Embera’s in Colombia: verdreven door geweld, gedwongen in armoede

Reportage

‘De regering is haar afspraken met onze gemeenschap niet nagekomen’

Embera’s in Colombia: verdreven door geweld, gedwongen in armoede

Embera’s in Colombia: verdreven door geweld, gedwongen in armoede
Embera’s in Colombia: verdreven door geweld, gedwongen in armoede

Zo’n 1500 Embera’s bivakkeren in de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Ze zijn het geweld in het regenwoud ontvlucht en leven in vreselijke omstandigheden in een voormalig internaat. Kan het vredesplan van president Gustavo Petro de wapens doen zwijgen en een einde maken aan hun uitzichtloze situatie?

© Ynske Boersma

Sinds mei vorig jaar verblijven ze in een voormalig internaat in het centrum van Bogota, een gebouw bedoeld voor 150 kinderen waar nu bijna 1500 inheemse Embera’s bivakkeren.

© Ynske Boersma

Zo’n 1500 leden van het Embera-volk bivakkeren in de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Ze zijn het aanhoudende geweld in het regenwoud ontvlucht en leven nu in mensonterende omstandigheden in een voormalig internaat. Kan het vredesplan van president Gustavo Petro de wapens doen zwijgen en een einde maken aan hun uitzichtloze situatie?

Sommige kinderen zijn met een zilveren lepel in de mond geboren. Baby Yampier had minder geluk: zijn ouders zijn inheemse ontheemden in Colombia, gevlucht uit de jungle voor het geweld van gewapende groepen. Al jarenlang zwerven ze door de hoofdstad Bogota, waar ze overleven door te bedelen op straat of door handgemaakte sieraden van kraaltjes te verkopen.

Sinds mei vorig jaar verblijven ze in een voormalig internaat in het centrum van Bogota, een gebouw bedoeld voor 150 kinderen waar nu bijna 1500 inheemse Embera’s bivakkeren. Ze leven in omstandigheden die zó mensonterend dat er eigenlijk geen woorden voor zijn. Dat is waar Yampier (een verbastering van het Franse ‘Jean-Pierre’) in november het licht zag.

Nauwelijks een paar weken later kreeg het baby’tje ademhalingsproblemen. Een maand lag hij op intensieve zorg, waar hij ternauwernood een longontsteking overleefde. ‘We wonen met zestig families in één lokaal’, zegt zijn moeder Gloria Arce, een jonge vrouw met een zacht gezicht en een litteken op haar wang.

‘Ze vermoordden mijn oom en mijn opa, en bedreigden mijn moeder.’

‘Dat zijn tweehonderd mensen die daar niet alleen slapen maar ook eten koken, op gasstelletjes. Daardoor is de lucht er heel slecht, en dat heeft mijn baby ziek gemaakt, zeggen de artsen. Maar ik heb geen geld om ergens anders te wonen.’

Arce is een Embera Chamí, dat ‘mens uit de bergen’ betekent. Ze groeide op in de groene bergen van het departement Risaralda, in het westen van Colombia. Haar gemeenschap leefde van jagen, vissen en de gewassen die ze verbouwden. Was er iemand ziek, dan heelden hun traditionele medicijnmannen de patiënt met rituelen en planten uit het bos.

Vijftien jaar geleden raakte haar familie ontheemd door het geweld van de guerrilla in hun leefgebied. ‘Ze vermoordden mijn oom en mijn opa, en bedreigden mijn moeder,’ verklaart Arce de vlucht van haar familie naar Bogota. ‘Wij kunnen niet terug, want de guerrilla is daar nog steeds en de regering geeft ons geen garanties voor onze veiligheid. Daarom zijn we hier.’

© Ynske Boersma

Gloria Arce en haar moeder Adelia.

© Ynske Boersma

Exodus

Het is het lot van duizenden Embera’s in Colombia, van wie de reservaten doorgaans in de meest afgelegen en door de overheid verlaten conflictregio’s liggen. Gewapende groepen als guerrillabeweging ELN en paramilitaire groepen maken er al decennialang de dienst uit.

