Brandstoftekort en corruptie brengen Haïtianen opnieuw op de barricades

Reportage

Onrust in Haïti

Brandstoftekort en corruptie brengen Haïtianen opnieuw op de barricades

Brandstoftekort en corruptie brengen Haïtianen opnieuw op de barricades
Brandstoftekort en corruptie brengen Haïtianen opnieuw op de barricades

Protesten, blokkades, manifestaties: het is niet de eerste keer dat Haïti in brand staat. Maar eind oktober valt Haïti hoogstwaarschijnlijk zonder brandstof, en wat dan? Alex Van Steenbergen zag met eigen ogen hoe de gewone Haïtianen lijden onder de brandstofcrisis.

In de straten van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince is het onrustig: manifestanten vragen dat president Jovenel Moïse opstapt.

REUTERS/Andres Martinez Casares

Saint-Michel d’Attalaye. Dit zou een typisch, onopvallend stadje op het vruchtbare plateau van centraal Haïti moeten zijn. Er is een marktplein waar boerenvrouwen hun fruit en groenten op jute zakken aan de man brengen. Het centrum is omgeven door suikermolens en stokerijen van witte rum. Elke week is er een dierenmarkt en jaarlijks een groot feest voor de patroonheilige.

Normaal gezien zijn dat de enige evenementen van betekenis hier. Niet nu. Op kruispunten zijn zwarte roetvlekken te zien, de laatste sporen van brandende banden. Het zijn de overblijfselen van barricades die twee weken geleden zijn opgeworpen door woedende opposanten.

De tijdelijke kalmte is bedrieglijk. Tijdens een wandeling naar de markt zie ik dat de straten zich plots vullen met scholieren in uniform. Kriskras lopen ze door elkaar en haasten ze zich naar huis. Het gerucht gaat dat een bende heethoofden uit de naburige stad Gonaïves scholen wilden blokkeren en dat er met stenen is gegooid.

De zenuwen staan gespannen en de lessen zijn afgelast. Voor de kinderen volgt een dag zonder les, de zesde al dit jonge schooljaar.

© Alex Van Steenbergen

De scholen gingen dicht: het gerucht ging dat een bende heethoofden uit de naburige stad Gonaïves scholen wilden blokkeren.

© Alex Van Steenbergen

Peyi lòk

Haïti gaat door de vierde week van Peyi Lòk, het ‘geblokkeerde land’ in het Kreyòl (Haïtiaans creools). Zoals vaker komt een ongeluk hier nooit alleen. Haïti gaat door een perfecte storm, een samenloop van omstandigheden die de zwakten van het land pijnlijk duidelijk maken.

Aan de basis van de protesten en blokkades ligt een acuut tekort aan brandstof. Een Venezolaanse subsidie voor goedkope brandstof via de PetroCaribe-alliantie is een jaar afgelopen afgelopen. En de Haïtiaanse overheid kan de subsidie niet meer betalen, maar aarzelt om de officiële prijs aan de pomp op te trekken.

Buitenlandse leveranciers – Amerikanen dit keer – willen niet meer wachten op achterstallige betalingen en draaiden de kraan dicht. De laatste brandstoflevering dateert van midden september.

Haïti als speelbal van het buitenland: het klinkt al te klassiek. Maar de situatie is nu explosief, omdat de crisis gepaard gaat met een corruptieschandaal. President Jovenel Moïse zou een deel van de Venezolaanse subsidie in eigen zak hebben gestoken.

Deze barricades kan je met een gewone wagen onmogelijk forceren, en dat is precies de bedoeling.

Het moegetergde volk kan dit niet verteren. De oppositie heeft dan ook geen moeite om en masse te mobiliseren. Betogingen, stakingen en vooral de beruchte wegblokkades maken af wat het brandstoftekort in gang zette. Het land ligt plat.

Sinds het begin van de onlusten zijn de barricades het symbool bij uitstek van Peyi Lòk. Vanuit de hoofdstad Port-au-Prince komen beelden zien van stapels brandende banden op kruispunten, bruggen en – zeer slim – over de police dormants, de scherpe Haïtiaanse verkeersdrempels. Deze barricades kan je met een gewone wagen onmogelijk forceren. En dat is precies de bedoeling.

Er zijn spectaculaire verhalen bekend van in paniek geraakte toeristen die 1000 dollar veil hebben om een forse blokkade naar de luchthaven te mogen passeren. Het verschil tussen activisme en struikroverij is niet altijd duidelijk.

De dag dat de tankwagen langskwam

In Saint-Michel staat Lumière Céleste, het plaatselijk tankstation, al een volle week droog. Vorige week raakte een tankwagen met brandstof eindelijk door de blokkades in Port-au-Prince. Zo gauw het nieuws bekend raakte, was het aanschuiven om een rantsoen in te slaan aan de gereguleerde prijs.

