Toenemende zandwinning bedreigt Vlaamse kust

Reportage

Toenemende zandwinning bedreigt Vlaamse kust

Toenemende zandwinning bedreigt Vlaamse kust
Toenemende zandwinning bedreigt Vlaamse kust

Zand wordt schaars in België. Ontginners delven steeds verder en dieper in de Noordzee naar het gegeerde grove zand. Uit gesprekken met oceanografen en de bevoegde staatssecretaris blijkt dat ecologische en economische belangen in conflict zijn met elkaar en dat het beleid de leeglopende zandloper niet gekeerd krijgt.

Katrien Van der Biest is de persoon bij uitstek die een licht kan werpen op het conflict in eigen land rond schaars zand.

Van der Biest zette haar passie voor de kracht van de natuur -en dan vooral voor de zee- om in een specialisatie oceanografie en een doctoraat over diensten die het ecosysteem voor de Belgische kust gratis levert.

Bodem in zicht

Volgens Van der Biest weten ontginners best dat zand een eindige grondstof is en dat de voorraden uit de Noordzee aan het slinken zijn. In het dichtbevolkte België ligt het zand niet bepaald voor het oprapen.

Zandontginning in de Noordzee begon midden jaren 1970, aanvankelijk dicht bij de kust, tegenwoordig steeds verder in zee. In de eerste tien jaar ging het om een half miljoen ton per jaar, maar de stijging is exponentieel.

Als de zandvraag voor kustveiligheid stijgt en als men daarvoor kust-nabije zandbanken afgraaft, is dat toch een vestzak-broekzak operatie.

Vandaag wordt er al meer dan 3 miljoen -en soms zelfs meer dan 5 miljoen- kubieke meter per jaar opgediept. De volgende 35 miljoen kubieke meter zijn al gepland.

Op steeds meer plaatsen is de maximale diepte van vijf meter onder de zeespiegel al bereikt.

Een zandbank dicht bij de kust remt wel gratis en voor niets grote golven aan hun basis af voor ze aan land komen.

Als de zandvraag voor kustveiligheid stijgt en als men daarvoor kust-nabije zandbanken afgraaft, is dat toch een beetje een vestzak-broekzak operatie.

Maar ook vanuit het vasteland stijgt de vraag, vooral in de bouwsector. Die heeft vooral grof zand nodig en net dat grove zand blijkt veel schaarser te zijn dan fijn zand. De natuur maakt dat zand niet even snel bij. De ondiepe Noordzee is een zandkoffer waarvan de bodem in zicht komt.

Als de poort wagenwijd open staat

Nu is niet elk verlies van natuurlijke barrières even ingrijpend voor de kustverdediging. Vooral daar waar de geul dwars door een zandbank aangelegd wordt -meestal om steeds grotere schepen binnen te halen- is het effect meetbaar.

Die geulen zetten de poort niet alleen open voor megaschepen, maar ook voor megagolven. Voor Oostende werden de stormgolven 10 procent hoger nadat de zandbank voor de haven dieper doorsneden werd.

Voor Oostende werden de stormgolven 10 procent hoger nadat de zandbank voor de haven dieper doorsneden werd.

De ingenieur die dit berekende, schreef zijn rapport in 2008, voor de evolutie van 0,5 naar meer dan 5 miljoen kubieke meter zandontginning per jaar, en vooral voor de verdere uitdieping van de vaargeulen.

Die afzwakking van Belgiës natuurlijke verweersysteem komt er op een moment in de geschiedenis dat de zeespiegel exponentieel stijgt en een warmer klimaat ook vaker extreem krachtige stormen aanwakkert.

Hoe lang zal de kustveiligheid het versnellende tempo van opwarming, zeespiegelstijging en sterkere stormen nog kunnen bijhouden? Dreigt de private vraag uit de bouwsector en vanuit de nationale havens geen hoge publieke kost te veroorzaken?

Een kind kan begrijpen dat, als het zeewater rond een zandkasteel wil krijgen, er een grote geul in de richting van de zee moet komen. Zo geraken de golven sneller landinwaarts.
De schupjes van Jan De Nul en konsoorten zijn echter veel groter, en het kasteel in kwestie is een aardig deel van West-Vlaanderen.

