Brusselse en Palestijnse circusschool slaan de handen in elkaar

Reportage

Brusselse en Palestijnse circusschool slaan de handen in elkaar

Brusselse en Palestijnse circusschool slaan de handen in elkaar
Brusselse en Palestijnse circusschool slaan de handen in elkaar

De Palestijnse circusschool en Circus Zonder Handen in Molenbeek deden moeilijke evenwichtsoefeningen boven de afgrond aan vooroordelen die over hun jonge deelnemers bestaan. Een wederzijdse uitwisseling resulteerde in een sierlijke dubbelslag. Hier zijn de artiesten!

© Bilal Lamarti

De Palestijnse circusschool op bezoek in Brussel

© Bilal Lamarti​

Zondagavond 25 december 2016. Shadi Zmorrod omzeilt via binnenwegen de strengste checkpoints op weg naar de luchthaven van Tel Aviv. De directeur van de Palestijnse circusschool is onderweg om een groep van Circus Zonder Handen (CZH) uit Molenbeek op te pikken voor een uitwisseling.

De auto passeert een zijweg naar een Palestijns dorp die afgezet is door het leger. Uit de duisternis doemt vlak bij de soldaten een groepje dansende mensen op. Het zijn Israëlische kolonisten uit de nabijgelegen nederzetting. ‘Ze vieren dat die mensen hun dorp niet meer in of uit kunnen. Pure pesterij’, zegt Zmorrod laconiek.

De dansende kolonisten verdwijnen weer in de duisternis en omstreeks tien uur ’s avonds ontmoet Zmorrod de Belgische groep bij de luchthaven. De sfeer is wat bedrukt, want de groep heeft onmiddellijk te maken gekregen met het harde beleid van de Israëlische autoriteiten. Mustapha, Hamza en Mohamed, uitgerekend de drie jongeren van Marokkaanse origine, worden nog vastgehouden op de luchthaven voor ondervraging. Veerle Bryon, coördinatrice en oprichtster van CZH, vergezelt het drietal.

Terwijl de rest van de groep doorreist richting bed, moet Zmorrod wachten. En je weet nooit hoe lang het kan duren: drie uur, vijf uur, tien uur of misschien mogen ze er wel helemaal niet in. Na twee uur afwachten begint hij voor dat laatste te vrezen: ‘Ik heb een slecht voorgevoel.’ Hij heeft de woorden nog niet uitgesproken of er loopt een sms van Bryon binnen: ‘We’re arriving.’

Even later zitten de vier achterblijvers in Zmorrods auto. Ze zien er wat verslagen uit en de jongens zijn erg stil. Terwijl de auto zich verder van de luchthaven verwijdert en koers zet richting Ramallah, dringt langzaam het besef door dat ze de controles doorstaan hebben. ‘We zijn binnen!’ roept Hamza euforisch. De volumeknop van de radio gaat naar rechts en de tonen van Ehab Tawfiks ‘Tetraga Fia’, Bryons lijflied, vullen de auto. Bryon, Hamza en Shadi zingen uit volle borst mee terwijl ze de Palestijnse nacht in rijden.

Verzetsstrijders of terroristen

De kiemen voor de oprichting van zowel de Palestijnse als de Brusselse circusschool liggen in Libanon. Veerle Bryon kwam er in 2000 terecht om les te geven aan Palestijnse kinderen in vluchtelingenkampen, een initiatief waar ook de Belgische Jessica Devlieghere aan meewerkte. ‘Ik heb toen in Libanon duidelijk gezien welke verandering circus bij een kwetsbare doelgroep teweeg kan brengen. Circustechnieken zijn zo divers dat iedereen er zijn ding in kan vinden en dat mensen elkaars zwaktes kunnen compenseren’, zegt Bryon.

Het inspireerde haar om vanaf 2003 haar droomproject op poten te zetten: een Nederlandstalig circusinitiatief in Brussel dat verschillende bevolkingsgroepen samenbrengt die elkaar anders niet ontmoeten. Een goede vierduizend kilometer verder rijpte bij Devlieghere ondertussen het plan voor een inclusieve circusschool in Palestina: ‘De Palestijnen worden in hun dagelijks leven onophoudelijk met een gigantisch onrecht geconfronteerd. Alles is voortdurend ernstig.’

‘We voelen dat veel kinderen zich sterker en steviger gaan voelen door het circus.’