Dat maakt de Embera’s, met een geschat bevolkingsaantal van ongeveer tweehonderdduizend in Colombia, een van de bevolkingsgroepen die het meest getroffen zijn door het Colombiaanse conflict in de afgelopen decennia.

Het gevolg is een continue uittocht van de Embera’s naar de steden, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Maar daar wacht ze geen warm welkom. Afkomstig uit de jungle, en met een compleet andere cultuur, ondervinden ze haast onoverkoombare integratieproblemen in de stad.

De overheid laat hen grotendeels aan hun lot over. ‘Wij spreken niet goed Spaans, kleden ons anders dan de mensen in de stad en hebben geen opleiding. Daarom wil niemand ons werk geven’, zegt Arce, die zelf op 11-jarige leeftijd stopte met school omdat ze moest bedelen om aan geld te komen.

De opvang is het best te omschrijven als een ‘levende hel’.

Uit protest tegen hun situatie bezetten een duizendtal Embera’s in september 2021 het grootste stadspark van Bogota met een vluchtelingenkamp. Negen maanden hielden ze dat vol, kamperend onder landbouwplastic in de stromende regen en kou van de hoofdstad.

Tot ze in mei 2022 tot een overeenkomst kwamen met de regering. Een deel zou terugkeren naar hun leefgebieden, voor de anderen was een (zeer) tijdelijke opvang beschikbaar in het centrum van de stad. Daarna zouden de bewoners een nieuw onderkomen krijgen.

De weinigen die vertrokken uit Bogota maakten intussen weer rechtsomkeer. De tijdelijke opvang, die slechts voor zeventien dagen zou zijn, bestaat nu al acht maanden en barst uit zijn voegen. Ongeveer 1450 personen bewonen het bescheiden complex van twee gebouwen van elk drie verdiepingen, voorheen een internaat voor kwetsbare kinderen in het centrum van Bogota. Dat is het tienvoudige van waar het complex op is berekend.

De opvang is bovendien nog het best te omschrijven als een ‘levende hel’. Op letterlijk elke vierkante meter “wonen” families: in de lokalen waar tot tweehonderd mensen slapen en in de gangen. Zelfs in het trapportaal, waar achter een afscheiding van plastic een moeder haar baby de borst geeft, terwijl een continue stroom van bewoners de trappen op en af loopt.

En dat zijn nog de “gelukkigen”, met een dak boven hun hoofd. De meest onfortuinlijke mensen slapen buiten op de speelplaats van het internaat, onder geïmproviseerde afdakjes van landbouwplastic. Het zijn de laatst aangekomen ontheemde families, die zich nog wekelijks melden in Bogota.

© Ynske Boersma

De slaapzaal wordt gedeeld door zestig families.

© Ynske Boersma

Geen voorzieningen

De avond valt wanneer ik de opvang bezoek. Uit een speaker klinkt luide cumbiamuziek. Groepjes mannen zijn aan het dobbelen. Een naakte peuter huilt ontroostbaar op de binnenplaats, alleen. Op de binnenplaats, in de gangen, de galerijen: overal hangt was te drogen. De lucht binnen is bedrukt en ruikt naar gas, eten en zweet.

Hier en daar hangen schuimmatrassen opgerold aan de muur, enkelen hebben een tentje opgezet voor privacy. ‘Maar de meesten slapen op de grond’, zegt Arce.

De weinige toiletten in het complex zijn voortdurend verstopt en met regelmaat komt er geen water uit de kranen. Die onhygiënische situatie leidt tot uitbraken van tuberculose, luchtweginfecties en huidziekten. Daardoor overlijden er regelmatig jonge kinderen.

‘De regering is haar afspraken met de Embera’s niet nagekomen.’

‘In het park waren geen voorzieningen als water of elektriciteit. Maar hier leven ze als muizen boven op elkaar’, zegt kok Julián Segura. Dagelijks kookt hij namens de overheid 600 maaltijden voor de ontheemden.

Het is ondankbaar werk. De bewoners klagen steevast dat het eten te weinig, slecht of bedorven is. Of simpelweg dat het niet is wat ze willen eten. ‘Het park of deze opvang, ik weet niet wat het ergste is’, verzucht Segura. ‘Ik weet alleen dat dit moet ophouden.’