Westkust vernatuurlijkt

De Vlaamse bouwmeester presenteerde vier scenario’s voor de kust in 2100 en in twee van deze scenario’s nam de zee een enorme hap uit Vlaanderen.

‘Er is wel degelijk een impact op het milieu, maar de wetenschappelijke bewijzen van de precieze gevolgen ontbreken voorlopig nog’

De westelijke helft van de kust en achterliggende polders zouden tegen 2100 teruggegeven worden aan de zee.

In het rapport heet het dat de westkust ‘actief ontstedelijkt’ en ‘vernatuurlijkt’. Of West-Vlaamse boeren die terminologie zullen overnemen, wanneer de zee hun grond opeist, valt te betwijfelen.

Er bestaat nog geen studie die de verbanden blootlegt tussen verlaagde zandbanken, verdiepte geulen en verhoogde kansen op het verlies van een stuk kust. Van der Biest: ‘Er is wel degelijk een impact op het milieu, maar de wetenschappelijke bewijzen van de precieze gevolgen op ecosysteemdiensten zoals kustveiligheid ontbreken voorlopig nog.’ Een nieuwe studie gebaseerd op een schat aan nieuwe data zou in het najaar rond moeten zijn.

Beter beleid op komst?

Vera Van Lancker, senior researcher bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, werkt volop aan deze studie. Van Lancker benadrukt dat België een wereldwijde koploper is in de kartering van mariene zandvoorraden.

De onderzoekster verduidelijkt dat ‘als de overheid die vijf meter limiet gaat aanpassen, ze dit vooral doet omdat die grens ooit eerder willekeurig tot stand kwam en we nu veel beter weten waar we dieper kunnen graven zonder al te veel schade aan te richten en waar we beter afblijven.’

‘Op lange termijn zullen we moeilijk anders kunnen dan zand invoeren, bijvoorbeeld uit Nederland’

In die zin is er sprake van een betere kennis en beter management van het hele ecosysteem. Alhoewel: Van Lancker geeft ook toe dat de metingen aantonen dat afgegraven zandbanken niet zo snel herstellen als eerst gedacht.

Vooral de voorraden van het nuttige, grove zand blijken eindig en slinkende te zijn.

‘Enerzijds kunnen er nog heel wat maatregelen getroffen worden rond circulaire economie, maar anderzijds zullen we op lange termijn moeilijk anders kunnen dan zand invoeren, bijvoorbeeld uit Nederland.’ Als Nederland tegen dan nog zand wil verkopen, natuurlijk.

Dat zand een schaars goed aan het worden is met conflicterende vragende partijen geeft ook onze staatssecretaris voor de Noordzee Philippe de Backer van Open-VLD toe. Voor hem staat het economische potentieel van de zandontginning vooraan.

‘Het spreekt voor zich dat ik met het volgend marien ruimtelijk plan volop de kaart van ‘Blue Growth’ (Blauwe Groei, vvdr) wil trekken, waarbij we inzetten op het economisch potentieel van de Noordzee zonder ook het ecologisch belang uit het oog te verliezen’, aldus de Backer.

Versnipperde ecologische belangen

Wanneer de Backer over het ecologische belang spreekt, bedoelt hij het lokale mariene milieu, niet de kustverdediging. Daarvoor verwijst de staatssecretaris naar het Vlaamse niveau. Zeewering is namelijk een Vlaamse bevoegdheid.

Versnipperde bevoegdheden en economische belangen staan in de weg van een echt circulair economisch beleid.

Versnipperde bevoegdheden en economische belangen staan in de weg van een echt circulair economisch beleid met als centraal uitgangspunt dat er niet meer uit de Noordzee gehaald zou worden dan er opnieuw aangroeit.

Het huidige tempo van ontginning is echter onmogelijk vol te houden, zand is nu eenmaal een eindige grondstof. Vergeleken met het tempo waaraan de natuur zand aanmaakt, verbruikt de mens het aan de snelheid van het licht. Ook in eigen land zal dat zich vroeg of laat wreken.

Nick Meynen is naast MO* medewerker actief bij de European Environmental Bureau en auteur. Dit dossier maakt deel uit van het pas gepubliceerde “Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie.”