Terug naar af: gedeporteerd naar Honduras

Reportage

Wat gebeurt er met karavaanmigranten die worden teruggestuurd?

Terug naar af: gedeporteerd naar Honduras

Terug naar af: gedeporteerd naar Honduras
Terug naar af: gedeporteerd naar Honduras

Veel mensen vluchten weg uit Honduras door armoede en geweld, maar wat als je teruggestuurd wordt naar datzelfde Honduras? Of als je vermist raakt, of terugkeert zonder je benen of verstand?

© Frauke Decoodt

Joaquin Hernandez in zijn marktkraam na zijn mislukte poging om in de VS voor een degelijk inkomen te zorgen.

© Frauke Decoodt

Veel mensen vluchten weg uit Honduras door armoede en geweld, maar wat als je teruggestuurd wordt naar datzelfde Honduras? Of als je vermist raakt, of terugkeert zonder je benen of verstand? Frauke Decoodt zocht het uit en sprak met enkele migranten.

Dat mensen massaal wegtrekken uit Honduras weten we sinds de enorme migrantenkaravanen. Die ontstonden in het Centraal-Amerikaanse land en onderweg sloten zich mensen aan in Guatemala en Mexico. Hun bestemming: Verenigde Staten.

De exodus naar het noorden begon al veel eerder, en de migratie langs beproefde, levensgevaarlijke routes gaat onverminderd door. Van de 9 miljoen Hondurezen leeft naar schatting 1,5 miljoen in het buitenland, vaak zonder papieren. Deportatie loert altijd om de hoek. De karavanen, plus Mexicaanse en Noord-Amerikaanse beleidskeuzes, maakten van 2019 een recordjaar. 109.185 Hondurezen werden toen naar hun thuisland gedeporteerd.

‘Drie bendes eisten hier “belasting”. Er vielen geregeld doden in mijn wijk door de gevechten om territorium.’
Joaquin Hernandez, gedeporteerde migrant

Joaquin Hernandez was een van die gedeporteerden. Hij was ook een van de duizenden die met de karavanen meestapten. Hij verkoopt kookgerei op een drukke markt in Tegucigalpa, de hoofdstad van Honduras. ‘Soms schiet er genoeg over om te eten, soms gaan we met honger naar bed.’ Tegenwoordig is het veiliger dan vroeger, op de markt en waar hij woont. ‘Slechts één straatbende heeft het er nu voor het zeggen. Vroeger eisten drie bendes hier “belasting”. Er vielen geregeld doden in mijn wijk door de gevechten om territorium.’

Daarom verhuisde het gezin naar een nieuw dorpje, iets buiten Tegucigalpa. De huizen zijn hier vooral van hout, plastiek en golfplaten. Die van cement zijn vaak van families waarvan iemand naar de VS migreerde. Ze woonden hier nog maar net, in 2018, toen hij hoorde dat op 12 oktober een karavaan zou vertrekken. Met zijn zoon schraapte hij de spaarcenten bijeen, omgerekend bijna 19 euro. ‘Ik zou even in de Verenigde Staten werken, sparen en dan terugkomen. Vijfenveertig dagen waren we onderweg.’

Op kerstavond stak hij de grens over met een groepje van zes. Ze zagen de lichtjes van San Diego al toen de grenspolitie hen vatte.

‘Ik voelde me mislukt’

Gescheiden van zijn zoon bracht Joaquin zo een maand door in onmenselijk gekoelde cellen, waar hij alleen door de maaltijden een besef van de tijd had. En plots werd hij geboeid en zonder uitleg op een vliegtuig naar huis gezet. ‘Ik voelde me mislukt’, zucht Joaquin. ‘Mijn dromen en verlangens, die ik de hele tocht koesterde, werden in een vlucht van vijf uur kapotgeslagen. Onderweg overwoog ik om niet naar huis terug te keren. Ik twijfelde om mijn vrouw te bellen.’ Joaquin, een stoere man, breekt even. Hij gaat verder, snikkend: ‘Ik schaamde me om met lege handen terug te keren.’

© Frauke Decoodt

Joaquin Hernandez met zijn echtgenote in hun living annex slaapkamer.

© Frauke Decoodt

Drugs, armoede, politieke fraude, geweld: bij veel Hondurezen leeft het beeld dat ze leven in een corrupte narcodictatuur, die niets om de bevolking geeft.

Het duurde een poos voor Joaquin weer aansterkte, maar lang kon hij niet wachten. ‘Opnieuw werken om de dag rond te komen, geen spaarcentje om het huis op te knappen. Soms wil ik opnieuw vertrekken. Maar het is te gevaarlijk, te moeilijk. Er zit niets anders op dan hier te blijven, maar ik maak me zorgen. Ik ben oud. Hier is geen werk meer voor mij. En de situatie in dit land wordt alleen maar hopelozer.’

