Jongeren met een donkere huidskleur doorbreken het taboe

Reportage

Psychische problemen niet erkend door eigen gemeenschap

Jongeren met een donkere huidskleur doorbreken het taboe

Jongeren met een donkere huidskleur doorbreken het taboe
Jongeren met een donkere huidskleur doorbreken het taboe

StampMedia, Sabrine Ingabire

23 maart 2018

Iets meer dan 30 procent van de Vlaamse jongeren tussen 15 en 24 jaar heeft last van psychische problemen. Hoewel het niet altijd erkend wordt door de eigen gemeenschap, is dat bij jongeren met een donkere huidskleur niet anders. Sabrine Ingabire laat ze aan het woord.

© Stampmedia

Ange

© Stampmedia​

In de zwarte gemeenschap is een verborgen pijn, die vaak niet benoemd wordt. We benoemen deze niet omdat er een groot taboe heerst rond psychisch welzijn, alsof depressie en alle andere psychische klachten alleen eigen zijn aan witte mensen.

Deze idee wordt versterkt door het feit dat de Vlaamse media, als het over psychisch welzijn gaat, vrijwel alleen het verhaal van witte jongeren vertellen. Dat is problematisch, omdat kinderen met een andere etnische achtergrond dan nog meer opgroeien met de gedachte dat hun psychische stoornissen niet echt zijn, dat ze zich erom moeten schamen en geen hulp mogen zoeken.

Laten we de pijn bespreekbaar maken, het taboe doorbreken en de leemte vullen door jongeren met een donkere huidskleur vrij aan het woord te laten over hun hun psychische klachten en de reactie van de witte en zwarte buitenwereld. Ik wilde onder meer onderzoeken in hoeverre racisme een rol speelde bij hun psychische klachten  -en of het überhaupt wel altijd een rol heeft gespeeld. Ange, Elias, Layla, Blaise en Thomas getuigen.

Kinderen, ouders en leerkrachten

Ange (19) werd gedurende haar kindertijd en puberteit vaak gepest. ‘In Vlaanderen ging ik naar een buurtschool waar er weinig diversiteit was. De andere kinderen lachten me uit om mijn Nederlands accent, om mijn gewicht, om mijn huidskleur, vertelt ze. ‘Ze vertelden voortdurend racistische moppen, stelden onwetende vragen over Afrika op een spottende toon, vroegen hoe we daar douchten en of we daar zelfs tv hadden.’

‘Toen ik naar het middelbaar ging, kwamen de pesters mee en verspreidden ze het gerucht dat ik met meisjes ging om hen te besmetten met hiv. Vanaf dan werd schoolgaan echt moeilijk’

Ook Elias (25) werd gepest. ‘Toen ik zeven was, kreeg ik voor de eerste keer kanker. Op dat moment vernam ik plots ook dat ik sinds mijn geboorte hiv had. Hoewel ik de kanker overleefde, was ik wel voor altijd anders’, vertelt Elias. ‘Er was een moeder die niet wilde dat ik op schoolreis een kamer met de andere jongens zou delen. Op school noemden sommige leerlingen mij ‘apenkop’, ‘E.T’, ‘vissenkop’.

Ze sloten mij uit. Maar toen had ik nog vrienden, dus viel het mee. Toen ik naar het middelbaar ging, kwamen de pesters mee en verspreidden ze het gerucht dat ik met meisjes ging om hen te besmetten. Vanaf dan werd schoolgaan echt moeilijk.’

Deze pesterijen hadden bij beide jongeren een impact op hun schoolresultaten. ‘Het werd me te veel. Ik begon me steeds vaker ziek te melden, omdat ik het niet aankon naar school te gaan’, vertelt Ange. ‘Toen mijn moeder de leerkrachten aansprak, verdedigden ze de pesters. Uiteindelijk ben ik van school veranderd.’

Voor Elias is het herkenbaar. ‘Ik werd ook door de leerkrachten anders behandeld. Het was een zware periode. Ik was heel depressief en ik had geen zin meer in school. Ik ging soms gewoon zelfs niet naar mijn examens.’

© Stampmedia

Thomas

© Stampmedia​

Schijn hoog houden

Omdat het taboe zo groot is, valt het vele jongeren zwaar te praten over hoe ze zich voelen. Wanneer het dan wel lukt, voelen ze zich vaak onbegrepen. Het leidt tot een groot gevoel van machteloosheid. ‘Er is zo’n grote eenzaamheid gekoppeld aan psychische stoornissen’, getuigt Layla (27). ‘Niemand weet dat het zo erg met mij gesteld is. Omdat ik mensen zo ongemakkelijk maakte als ik liet doorschijnen hoe ik me voelde, heb ik geleerd te doen alsof. Ik kon hen toen ook niet zo goed uitleggen hoe ik me voelde, en wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Het werd makkelijker om gewoon niets te zeggen en de schijn op te houden.’