‘De regering is haar afspraken met de Embera’s niet nagekomen’, zegt Leonibal Campo (36), autoriteit van de Embera Katío, de etnische bevolkingsgroep met de grootste vertegenwoordiging in de opvang. ‘Zoals garanties voor een veilige terugkeer naar onze territoria, maar ook onderwijs, zorg, huisvesting, en eten. Als deze situatie nog lang duurt, bezetten we het park weer.’

© Ynske Boersma

De enige watervoorziening in de opvang.

© Ynske Boersma

Voortvarend begin

Ruim zes jaar na de vredesakkoorden met Colombia’s grootste guerrillabeweging FARC worden grote delen van het land nog steeds geteisterd door geweld. De rechts-conservatieve regering van Iván Duque (2018-2022) schoot ernstig tekort met het uitvoeren van de akkoorden. Het duurde niet lang voordat andere gewapende groepen en criminele bendes de macht overnamen in de gebieden die de FARC had achtergelaten.

En zo kwam Colombia in een nieuwe geweldsspiraal terecht. Het gevolg: meer dan 1300 vermoorde gemeenschapsleiders en honderden moordpartijen in met name de afgelegen regio’s van het Andesland. In de eerste helft van 2022 raakten volgens cijfers van het Rode Kruis meer dan 70.000 Colombianen ontheemd. Daarbij leefden 120.000 Colombianen eind 2022 onder de permanente dreiging van een gewapende groep. Die bepaalt, onder andere, wanneer bewoners wel en niet hun huizen mogen verlaten.

Duque’s opvolger, de linkse president en oud-guerrillastrijder Gustavo Petro, wil een definitief einde maken aan dat geweld. ‘Totale vrede’ heet zijn ambitieuze plan dat ertoe moet leiden dat alle gewapende groepen hun activiteiten staken.

Om dat doel te bereiken wil de president met al deze groepen onderhandelingen voeren: van Latijns-Amerika’s oudste nog actieve guerrillagroepering ELN en dissidenten van de FARC tot extreemrechtse paramilitairen en kleinere criminele bendes. Nieuw is dat Petro ook met de criminele bendes zonder enige ideologische grondslag rond de tafel wil, om hen ertoe te bewegen voor de rechtbank te verschijnen.

‘Ik eindig het jaar met de wens dat vrede mogelijk zal zijn.’

De president ging voortvarend van start. In november 2022 hernam de regering de vredesonderhandelingen met guerrillabeweging ELN in de Venezolaanse hoofdstad Caracas. Er werd onder meer een akkoord bereikt over de terugkeer van de ontheemde Embera’s. Daarbij zou het merendeel van de gewapende groepen en bendes bereidheid tot onderhandelen hebben getoond.

Kers op de taart was een getweette mededeling op oudejaarsavond dat de regering een staakt-het-vuren bereikt zou hebben met Colombia’s vijf belangrijkste gewapende groepen, waaronder ELN. ‘Een gewaagde daad’, aldus de euforische president op Twitter. ‘Ik eindig het jaar met de wens dat vrede mogelijk zal zijn.’

Vrede nog niet voor morgen

Toch blijft dat vooralsnog een wensdroom. Vier dagen na de historische mededeling liet ELN weten nooit ingestemd te hebben met een staakt-het-vuren. Even hingen de toch al zo fragiele vredesonderhandelingen aan een zijden draadje. Afgelopen 13 februari werden die toch hervat, met een nieuwe onderhandelingsronde van drie weken in Mexico.

Het zou niet de enige uitglijder blijken. Zo weigerde de Colombiaanse justitie om het arrestatiebevel van zestien leiders van paramilitaire groepen op te heffen, op verzoek van Petro. Ook ontstond begin februari ophef over de kortstondige vrijlating van een kopstuk van de paramilitairen, veroordeeld voor onder andere de moord op een journalist. De man in kwestie had zijn vrijlating verzocht nadat hij was aangewezen als tussenpersoon bij de onderhandelingen met een van de paramilitaire groepen. Maar volgens de regering was het helemaal niet de bedoeling dat hij die rol in vrijheid zou vervullen, waarna hij weer werd vastgezet.