‘Door het circus kunnen ze even op adem te komen en in contact komen met zichzelf als mens, los van de bezetting.’ Het idee van een circus voor en door Palestijnen werd werkelijkheid toen Devlieghere de gelijkgestemde Shadi Zmorrod tegenkwam, die later ook haar echtgenoot zou worden. In 2006 richtten ze samen de Palestijnse circusschool op: ‘We voelen dat veel kinderen zich sterker en steviger gaan voelen door het circus. Iedereen verliest de hoop en raakt vermoeid, dus blijven investeren in kracht en weerbaarheid is belangrijk’, zegt ze.

Devlieghere en Bryon begonnen hun circusscholen met een zelfde visie en ondervinden vandaag met vergelijkbare moeilijkheden. ‘De media hangen een onrealistisch beeld op van zowel Palestijnen als Molenbeekse jongeren. De Palestijnen worden geportretteerd als mythische verzetsstrijders’, zegt Devlieghere. Daarnaast worden zowel Palestijnen als inwoners van Molenbeek afgeschilderd als terroristen. ‘Met het circus kunnen ze de wereld een heel andere kant laten zien’, zegt Bryon.

Voor beide circusscholen is het ook een uitdaging meisjes langdurig te engageren: ‘Door de vergelijkbare culturele achtergrond botsen we zowel in Molenbeek als in Palestina op bepaalde drempels. Zo haken meisjes vanaf een jaar of twaalf af op de circusschool’, zegt Devlieghere. Om een antwoord te bieden op zulke uitdagingen en om van elkaar te leren, organiseerden de Palestijnse en de Molenbeekse circusschool daarom een uitwisseling.

© Bilal Lamarti

Hazar en Alaa in Brussel

© Bilal Lamarti​

Het systeem veranderen van binnenuit?

Vrijdag 15 juli 2016. De circusschool in de Vierwindenstraat ligt tussen de Gentsesteenweg, de winkelstraat van Molenbeek, en het Bonnevieplein, dat dienstdoet als achtertuin van veel buurtbewoners. De wijk, die enkele maanden eerder door de internationale pers tot no-gozone uitgeroepen werd, ligt er vredig bij. Op het Bonnevieplein geeft een trainer van de Brussels Boxing Academy boksles aan vier dolenthousiaste meisjes van een jaar of tien.

Ondertussen stromen jongeren van verschillende jeugdwerkingen toe in de sportzaal van Circus Zonder Handen. De Palestijnse en Brusselse circustrainers geven hen een middag circusinitiatie en daarbij komen bepaalde gevoeligheden duidelijk naar boven. Wanneer er een cirkel gevormd moet worden, willen sommigen jongeren niet de hand vasthouden van iemand van het andere geslacht. Bij de oefeningen acroporter of partneracrobatie moeten de deelnemers op de rug van hun voorovergebogen partner gaan staan. De veertienjarige Dunia weigert daarbij haar jas uit te doen en een van haar vriendinnen, die de zaal binnenkwam met korte mouwen, trekt snel een lang vest aan als ze merkt dat er veel jongens zijn.

Volgens Imane, die les ropeskipping geeft, hoeven de redenen daarvoor niet per se cultureel of religieus te zijn: ‘Ik herken mezelf in die meisjes. Ik snap hun complexen. Ik kon vroeger ook een hele les mijn gilet aanhouden om me te verstoppen. Op mijn tiende ben ik veel dikker geworden en al snel was ik twintig kilo aangekomen. Ik droeg altijd lange truien zodat de jongens niet naar me zouden kijken. Ik dacht dat ze me zouden uitlachen omdat ik dik was. Ik hoop dat ik die meisjes er anders naar kan laten kijken.’

© Bilal Lamarti

Nafez van de Palestijnse circusgroep

© Bilal Lamarti​

Wanneer de workshops afgelopen zijn, wisselen de Brusselse en de Palestijnse circusgroep ervaringen uit over hoe de seksen met elkaar omgaan. In Palestina hangen de mogelijkheden sterk van de locatie af. Zo kan de school in Ramallah gemengde lessen geven, maar in conservatievere steden zoals Jenin of in vluchtelingenkampen ligt dat moeilijker.