Dat klinkt ook voor andere jongeren herkenbaar. ‘Mijn leven was lange tijd heel chaotisch, maar is na veel inspanningen stabieler nu. Toch voel ik mij vaak gewoon leeg’, vertelt Blaise (25). ‘Als mensen mij vragen waarom ik mij zo voel, kan ik geen concreet antwoord formuleren. Ik krijg dan het gevoel dat niemand mij begrijpt, dat ik er helemaal alleen voor sta. Wanneer ik het aan mijn vrienden vertel, hoop ik altijd dat ze er voor mij zullen zijn. Maar omdat ze het niet begrijpen, gebeurt dat niet. Dan voel ik me gewoon heel erg eenzaam en teleurgesteld. De herwonnen stabiliteit kan de leegte in mij niet temperen’

Ook de 23-jarige Thomas valt hem bijl. ‘De enige plaats waar ik een beetje vrede had, was mijn kamer, mijn eiland. Daar heb ik veel tijd doorgebracht. Ik voelde me heel erg eenzaam en zwaar depressief. Vaak ging ik op het dak van hoge gebouwen of balustrades staan om mij daar te balanceren. Maar ik ben nooit gesprongen. Ik had gewoon zo veel angst, zo veel pijn. Ik huilde soms uren aan een stuk zonder reden. Sommige dagen had ik vreetbuien had, en andere dagen liet ik mezelf verhongeren. Er was niemand om mij te helpen.’

Vals gevoel van controle

‘Ik begon aan zelfverminking te doen, ik zag immers geen andere oplossing om mijn psychische pijn te verlichten. Toen mijn moeder het merkte, maakte ze zich boos omdat ik me niet tot haar gewend had met mijn zorgen. Ze voelde zich aangevallen in plaats van mij hulp en steun te bieden. Ze nam psychische stoornissen echt niet serieus,’ vertelt Ange die dat gevoel van hopeloosheid deelt.

‘Telkens wanneer ik wel over mijn psychische stoornissen met mijn moeder praatte, herhaalde ze dat ik neven en nichten heb die in vluchtelingenkampen zitten. Ik moest dus maar ophouden met klagen’

‘Telkens wanneer ik wel over mijn psychische stoornissen met mijn moeder praatte, herhaalde ze dat ik neven en nichten heb die in vluchtelingenkampen zitten. Ik moest dus maar ophouden met klagen’, vervolgt Ange.

‘Het is een groot probleem in de zwarte gemeenschap, en ik denk dat witte ouders mij wel hulp en steun geboden zouden hebben. In mijn gezin durfde ik niet te vragen om begeleiding, omdat ik het mijn mama en stiefvader financieel niet kon aandoen. En ik dacht dat er toch niemand was die mij zou kunnen helpen’

Thomas’ vader, die hem in zijn kinder- en pubertijd psychologisch en lichamelijk mishandelde, vluchtte naar Tsjechië om zijn schulden te ontlopen. ‘Mijn moeder had plots veel schulden, mijn broertjes waren net hun vader kwijtgeraakt. Het was voor mij erg moeilijk om al die pijn te zien. Mijn depressieve klachten waren op hun hoogtepunt, maar thuis spraken we niet over de situatie. In de kerk werd mij gezegd dat psychologen nutteloos waren en dat psychische stoornissen een probleem van blanken waren. Ik moest gewoon dankbaar zijn voor wat ik had’

‘Het was voor mij ook altijd moeilijk om te praten over mijn psychische stoornissen omdat ik mij erg schaamde’, pikt Blaise in. ‘Ik ontweek het allemaal. Bij grote problemen zocht ik mijn toevlucht tot liegen, drinken en in ontkenning zijn. Ik creëerde een vals gevoel van controle in een uitzichtloze situaties. Dat was makkelijker dan het allemaal onder ogen te moeten zien en toe te geven.’

