Burkina Faso toont hoe je droogte in Afrika bestrijdt

Reportage

Burkina Faso toont hoe je droogte in Afrika bestrijdt

Burkina Faso toont hoe je droogte in Afrika bestrijdt
Burkina Faso toont hoe je droogte in Afrika bestrijdt

De droogte die al maanden geleden aangekondigd werd, dringt stilaan door in de westerse media. Alarmerende berichten uit Eritrea, Zimbabwe en Soedan roepen het doembeeld op van de onvermijdelijke cyclus van droogte, ontheemding en dood. Een van de droogste landen uit de Sahel, Burkina Faso, toont hoe een land met veel creativiteit en hard werk anders kan reageren op schaarse regens.

Burkina Faso staat synoniem voor rood stof, kalende vlaktes en uitputtende droogte. Groot is dan ook de verwondering van bezoekers als ze net voor de landing in Ouagadougou in de eerste plaats een groot groen stadsbos en een uitgestrekte watervlakte te zien krijgen.

Als ik op een zondagmorgen eind januari op de brommer langs de barrages 1, 2 en 3 rijd, rolt er af en toe een traan over mijn wangen en raken mijn vingers langzaam verkleumd. Dit is het hoogtepunt van de winter hier. Langs de oevers van het water is het een aaneenschakeling van groentetuintjes. Zelfs op zondag en vroeg in de kille ochtend zijn in al die tuintjes mensen in de weer.

Zodra de hitte van april toeslaat, zullen ook de terrasjes onder de mangobomen elke dag vollopen met al wie zich een frisse pint en een zuchtje koelte aan de waterkant kan veroorloven.

De aanwezigheid van dit water in een volledig door ander land omringd en vooral kurkdroog land is verfrissend. De ruim 1500 petits barrages van Burkina Faso zijn rustpunten, groene longen, en een stevig wapen tegen voedselonzekerheid. Voor dag en dauw rijden op de invalswegen naar Ouagadougou honderden vrouwen. Op hun brommers balanceren enorme manden vol dieprode tomaten, glanzende aubergines of pas geoogste uien. Een uur later liggen die verse groenten, recht uit de tuin, op de markten van de hoofdstad.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

Andere regio’s van het land staan bekend om de tonnen aardappelen die ze elk jaar produceren (Ouahigouya, in het noorden, aan de rand van de Sahel) of om hun uitgestrekte rijstvelden (Bagré, in het zuiden). Het is een wonderlijk en bijna onwerkelijk gegeven, want het regent amper drie maanden per jaar in Burkina Faso en het land heeft niet eens de grote rivieren die een aantal buurlanden wel hebben.

Putten

De barrages zijn niet nieuw. Altijd al hebben mensen in de Sahelregio –in hun strijd om ook bij helse droogte te overleven– geprobeerd om water op te vangen en te bewaren. De eerste professionele barrages dateren van het einde van de 19de eeuw en waren het werk van missionarissen.

De soms gigantische waterreservoirs zijn eigenlijk niet meer dan enorme putten, strategisch gegraven op de iets lager gelegen plekken van het toch al vlakke Burkina Faso of in (oude) rivierbeddingen. Tijdens de overvloedige regens van juni, juli en augustus lopen die putten helemaal vol. Aan een dergelijke barrage komt dus helemaal geen grondwater te pas, en maar een enkele wordt (ook) gevoed door een rivier.

Ingenieuze irrigatie

De oevers van de barrages zijn broeihaarden voor commerciële activiteit. Tijdens het droog seizoen, van december tot juni, telen de dorpsbewoners er groente. Tijdens het regenseizoen en de maanden die daarop volgen (juli tot oktober) schakelen ze over op gierst, maïs en rijst. Door de tijd heen hebben de boeren en tuinders ingenieuze systemen ontwikkeld voor de irrigatie van hun stukjes land: ze graven kilometers lange kanalen, ze maken sluizen in de dijken rond de barrages zodat ze de overloopgebieden geleidelijk kunnen bevloeien, ze pompen met handige kleine motopompes water op uit de barrages en laten door stukken pvc-buis aan of van elkaar te schakelen elk stukje van hun perceel kort onderlopen.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

