EU verantwoordelijk voor tomatencatastrofe in Ghana

Reportage

EU verantwoordelijk voor tomatencatastrofe in Ghana

EU verantwoordelijk voor tomatencatastrofe in Ghana
EU verantwoordelijk voor tomatencatastrofe in Ghana

Daan Bauwens, Nicholas Ibekwe en Kolawole Talabi

15 november 2017

Het vrijhandelsakkoord dat Ghana iets meer dan een jaar terug afsloot met de EU zou volgens analisten en critici desastreuze gevolgen hebben voor de economie van het land en volgens sommigen zelfs de migratiestroom kunnen aanwakkeren. Ghana heeft het eerder gezien: de explosie van goedkope import uit Europa leidde een decennium geleden inderdaad tot massale migratie. Ghanese boerenzonen staan niet zelden tomaten te plukken op Italiaanse velden.

© Daan Bauwens

Tomatenboer in de Greater Accra Region, Ghana

© Daan Bauwens​

‘Met het geweer op de borst’. Met die onverbloemde woorden omschreven critici de manier waarop Ghana een jaar terug een verregaand vrijhandelsakkoord met de EU afsloot. Na veertien jaar vruchteloos onderhandelen met de volledige West-Afrikaanse regio was het geduld van de Europese Commissie op en koos het ervoor de druk te verhogen op individuele landen. De “duty-free” export naar Europa, waar Ivoorkust en Ghana sinds de onafhankelijkheid van hadden kunnen genieten, zou verlopen op 1 oktober 2016. Met die deadline in het vizier besloot het Ghanese parlement de wensen van Brussel in te willigen, net nadat buurland Ivoorkust dat gedaan had.

Gedwongen liberalisering?

De Europese Commissie wijst aantijgingen alsof ze de landen zou dwingen te tekenen van de hand. Maar Ghanees minister van Buitenlandse Zaken Hanna Tetteh vatte het tijdens een bezoek aan het Europees Parlement na ondertekening als volgt samen: ‘Jullie zetten ons in een positie waarbij jobs verloren zullen gaan. Bedrijven bij ons die geen toegang meer gaan krijgen tot de Europese markt zullen het heel gemakkelijk vinden om te verhuizen naar Ivoorkust.’

Volgens het interim-Economisch Partnerschapsakkoord of iEPA tussen Ghana en de EU worden over de volgende vijftien jaar 80 procent van alle goederen geliberaliseerd. De twintig resterende procent waar de invoertarieven op mogen behouden blijven zijn de zogenaamde “kwetsbare” goederen suiker, kippenvlees, tomaten, bier en graan. Met de bescherming van deze producten hoopt de EU de Ghanese landbouwsector levensvatbaar te houden. Door goedkope invoer uit Europa zouden namelijk duizenden jobs op het platteland verloren gaan, met armoede en honger als gevolg.

© Daan Bauwens

Tomatenboer in de Greater Accra Region, Ghana

© Daan Bauwens​

Dit onderzoek toont aan dat die bescherming weinig zal uitmaken. Wat de kwetsbare goederen tomaten en kippenvlees betreft, is de binnenlandse landbouwsector al jaren geleden al uit elkaar gespat, voornamelijk door toedoen van goedkope import.

Ghetto Ghana

Paul Immanuel is 24 en kwam negen jaar terug met een boot uit Libië naar Italië. Hij woont in Ghetto Ghana, een verborgen gemeenschap van Ghanese tomatenplukkers die tijdens de piek van het seizoen aanzwelt tot 800. Nu zijn er nog maar een vijftigtal die overblijven. Het ghetto bestaat uit enkele alleenstaande huizen in ruwbouw, zonder ramen, verwarming of elektriciteit in de heuvels rond het al even vergeten dorp Cerignola in het Zuidoosten van Italië.

© Daan Bauwens

Paul Okrah Immanuel (24) woont al sinds zijn vijftiende in het Ghanese ghetto tussen de Italiaanse tomatenvelden.

© Daan Bauwens

Tijdens de oogst staan de inwoners van het getto op om 4u30 en worden ze naar tomatenvelden gereden om er tot drie uur ‘s namiddags in de blakende zon te plukken. Water en voedsel worden niet voorzien, contracten worden ingevuld met valse namen en voor een mand van 300 kilogram krijgen de illegale arbeiders drie euro en vijftig cent betaald, vaak goed voor niet meer dan 20 tot 30 euro per dag. De hitte in de zomer is zo extreem en het werk zo zwaar dat er elk jaar slachtoffers vallen: in 2015 stierven 13 illegale arbeiders van uitputting.

Ironisch genoeg stonden Brong-Ahafo en de regio Navrongo ooit bekend als de tomatengordels van het land. Nu is er geen tomatenboer te bekennen.

Paul Immanuel gaat tijdens de winter niet op zoek naar ander illegaal werk in de steden. Het is te duur om erheen te reizen en het brengt vaak niets op. Hij wil bovendien niet tussen daklozen in stations te slapen. Sinds zijn tweede zomer in Europa is hij in het getto gebleven. “Hier heb ik tenminste een dak boven mijn hoofd, maar het kan wel heel koud worden”, zegt hij.