© Stampmedia

Blaise

© Stampmedia​

Laagdrempelig en betaalbaar

Thomas moest ook zijn trauma’s leren benoemen en aanvaarden. ‘Vroeger beschouwde ik mijn ervaringen helemaal niet als traumatisch’, zegt Thomas. ‘Dat is mij alleen gelukt dankzij een psychologe die ik door een onderzoek aan mijn universiteit kon ontmoeten. Zonder dat onderzoek, waardoor ik een goedkoper tarief kreeg, had ik me nooit een psycholoog kunnen veroorloven. Ze hielp me mezelf helpen. Ik weet nu dat het normaal is dat ik nu nog slechte dagen heb. Dat ik niet zwak of egoïstisch ben wanneer het niet goed gaat met mij en ik me dan even afsluit. Alleen wanneer ik voor mezelf zorg, zal ik goed voor anderen kunnen zorgen.’

Ook Blaise besloot op een dag hulp te zoeken. ‘Ik ben naar het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) gegaan waar ik enkele weken werd gevolgd door een therapeut. Daarna verwezen ze me door naar een gespecialiseerde dienst. Therapie volgen heeft mij geholpen om een beter inzicht te krijgen in mijn gevoelens, zaken minder te onderdrukken, en op niet-destructieve wijze met stress om te gaan.

‘We kijken in de hulpverlening toch hoofdzakelijk vanuit een eurocentrische visie naar psychische problemen, zonder rekening te houden met culturele verschillen’

Nu kan ik over mijn problemen praten, en hoewel het nog moeilijk is, vind ik het belangrijk om het wel te doen. Ik wil dat jongeren die op mij lijken en iets gelijkaardigs meemaken, weten dat het oké is te aanvaarden dat ze hulp nodig hebben. Dat er middelen zijn en er opties voor begeleiding bestaan die laagdrempelig zijn en niet veel kosten.’

Toch hebben niet alle jongeren zo’n positieve ervaring met begeleiding. Voor sommigen is het nog moeilijk om iemand in de hulpverlening te vinden die hen begrijpt. ‘Mijn eerste psychologe heeft me niet echt geholpen’, vertelt Layla. ‘Ik kan nu wel beter over mezelf en mijn gevoelens praten, maar ik voel me niet beter. Ik vind dat de sessies veel te kort zijn, ik heb al een lange tijd nodig om me op mijn gemak te voelen, en dan blijven er maar twintig minuutjes over’

‘Ik weet trouwens niet in hoeverre ze me wel zouden kunnen helpen, als we genoeg tijd zouden hebben’, gaat Layla voort. ‘Ik heb alleen witte psychologen gezien en zij begrijpen een hele dimensie van mijn problemen niet. Ze weten niet wat het is om uit een oorlogsgebied te komen, om dagelijks geconfronteerd te worden met racisme. Er zijn veel psychologen die zelfs begonnen te wenen toen ik mijn verhaal vertelde. Dat geeft me een gevoel van hulpeloosheid, dat niemand mij ooit zal kunnen begrijpen en helpen.’

© Stampmedia

Elias

© Stampmedia​

Eurocentrisch standpunt

Klinisch psychologe Miranda Ntirandekura Aerts is geboren in Rwanda en geadopteerd door Vlaamse ouders. Vanuit haar achtergrond werkt ze met een transculturele visie bij onder andere vragen over adoptienazorg. ‘Wanneer deze jongeren geconfronteerd worden met psychische problemen, praten ze er niet over, omdat ze zich schamen of omdat ze bang zijn niet begrepen te worden’, reageert Aerts. ‘Zo krijgen ze het gevoel er alleen voor te staan. Maar dat is niet eigen aan hun specifieke situatie: jongeren hebben dat gevoel heel vaak. Ze zijn de grootste risicogroep voor het ondernemen van zelfdodingspogingen.’

‘Het Subsaharaanse –of in het geval van Thomas Barbadiaanse– roots hebben, wordt daarbovenop gezien als vreemd’, vervolgt de psychologe. ‘Dat kan aanzetten tot stereotypering, pestgedrag en uitsluiting.

Aangezien mensen met psychische klachten dan ook nog eens bestempeld worden als zwak en gek proberen jongeren met andere roots de schijn zo lang mogelijk hoog te houden. Dit kost hun veel energie en is onmogelijk vol te houden. Daardoor crashen ze vaak en voelen ze zich leeg en uitgeput.’

‘Maar er speelt meer’, gaat Aerts voort. ‘Hoewel Vlaanderen een zeer heterogene bevolking kent, kijken we in de hulpverlening toch hoofdzakelijk vanuit een eurocentrische visie naar psychische problemen, zonder rekening te houden met culturele verschillen. Het is dus belangrijk dat we leren bruggen bouwen tussen verschillende culturen en visies, omdat psychisch welzijn over een collectief maatschappelijk welzijn gaat.’

Lees de volledige getuigenissen op www.stampmedia.be
Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be

© 2018 – StampMedia – Sabrine Ingabire