‘Je moet voor elke stad, elk dorp en elk vluchtelingenkamp goed doordachte aangepaste doelstellingen hebben’, zegt Nayef. ‘Op een conservatieve plek kan de doelstelling zijn dat de meisjes mij tegen het eind van het jaar aankijken. Hen onmiddellijk mengen met jongens zou daar nooit werken, want dat kost veel tijd.’ De school moet daar ook rekening mee houden om te kunnen blijven werken: ‘Als we bijvoorbeeld een act met een jongen en een meisje op een trapeze hebben, schrappen we dat als we naar een conservatieve stad als Hebron gaan’, zegt Mohammad Azzeh. ‘Als ik daar een act met een meisje zou doen op het podium, schaadt dat de reputatie van de hele school.’

Noor houdt er een andere mening op na en wijst erop dat ze ook voorstellingen kunnen geven precies om die tradities uit te dagen, maar daar is de rest van de groep het niet mee eens. ‘De gemeenschap maakt deel uit van onze werking. Als wij hen niet respecteren, respecteren zij ons niet en dan verlies je veel studenten’, zegt Nayef. Jan van CZH valt hem bij: ‘Om iets aan het systeem te kunnen veranderen, moet je zelf in het systeem zitten.’

‘Je moet jezelf altijd ter discussie blijven stellen, maar zo kom je soms wel in conflict met je eigen waarden.’

De discussies zetten de Brusselse circusgroep aan tot zelfreflectie over het thema. Bij de medewerkers van CZH gaan steeds vaker stemmen op om bepaalde lessen enkel voor meisjes te geven, maar daar wil niet iedereen zomaar in meegaan. ‘Alles verandert dus je moet mee veranderen. Je moet jezelf altijd ter discussie blijven stellen, maar daarbij kom je soms wel in conflict met je eigen waarden’, zegt Mathilde van CZH.

‘De zus van een van onze medewerkers bijvoorbeeld zat al sinds haar twaalfde bij ons, maar is nu gestopt met circus op last van haar echtgenoot. Dat is moeilijk en het maakt ons duidelijk dat we het misschien toch anders zullen moeten aanpakken. Onze slogan is “Circus voor iedereen”, maar als we dat willen blijven waarmaken, moeten we misschien toch aparte lessen voor meisjes organiseren. In Palestina werkt dat heel goed en anders bereik je die meisjes helemaal niet. Misschien kan het zelfs als opstapje naar gemengde lessen dienen.’

Palestijnse dabke meets Stromae

Zaterdagmiddag 16 juli 2016. De Palestijnse en de Brusselse circustrainers zijn alles aan het klaarzetten voor de open dag van CZH. Malika, wier kinderen op de circusschool zitten, komt de zonovergoten speelplaats op lopen om te helpen in de keuken. Mathilde gaat op het Bonnevieplein de kinderen in de speeltuin en hun ouders die in de schaduw van de bomen een oogje in het zeil houden, uitnodigen voor de open dag.

© Bilal Lamarti

© Bilal Lamarti​

De reacties zijn enthousiast en even later druppelen ouders en kinderen binnen. Terwijl dolenthousiaste kinderen verschillende workshops volgen bij de Brusselse en Palestijnse trainers, keuvelen de ouders gezellig bij een thee.

De vijfjarige Aliya moet hard lachen om de begeleiders van het freerunningparcours die met hoge stemmen ‘O sole mio’ zingen. ‘Ik geneer me een beetje’, giechelt ze. Aliya vindt het parcours met hindernissen en sprongen zo leuk dat ze het voor de tweede keer doet. Haar moeder is, net als veel andere ouders die vandaag kennismaakten met de circusschool, vastbesloten het meisje vanaf september in te schrijven.

’s Avonds krijgen de buurtbewoners enkele korte reportages over de Palestijnse circusschool te zien en getuigen leerlingen en medewerkers van de Brusselse en Palestijnse circusschool over de positieve impact van circus op hun leven. Daarna worden de aanwezigen getrakteerd op een show met breakdance, een duo op de trapeze en een jongleeract op het dak van de school. De kleine Aliya, die er in de vroege middag al was met haar moeder, is met geen stokken naar huis te krijgen.

Wanneer haar moeder haar ’s avonds eindelijk te pakken krijgt, komt Aliya alle begeleiders een afscheidskusje geven. ‘Tank you!’ roept ze zwaaiend naar de Palestijnse begeleiders terwijl ze haar gebit met een paar ontbrekende melktanden bloot lacht. Wanneer alle buurtbewoners vertrokken zijn, gaat de muziek aan op de speelplaats. Palestijnse dabke ontmoet Stromae. De circusartiesten gaan onvermoeibaar door en werken zich dansend in een dabkecirkel in het zweet.