Gezinnen verdringen zich om de dieselpomp van Lumière Céleste, de iconische gele gallons bij de hand. Wagens staan tot honderden meters in de file, velen tevergeefs.

© Alex Van Steenbergen

Een tankwagen met brandstof raakte eindelijk door de blokkades in Port-au-Prince, en meteen is het aanschuiven bij tankstation Lumière Céleste.

© Alex Van Steenbergen

Na nog geen twee dagen is de pomp weer leeg. De eigenaar wil het risico niet meer nemen om zijn truck naar de heksenketel van Port-au-Prince te sturen. Voorlopig blijft het station gesloten.

De zwarte markt vult de leegte op. Mensen zetten gallons voor hun deur als signaal dat brandstof te koop is. Ze moeten meestal niet lang wachten. In het dorp stijgt de prijs tot 750 gourdes (ongeveer 7,5 euro) voor 3,8 liter. Op de wegen van het platteland loopt het op tot 1000 gourdes (zo’n 10 euro).

‘De prijs op de zwarte markt is tot vier keer gestegen, maar ik kan maar het dubbele van een ritje vragen.’

De gevolgen zijn zichtbaar. Geen Haïtiaans dorp is normaal gezien compleet zonder een vloot kleine mototaxi’s op het plein. Meestal rijden de taxi’s af en aan en zijn de straten vol van de muziek die klinkt uit geïmproviseerde versterkers onder het stuur. Nu is het duidelijk minder druk.

Monsly (schuilnaam), mijn chauffeur op weg naar een interview, legt me uit waarom. ‘De prijs op de zwarte markt is tot vier keer gestegen, maar ik kan maar het dubbele van een ritje vragen. Op de vijftig gourdes die ik verdien, gaat de helft naar brandstof. En dan is het onderhoud nog niet betaald.’

© Alex Van Steenbergen

Brandstof is verkrijgbaar op de zwarte markt, maar daar lopen de prijzen veel hoger op dan aan het tankstation.

© Alex Van Steenbergen

Monsly is in hoofdberoep leraar. Voor de door mij beloofde dollar heeft hij zijn leerlingen eventjes met een taak op het bord alleen gelaten. Hij bezit zijn eigen moto, en rijdt er mensen mee rond als aanvulling op zijn magere inkomen. Anderen moeten de moto huren en hebben de keuze tussen afhaken of lange uren kloppen.

Robenson, een andere chauffeur, vertelt me dat hij bij dageraad begint en tot twintig uur in de weer is. Monsly probeert me dan weer na een rit zelf gevlochten mandjes te verkopen. Het is zijn derde job.

Suikerriet voor rum

De gemiddelde Haïtiaan werkt zoals Monsly en Robenson in precaire, zelfstandige jobs met veel concurrentie. Zij staan er alleen voor en voelen als eerste de effecten van de brandstofcrisis. Kosten doorrekenen is voor hen vaak onmogelijk. Maar ook kleine zakenlui met een eigen bedrijfje voelen de druk.

De directeur van een van de vele stokerijen van clairin, het fruitige basisproduct voor gerijpte rum (gemaakt van suiker of suikerriet), vertelt hoe zijn bedrijfje gevangen zit tussen de stijgende kosten en de macht van zijn afnemer. ‘Vooral het vervoer van suikerriet naar mijn molen is duurder geworden. Ik betaal nu 1200 gourdes voor een bussel, tegenover 900 vorig jaar.’

Hij levert aan Barbancourt, de exporteur van de hoog aangeschreven rum en de dominante speler op de binnenlandse markt. Wanneer — of beter, als — de truck langskomt, heeft hij de vraagprijs alleen maar te aanvaarden. Aan doorrekenen denkt hij niet. Hij is al blij als de afnemer door de blokkades raakt.

De stokerij stelt 15 man tewerk. Voorlopig denkt hij er niet aan om hen weg te sturen. Hij spreekt voorlopig de reserves aan. Maar lang trekt hij het niet meer.

© Alex Van Steenbergen

De directeur van een clairin-stokerij is al blij als de afnemer van zijn product door de blokkades raakt.

© Alex Van Steenbergen

Bevallen bij een zaklamp

Datzelfde gevoel heeft ook Gardy Merdelus, de verantwoordelijke van het plaatselijke ziekenhuis. Hij ontvangt me in zijn kleine kantoor boven de consultatieruimtes. In Braziliaanse legertenten worden cholerapatiënten in quarantaine gehouden. In de tuin worden zuigelingen ingeënt.

Voorlopig zijn er nog vaccins. Het hospitaal heeft wel al een tekort aan serum en medicijnen om bevallingen in goede banen te leiden.

Het opschrift Ambilans is geen automatisch vrijgeleide. De activisten controleren tot in de cabine of echt alleen een zieke wordt vervoerd.