Paul Immanuel is afkomstig van het platteland in Brong-Ahafo, net als de meerderheid van de Ghanezen in het getto. En net als de meeste andere jongemannen werd hij uitgezonden door zijn familie omdat die niet voldoende geld bij elkaar kon harken om het hele gezin te voeden. Een andere vaak genoemde thuishaven bij Ghanese tomatenplukkers is de regio Navrongo. Ironisch genoeg stonden net deze twee plekken ooit bekend als de tomatengordels van het land. Nu is er geen tomatenboer te bekennen.

Braakland

Albert Adongo is pas vijftien en heeft het zelf niet bewust meegemaakt, maar weet wel wanneer het gebeurde. ‘Niet meer dan tien jaar geleden’, vertelt hij terwijl hij ons rondgidst op het landgoed van zijn vader in Navrongo. ‘Het braakland waar we nu doorlopen, hier stonden tomaten. Tot we er niets meer voor kregen. Mijn vader overleefde, maar vele anderen zijn vertrokken.’

© Daan Bauwens

Albert Adongo (15) gidst ons rond op braakland waar ooit tomaten verbouwd werden.

© Daan Bauwens​

Lokale boeren steken de schuld van de prijsdaling op de “market queens”, vrouwelijke groothandelaars die in Ghana vaak de rol van zondebok vertolken. De echte oorzaak moet echter niet op de Ghanese maar op de internationale markt gezocht worden, verzekeren ons experts in Accra. ‘Rond 2000 is iets dramatisch gebeurd’, zegt Philip Abayori, directeur van de Ghana Agricultural Chamber of Commerce, ‘China is enorme hoeveelheden blikken tomaat beginnen invoeren, waardoor duizenden tomatenboeren uit de markt geprijsd werden.’

Volgens het VN-voedselagentschap (FAO) steeg de invoer van tomaten tussen 1998 en 2003 inderdaad met niet minder dan 650 procent. Het marktaandeel voor binnenlandse tomaten daalde van 92 naar 57 procent. De import nam zulke astronomische proporties aan dat volgens onderzoek van de Universiteit van Ghana het land in 2006 de tweede grootste importeur van tomaten in blik ter wereld was.

Europese subsidies

Maar enig opzoekingswerk toont aan dat China niet bepaald de hoofdschuldige was. In 2006, net na de bijna verachtvoudiging van de import, was ongeveer veertig procent van de import afkomstig uit Italië. Met genereuze subsidies van de EU – volgens onderzoek van Oxfam uit 2005 was 65 procent van een blik tomatenpasta al betaald door de Europese belastingbetaler – konden Italiaanse producenten hun blikken met enorme kortingen op de Ghanese markt dumpen.

In 2006 gingen meer dan 700 commerciële boerderijen failliet en stonden er 1250 op de rand van het bankroet, kleinschalige boeren niet meegerekend.

Europese exportsubsidies werden afgeschaft en landbouwsubsidies werden ondertussen ingeperkt. De regio’s Brong-Ahafo en Navrongo hebben zich echter nooit kunnen herstellen van de toegebrachte schade. In 2006 waren in het hele land meer dan 700 commerciële boerderijen failliet gegaan en stonden 1250 er op de rand van het bankroet, kleinschalige boeren die land verbouwden voor zelfonderhoud niet meegerekend.

Het uitzicht van de regio’s veranderde drastisch. Boeren die er de middelen voor hadden, veranderden naar rijst. Een aantal van hen pleegde zelfmoord. Omwille van het massaal jobverlies en de economische schade - volgens het Food Policy Research Institute (IFPRI) gaan tomaten 25 keer van hand tot hand voor ze op het bord belanden - verlieten duizenden de tomatenregio’s om in de stad of elders werk te gaan zoeken.

© Daan Bauwens

Afrikaanse illegale arbeiders aan het werk in Arpinova, Puglia.

© Daan Bauwens​

Het feit dat sommigen van hen of hun kinderen vandaag tomaten plukken op Italiaanse velden, is een ironische speling van het lot. Het feit dat Italië er onlangs als enige lidstaat in slaagde om extra subsidiëring van Europa voor haar noodlijdende tomatenindustrie te bedingen, verscherpt die ironie.

Triggers van migratie

Het zou verkeerd zijn om migratie uit West-Afrika enkel op het conto van goedkope tomaten te schrijven. Een direct verband tussen import van één product en migratie is moeilijk hard te maken, maar niet onmogelijk: FAO-studies in 1984 toonden al aan wat de impact was van goedkope import van melkproducten in Afrika. Die leidde volgens het onderzoek tot economische achteruitgang van gemeenschappen op het platteland en migratie naar de steden.

‘Een reis van het platteland naar de stad, dan gemiddeld tweemaal binnen het land alvorens de grens over te steken en uiteindelijk in Europa uit te komen’, staat te lezen in een rapport van het Wereldvoedselprogramma (World Food Programme, WFP). De organisatie ging eerder dit jaar op zoek naar de oorzaken van migratie uit West-Afrika en interviewde bootvluchtelingen die net toegekomen waren op Lampedusa. De triggers van hun beslissing te vertrekken van huis? Geldgebrek en voedselonzekerheid op het platteland.

Het verhaal wordt bevestigd door de inwoners van Ghetto Ghana, van wie er zich weinig herkennen in de figuur van de gelukzoeker die het leven op zee waagt om een beter leven in Europa op te bouwen. Bijna allemaal, ook Paul Immanuel, werden als jongeman door de familie op pad gestuurd om een job te versieren en geld naar huis te sturen. Het is Paul Immanuel evenwel nog nooit gelukt.

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de steun van Journalismfund.eu / Flanders Connects Continents.