Of die ertoe zullen leiden dat deze gefragmenteerde guerrillabeweging de wapens zal neerleggen is de vraag: eind maart pleegden zij een bomaanslag op een legerbasis in de regio Catatumbo, waarbij 9 soldaten om het leven kwamen.

Ook de wapenstilstand met Colombia’s grootste paramilitaire groep Clan del Golfo hield niet stand. De regering-Petro verbrak het bestand eenzijdig omdat de groep de drijvende kracht zou zijn achter een recente gewelddadige staking in Bajo Cauca, die het openbare leven volledig platlegde gedurende weken. De staking was een protest tegen operaties van de regering tegen illegale mijnbouw. Het is geen geheim dat illegale mijnbouw een lucratieve bron van inkomsten is voor Clan del Golfo.

Kortom, van de vijf gewapende groepen hebben de twee grootste de wapens weer opgepakt. En dan zijn er nog tientallen kleinere met wie de onderhandelingen nog moeten beginnen.

‘Het grootste obstakel voor totale vrede is het enorme aantal gewapende criminele groepen in ons land’, zegt Eduardo Pizarro, expert op gebied van het gewapend conflict in Colombia, in een interview met het tijdschrift Cambio.

‘Colombia staat tweede op de lijst van landen met de meeste gewapende criminele bewegingen ter wereld. Hun aantal wordt ergens tussen de 35 en 50 geschat. Dat zijn er extreem veel. Dus stel dat je met 7 of 8 daarvan een wapenstilstand sluit, dan is die haast onmogelijk te handhaven, omdat andere gewapende groepen meteen het territorium dat ze achterlaten zullen binnendringen om hun illegale gewassen, mijnbouw of het controleren van de grenzen over te nemen.’

‘De totale vrede is een goed idee dat heel slecht kan uitpakken.’

Daarbij is het de vraag wat de criminele bendes te winnen hebben bij het opgeven van hun lucratieve criminele economieën, met name drugshandel en illegale mijnbouw.

‘Dit is een delicate kwestie, want de vrede is gebaseerd op het idee dat armoede de oorsprong van het geweld is. Maar onderzoeken tonen drie oorzaken aan: ideologie, armoede en hebzucht, het vergaren van kapitaal, wat vandaag de dag de belangrijkste motor van het geweld in Colombia is. Om die reden zal het conflict niet eindigen met het berechten van criminele commandanten, zolang de illegale economieën blijven voortbestaan. Maar die zijn een groot probleem, want hoe gaan we de drugshandel stoppen?’

Ook Jorge Mantilla, directeur van Conflict en Georganiseerde Misdaad voor Stichting Ideeën voor de Vrede (FIP) in Bogota, is sceptisch over Petro’s vredesbeleid, dat grotendeels lijkt te zijn gebaseerd op improvisatie.

En dat is riskant: ‘Het plan voor totale vrede zou hand in hand moeten gaan met een duidelijk geformuleerd veiligheidsbeleid, maar daar ontbreekt het vooralsnog aan’, zegt Mantilla. ‘Daarmee bedoel ik niet het militariseren van het land, want dat heeft nooit het gewenste effect gehad, maar wel het anticiperen op waar nieuw geweld kan ontstaan. Zoals door dissidenten van de ELN, of leden van paramilitaire groepen die weigeren voor de rechtbank te verschijnen.’

Zo leiden wapenstilstanden met slechts een deel van de gewapende groepen tot verwarring onder het leger. Voor haar is het haast onmogelijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende bendes en gewapende groepen. Daardoor weten ze niet wanneer ze moeten optreden en wanneer niet. Als gevolg hebben verschillende gewapende groepen hun macht in de regio’s versterkt en bevechten ze elkaar in de strijd om de controle over territoria.

Mantilla is bezorgd. ‘In het slechtste geval keren we terug naar een nieuwe cyclus van geweld. De totale vrede is een goed idee dat heel slecht kan uitpakken.’