Boycot en vernielde huizen

Maandag 26 december 2016. De Palestijnse circusschool ligt in Bir Zeit, op een goede tien kilometer van Ramallah. Na aankomst krijgt de groep jongeren uit Molenbeek er een rondleiding. Vanaf een heuvel in het stadje wijzen Hazar Azzeh en Mohammad Abu Taleb van de Palestijnse circusschool het vluchtelingenkamp Jalazone aan. Het kamp wordt slechts door een weg gescheiden van een Israëlische nederzetting. Het contrast tussen beide is groot: de nederzetting bestaat uit witte villa’s, tuinen en heeft mooi aangelegde wegen, het kamp daarentegen is volledig volgebouwd en overbevolkt.

© Bilal Lamarti

Nafez van de Palestijnse circusgroep

© Bilal Lamarti​

Stukjes groen zijn moeilijk te vinden en de wegen zijn niet geasfalteerd. Het Israëlische leger blokkeert ook met de regelmaat van een klok toegangswegen. De daken staan vol met watertanks, want de Palestijnen in Bir Zeit en omstreken worden maar twee keer per week van water voorzien door Israël en zien zich dus gedwongen reservevoorraden op hun daken op te slaan. Als de nacht valt is de nederzetting verlicht, terwijl het kamp in duisternis gehuld blijft. ‘Doordat ze zo dicht bij elkaar zitten, breken er vaak conflicten uit tussen de kolonisten en de bewoners van het kamp’, vertelt Mohammad.

Terug op de circusschool. Er wordt opgeroepen om geen producten binnen te brengen waarvan de streepjescode met 729 begint: ‘Je mag Israëlische producten kopen, maar die mogen de school hier niet in omdat we de bezetting niet willen steunen’, zegt Nayef. De circusschool staat volledig achter de BDS-beweging (Boycot, Desinvestering en Sancties).

De gevolgen van de bezetting zijn ook duidelijk voelbaar wanneer de groep een uitstapje naar Jeruzalem maakt. Geen van de Palestijnen kan mee, want zonder speciale toelating raken die niet voorbij het checkpoint. Een politieke rondleiding van Fayrouz Sharqawi van de ngo Grassroots toont de groep uit Brussel hoe Israël zoveel mogelijk Palestijnse bewoners de stad uit probeert te krijgen. Twee vernielde Palestijnse huizen maken diepe indruk.

‘Slechts voor een van deze huizen was er een bevel tot afbraak, maar omdat de afbraakploeg er toch was, hebben ze het tweede huis meteen ook maar afgebroken. De families kregen vijftien minuten om hun huis te verlaten’, vertelt Sharqawi. Het is voor Palestijnen bijna onmogelijk legaal te bouwen of verbouwen in Jeruzalem. De meeste huizen worden dus illegaal neergezet, waardoor een bevel tot afbraak de bewoners als het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Bovendien moeten Palestijnse families ofwel zelf hun huis afbreken ofwel betalen voor de afbraak door de staat.

Effectief geweldloos verzet

Steun van de provincie Vlaams-Brabant: ‘In een mondiale samenleving worden Noord en Zuid met dezelfde uitdagingen geconfronteerd’

De uitwisseling en deze reportage kwamen tot stand met steun van de afdeling Noord-Zuidwerking van de Provincie Vlaams-Brabant. Gedeputeerde Tie Roefs en haar adviseur Caroline Medats zijn erin geslaagd een structurele Noord-Zuidwerking op te zetten waarvoor de provincie jaarlijks een budget van 1 miljoen euro uittrekt.

Tie Roefs: ‘We willen op een nieuwe manier samenwerken met het Zuiden. In het verleden ging men vaak naar het Zuiden om daar de wereld te veranderen en keek men er naar de problemen met een westerse bril, maar wij willen organisaties ondersteunen die samen rond een bepaald thema werken en daar een resultaat uit boeken dat voor beide partijen en voor de wereld relevant is.’

De bedoeling is dan ook dat er uit de uitwisseling tussen de circusscholen een toolkit voortkomt die kan dienen als educatief instrument voor jongerenorganisaties in Palestina en Vlaanderen. De toolkit brengt in kaart hoe je met kwetsbare jongeren aan positieve identiteitsontwikkeling kan doen.