Politieke wil en persoonlijke dromen

Het feit dat Burkina Faso veel meer petits barrages telt dan zijn even zeer door droogte geteisterde buurlanden vindt zijn oorzaak in een mix van politieke wil en persoonlijke initiatieven. Maurice Yameogo, de eerste president van het onafhankelijke Burkina Faso (toen nog Opper-Volta) bijvoorbeeld, liet in 1960 op een boogscheut van Ouagadougou de barrage van Donsin bouwen. Enkele jaren later liet hij daar de drie barrages van de hoofdstad zelf op volgen.

In de regio rond Koubri, op een 35-tal kilometer van Ouagadougou is het aantal barrages sinds de vroege jaren ‘60 explosief toegenomen. De Benedictijner monnik frère Adrien, van het klooster Saint-Benoît in Koubri, heeft er minstens tachtig op zijn conto staan. Deze imposante figuur met lange witte baard is enkele jaren geleden gestorven, maar maakte het –nadat hij in het Franse leger een carrière als parachutist misliep– tot zijn levenswerk om de dorpen in de ruime omgeving van zijn klooster van water te voorzien.

‘Wij hebben alles te danken aan het klooster, notre président c’est le frère Adrien!’

Met fondsen uit de Franse kerk en andere organisaties huurde hij bulldozers en vrachtwagens en telkens weer zette hij de hele lokale bevolking aan het werk, in ruil voor zakken rijst en verse groenten.

De bewoners van Koubri en de omringende dorpen laten er geen twijfel over bestaan: ‘De barrages, de scholen, de ziekenhuizen, de wegen, de yoghurtfabriek, … wij hebben alles te danken aan het klooster, notre président c’est le frère Adrien!’

De bevlogen monnik nam trouwens geen blad voor de mond: toen hij in 2004 door toenmalig president Blaise Compaore werd gehuldigd, liet hij verstaan dat de regering beter zelf in actie kon schieten in plaats van degenen te decoreren die het werk in hun plaats doen.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

Ook de Association Song Koada (ASK), een nieuwe – en zeer gepassioneerde – partnerorganisatie van de Belgische NGO Solidagro, nam zelf het heft in handen. In 2002 bouwde de organisatie met de steun van de EU en een stuk eigen fondsen een kleine barrage. Jammer genoeg ligt het waterreservoir in de perimeter van de nieuwe internationale luchthaven van Ouagadougou en zal het binnenkort dus verdwijnen maar de voorbije jaren maakte het een groot verschil.

Voor elk wat wils

Elke barrage heeft zijn specifieke doel: de barrage van Loumbila op 10 km van Ouagadougou was in het begin van de jaren ‘70 nog een gepast antwoord op de bevolkingstoename. De bevolking van Ouaga groeide van 17.000 in 1947 tot 60.000 in 1960 en tot bijna 2 miljoen in 2012!

Niettemin verzekert de barrage van Loumbila samen met de barrages 1, 2 en 3 ook vandaag nog tot 30 procent van de drinkwatervoorziening van de hoofdstad. Dankzij de meer recente barrage van Ziga –die nog voortdurend uitgebreid wordt– kan de nationale watermaatschappij ONEA ook min of meer de rest van de vraag aan.

De barrage van Bagré levert behalve 1,7 miljard kubieke meter water voor de ontwikkeling van de rijstindustrie ook hydro-elektriciteit. En de vele kleine barrages, zoals die van Donsin, zijn dan weer uitsluitend voor agro-pastorale doeleinden gebouwd.