Dankzij zonnepanelen overleeft het hospitaal het tekort aan diesel voor generatoren. Wanneer de zon voldoende schijnt, kan het licht ‘s nachts blijven branden, door de apparatuur overdag strategisch af te schakelen. Maar als dat niet lukt, worden bevallingen bij een zaklamp begeleid.

Het vervoer van patiënten blijkt de grootste zorg te zijn. Merdelus stelt een significante daling vast van patiënten die zich op eigen initiatief aanbieden. Het vervoer is daar te duur voor geworden, al lacht hij schamper dat ook de ongevallen met de onveilige mototaxi’s zijn afgenomen.

Als patiënten naar de stad worden doorverwezen, naar Gonaïves of Port-au-Prince, zijn ze niet zeker of ze door de blokkades raken. Het opschrift Ambilans is geen automatisch vrijgeleide: de activisten controleren tot in de cabine of echt alleen een zieke wordt vervoerd. Gelukkig is benzine voor de ambulance geen probleem. De eigenaar van het nabijgelegen Lumière Céleste houdt wat apart voor het ziekenhuis.

Als de crisis iets laat zien, dan wel het vitale belang van informele contacten in Haïti. De overheid geeft geen prioriteit aan ziekenhuizen. Een rantsoeneringsplan is er niet. Aan de pomp van Lumière Céleste is het first come, first serve. Robenson, de taxichauffeur, klaagt dat auto’s er voorrang krijgen. De vele mototaxi’s trekken aan het kortste eind. De gerant van een klein bedrijfje vertrouwt me dan weer toe dat hij zich geen zorgen maakt over diesel: een plaatselijk parlementslid is een vriend van hem.

Hoe loopt dit af?

Velen in Haïti zijn ervan overtuigd dat het niet lang meer mag duren. Voor Monsly is de president een dief die zo snel mogelijk weg moet. Merdelus is diplomatischer: ‘Of hij nu ontslag neemt of we naar een dialoog en regering van nationale eenheid gaan, deze blokkering moet op korte termijn stoppen.’

De patstelling blijft duren, op hoog niveau. In de retoriek lijken de posities van de president en de oppositie zich alleen maar te verharden.

Intussen houdt het IMF een krediet van 220 miljoen dollar geblokkeerd, zolang de brandstofprijs niet vrijgelaten wordt en het land geen geloofwaardige regering heeft. De laatste levering brandstof zou eind oktober opgebruikt zijn.

Niemand kan voorspellen wat er dan zal gebeuren. De enige zekerheid is dat het Haitiaanse volk, alweer, de dupe zal zijn.

Barricades en blokkades: het wapen van de ontevreden Haïtiaan

Toen ik Haïti bezocht in 2018, stootte ik op mijn eerste blokkade. Op weg naar de waterval van Pichon moesten we over een van de afgrijselijke slechte wegen waarvoor het Haïtiaanse platteland bekendstaat. Midden op die route was de weg door stenen afgezet. Op zo’n moment is terugkeren geen optie, en andere routes zijn er niet.

Bleek dat een groep landbouwers bezig was met het weinige gereedschap in hun bezit een spectaculaire kuil te vullen. Als retributie vroegen ze wat geld. Voor 50 gourdes (toen 75 eurocent) konden we de reis verderzetten.

Deze mensen vonden dat ze recht hadden op een vergoeding voor een geleverde dienst. Waar de afwezige overheid faalt, vulden zij de leegte op.

Op het platteland domineert het gevoel in de steek gelaten te zijn. Deze maand, op weg naar Cap-Haïtien, passeerden we een klein dorpje, niet meer dan een groepje van rieten en lemen hutjes. Over de weg was een touw gespannen. We legden uit dat we op missie waren en geen handel dreven. Het touw werd losgemaakt en we konden zonder meer vertrekken.

Iets verder hadden we minder geluk. Opnieuw een barricade, die bestond uit een gevelde boom, samengeraapte zware takken en enkele rotsblokken. Aan weerszijden enkele gemaskerde mannen. Op de helling aan de rechterkant telden we nog minstens vijf man achter de struiken en bomen. De westerlingen in ons gezelschap vloekten (of baden?), maar onze Haïtiaanse vrienden bleven opvallend kalm. Een van hen sprong van de achterbak en wandelde op een van de struikrovers af. Er volgde een gesprek, een transactie, een handdruk. Een man op de helling riep dat ook de westerlingen moesten betalen, maar dat werd weggewuifd. Met 700 gourdes en met de schrik waren we ervan af.

Achteraf bleek dat de rover zich tegenover onze vriend wilde verantwoorden. ‘De overheid doet niets voor ons, dan doen we het maar zo.’ Elke dag denderen er goederen langs deze bergweg van de ene stad naar de andere. Ik veronderstel dat deze mensen daar weinig van zien, tenzij er eens iets van een vrachtwagen valt.

Met dank aan Merceda Jean en Frans Vandueren.