‘De klassieke Noord-Zuidopdeling is achterhaald’, zegt Caroline Medats. ‘In een mondiale samenleving worden we geconfronteerd met uitdagingen die zowel in het Noorden als in het Zuiden voorkomen, denk ook maar aan klimaatverandering. Beide kanten kunnen als gelijkwaardige partners expertise uitwisselen om samen tot een oplossing te komen.’

Op 21 november organiseren de Palestijnse Circusschool en Circus Zonder Handen een Studiemoment rond werken met kwetsbare jongeren aan positieve identiteitsontwikkeling

De groep van CZH maakt dagen later nog cynische grappen over de vernielde huizen, maar ook hun vrienden van de Palestijnse circusschool zelf blijven niet gespaard van het geweld dat de bezetting met zich meebrengt. Een van de leerlingen van de circusschool, Mohammed Salaymeh, werd in 2012 op zijn zeventiende verjaardag doodgeschoten door een soldaat in Hebron terwijl hij onderweg was om zijn verjaardagstaart te gaan kopen. De circusschool geeft ondertussen geen les meer in Hebron omdat de situatie er alsmaar erger werd. Lesgevers en studenten zaten vaak lang vast bij de checkpoints en raakten of veel te laat of helemaal niet op de circusschool.

‘In Palestina bots je overal op grenzen of beperkingen, niet alleen door de bezetting, maar ook door de gemeenschap.’

Ook Mohammad Azzeh werd in 2014 op vijftienjarige leeftijd neergeschoten bij een protest. De kogel scheerde rakelings langs zijn hart en doorboorde zijn long, maar in tegenstelling tot twee van zijn vrienden overleefde hij het.

Het bekendste voorbeeld is dat van de clown Mohammad Abu Sakha, die al sinds december 2015 zonder aanklacht administratief vastgehouden wordt. Zijn afwezigheid valt de rest van de groep zwaar. ‘Abu Sakha was het hart van onze groep, een drijvende kracht. Hij maakte veel grappen en bracht ons allemaal aan het lachen’, zegt Mohammad Azzeh. Ondanks aanhoudend internationaal protest werd Abu Sakha’s aanhouding twee keer met zes maanden verlengd en op 12 juni 2017 nog eens met drie maanden. Of hij later deze maand vrijkomt, valt af te wachten.

Recenter nog werd in januari van dit jaar de twaalfjarige circusleerling Sohaib Saeed thuis opgepakt door het Israëlische leger. Het kind werd veroordeeld tot 31 dagen cel omdat het stenen gegooid zou hebben. De jongen kwam uiteindelijk vrij na zeventien dagen opsluiting in een militaire gevangenis.

De leerlingen en trainers van de Palestijnse circusschool putten kracht uit het circus om met zulke zware gebeurtenissen om te gaan: ‘Met kunst kan je je gevoelens uitdrukken’, vertelt Marah. ‘Je kan negatieve zaken uit je hart en uit je lichaam krijgen.’ Het circus is ook een plek waar ze zich even vrij kunnen voelen, vertelt Hazar: ‘In Palestina bots je overal op grenzen of beperkingen, niet alleen door de bezetting, maar ook door de gemeenschap. Maatschappelijke restricties vallen weg in het circus, waar ik me helemaal vrij voel van al die grenzen en beperkingen.’

‘Israël heeft ons land bezet, maar niet onze geest en ons lichaam.’

Daarnaast zijn de circusvoorstellingen een manier om internationale betrokkenheid te creëren: ‘We bieden met de voorstellingen een directe inkijk in ons leven en de situatie. Misschien veranderen mensen daardoor van mening of willen ze helpen’, zegt Hazar. Los van de voorstellingen zien velen aan circus doen onder de bezetting als een vorm van verzet an sich.

Volgens Shadi Zmorrod is nu juist geweldloos verzet het effectiefst tegen de Israëlische bezetting: ‘Om de bezetting in stand te houden hebben ze vooral meer conflict nodig. Als we allemaal gaan studeren, onszelf ontplooien en aan vrijetijdsbesteding doen, is de bezetting bedreigd, want dan draait hun economie, die op de defensie- en beveiligingsindustrie berust, niet meer. Als wij geen geweld meer gebruiken, kunnen zij hun beveiligingssysteem niet meer verkopen aan een Belgische minister’ (minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, nvdr.).

Zo ziet ook Mohammed Azzeh het: ‘Ze hebben ons land bezet, maar niet onze geest en ons lichaam’, zegt hij.

__Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!