Keerzijdes

Het waterwonder van Burkina Faso heeft jammer genoeg ook een keerzijde. Het groeiende aantal motopompes (rond de relatief kleine barrage van Donsin bijvoorbeeld zijn het er intussen 2000) zuigt de barrages vaak voor het einde van het droog seizoen leeg. De aarde is –na vele jaren van permanent bewerken– ook dodelijk vermoeid. De tuinders volgen bovendien de terugtrekkende waterlijn voor de groenteteelt. Elk stukje vrijgekomen aarde wordt meteen ingepalmd en de irrigatiekanaaltjes worden voor het gemak loodrecht op de waterlijn gegraven.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

Zodra het regenseizoen losbarst, wordt alle bewerkte aarde dus mee gespoeld, en zo slibt de barrage langzaam dicht. Nadine Lietaer van de auberge Les Bougainvillers in Koubri, zag de voorbije acht jaar “haar” barrage stukje bij beetje achteruitgaan: ‘Op het einde van het regenseizoen kunnen we naar de overkant wandelen en groeien er sla en uien in het midden van de put’.

Voor de drie barrages van Ouagadougou is de uit de hand gelopen vervuiling dan weer de belangrijkste uitdaging. De druk van de uitdijende stad op het weinige water én het omringende stadswoud Bangr Weoogo is enorm. De duizenden stadstuintjes doen daar nog een schepje bovenop.

Omkadering van formaat

Ook de vrijwilligers van de Association Song Koada (ASK) maken zich zorgen. Al dertig jaar omkadert de organisatie landbouwers en tuinders in de regio rond Loumbila en Donsin. Ze geven vorming en doen aan bewustmaking en conflictpreventie. Dat laatste is belangrijk omdat de traditionele verhoudingen in de dorpen de afgelopen tientallen jaren behoorlijk onder druk zijn komen te staan. De voorheen “onzichtbare” jongeren en vrouwen zijn ineens belangrijke kostwinners geworden en eisen een betekenisvol plekje op.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

ASK probeert de landbouwers zo ver te krijgen dat ze de waterlijn respecteren, dat ze er zelfs bomen om heen planten, en dat ze het gebruik van kunstmest en pesticiden (zeer geliefd omdat ze het aantal oogsten opdrijven en dus ook de snelle winst) beperken. De organisatie streeft ook naar een evenwicht tussen veeteelt en landbouw, met het voordeel dat de dierlijke mest verwerkt kan worden in compost. De ASK-compost is intussen zo populair dat er zelfs uit verder afgelegen dorpen bestellingen komen.

Tomaten in overvloed

De rode draad door de precaire toekomst van de barrages van Burkina Faso is het gebrek aan een duidelijke visie en aan een professioneel en tegelijk respectvol beheer. Er is geen masterplan voor waterbeheer, er is geen beheer van de visserij, er is veel te weinig commerciële geest.

© Wouter Elsen

© Wouter Elsen​

Het succes van de Burkinabè tomaten is legendarisch, tot diep in het zuiden van buurland Ghana. Iedereen kweekt dus tomaten. Tijdens de maanden januari en februari zijn de overschotten niet te overzien. De maanden van schaarste zijn nochtans niet ver af, maar Burkina Faso beschikt over zo goed als geen verwerkende industrie en dus liggen de tomaten op dit moment overal te rotten. Voor een investeerder in tomatenpuree zijn hier gouden zaken te doen. En organisaties zoals ASK, buitenlandse ngo’s en kleurrijke figuren als frère Adrien verzetten bergen waardevol werk maar ze verdienen de steun van een overheid en internationale partners met visie.

De droom van Sankara

Voorlopig zijn de dichtslibbende barrages nog diep genoeg en de zomerse regens voldoende gul. Burkina Faso heeft zonder enige twijfel het potentieel waar de charismatische revolutionaire president Thomas Sankara in geloofde: één van de droogste en armste landen ter wereld is in staat om zichzelf te eten en te drinken te geven, zichzelf van elektriciteit te voorzien en voldoende kwaliteitsvolle katoen te verbouwen voor een prachtige Faso Danfani voor iedereen. Laat iemand dus maar hard op tafel kloppen om het water van Burkina Faso ook in de toekomst een wonder te laten zijn!

Met veel dank aan Joseph Kabore en Marcel Bouda van de Association Song Koada in Loumbila/Donsin, aan Nadine Lietaer van de Auberge les Bougainvillers in Koubri, en aan Sarah Goyens van Solidagro.