om alternatieve mogelijkheden uit te tekenen, een soort blauwdruk van wat ook zou kunnen. Fictie daagt ons uit om ons die andere mogelijkheden voor te stellen.’

‘In een turbulente tijd als deze kan je als schrijver niet anders dan je met de wereld bezighouden. Je fictie is noodzakelijk ook politiek. Vanuit Nigeria vonden we vroeger dat Engelse schrijvers geluk hadden te kunnen schrijven over wandelen, vrijen, slapen… Maar voor Afrikaanse schrijvers die leefden onder dictaturen was politiek onvermijdelijk, omdat het dagelijkse leven van mensen daar ook niet aan ontsnapt. Nu begint men ook in de VS die richting uit te gaan.’