Vele migranten worden teruggestuurd naar het leven dat ze ontvluchtten: armoede en geweld. In Honduras leeft 61,9 procent van de bevolking in armoede. 68,5 procent van de economisch actieve bevolking heeft geen of geen volwaardig werk. Wat het aantal moorden betreft, is Honduras derde op de ranglijst in Latijns-Amerika. Afpersingen, verkrachtingen en ander geweld dat je overleeft, verrekent men niet in die statistieken.

De grote schuldigen van dat geweld zijn bendes en drugshandelaars. Ook de economische en politieke elite draait zijn hand niet om voor wat geweld, zo bleek in 2016 nog eens uit de moord op activiste Berta Cáceres. En die elites en criminelen zijn soms dezelfde: in 2019 werd in de Verenigde Staten de broer van de Hondurese president Hernández veroordeeld voor grootschalige drugssmokkel.

Zeker na de frauduleuze verkiezingen van 2017 leeft bij vele Hondurezen de perceptie dat ze leven in een corrupte narcodictatuur, die zelfs de schijn niet meer ophoudt dat ze begaan is met het welzijn van de bevolking.

Wat als je niet terug kan?

Het welzijn van de retornados, of gedeporteerde migranten, staat ook niet bovenaan de ranglijst van de staatsbelangen. Overheidsprogramma’s voor deze groep bestaan, maar grotendeels op papier. Eenmaal terug in Honduras worden de meeste gedeporteerden aan hun lot overgelaten. Een handvol internationale en nationale, vooral christelijke, organisaties bereiken enkelen van hen.

De Comisión Acción Social Menonita (CASM) is een van die organisaties. In een hoekje van de drukke busterminal van San Pedro Sula stellen ze bijna elke dag een tafeltje op om gedeporteerde migranten te verwelkomen. Vier jongens komen toe, net met het vliegtuig teruggebracht uit de Verenigde Staten. Net na hen komt een volle bus uit Mexico.

© Frauke Decoodt

Het eerste wat de vier naar huis gedeporteerde jongeren doen met het zakgeld dat ze dankbaar van CASM ontvangen, is eten kopen.

© Frauke Decoodt

Het eerste wat de vier doen met het zakgeld dat ze dankbaar van CASM ontvangen, is eten kopen. Na die eerste maaltijd sinds lange tijd haastten ze zich naar verschillende bussen in de terminal. Ze hebben nog een lange rit naar huis te gaan. Alle vier keren ze terug met lege handen, naar de armoede waaruit ze hoopten te ontsnappen.

Hoop is wat veel Hondurezen missen en waarom velen migreren. De verkiezingen en daaropvolgende protesten vergrootten het defaitisme. Veel mensen verloren de hoop dat men in dit land kan ontsnappen aan armoede en geweld. CASM is een van de weinige Hondurese organisaties die ook dát probeert te bieden aan gedeporteerde migranten: een perspectief. Met een opleiding bijvoorbeeld.

Met of zonder perspectief, voor sommigen blijft het levensgevaarlijk om terug te komen en daar over te spreken. In een zijkamer van een museum in San Pedro Sula coacht een psychologe een groep van een twintigtal gedeporteerde jongeren door een oefening. Wanneer je iets langer en zonder toeschouwers met migranten spreekt, hoor je vaak dat andere verhaal. Bij Cindy was het een ex-vriendje dat haar al jaren stalkte en dreigde haar geweld aan te doen. Obdulio kreeg al langer bedreigingen, maar vluchtte halsoverkop toen bendes hem 24 uur gaven om te vertrekken. Hij werkte voor de regeringspartij, die gezien wordt als de oorzaak van veel kwaad. ‘Ik kan niet terug naar waar ik woonde of ik kan mijn familie niet bezoeken. Bijna niemand weet dat ik hier ben en dat wil ik zo houden.’

‘Ik keerde terug naar Honduras zonder werk en zonder benen, maar met nog steeds vijf kinderen om te onderhouden’.
Mary Salgado, teruggekeerde migrante

Ook Syria vreest nog steeds voor haar leven en dat van haar drie dochters. Zij vluchtte met haar oudste dochter omdat de vader problemen had met de straatbendes. ‘Met die mensen speel je niet.’ Na haar deportatie besloot Syria om juist wel terug te keren naar haar oude wijk. ‘Anders denken ze misschien dat ik iets te verbergen heb. Nog steeds vragen ze naar de vader van mijn kinderen, ze houden me in de gaten. Ik ben enorm bang dat ze mij of mijn dochters geweld zullen aandoen, maar een andere uitweg is er niet.’ Toch kan Syria opnieuw voorzichtig dromen. Ze wil via CASM Engels leren en in een callcenter werken. Ook Obdulio en Cindy hebben weer wat hoop. Cindy hoopt jongerenbegeleidster te worden en Obdulio wil machines repareren.

© Frauke Decoodt

Obdulio (l.) kreeg bedreigingen en vluchtte halsoverkop toen bendes hem 24 uur gaven om te vertrekken. Syria (r.) vluchtte met haar oudste dochter omdat de vader problemen had met de straatbendes.

© Frauke Decoodt

Terugkeren zonder benen of verstand?

Het valt nog moeilijker terug te keren naar armoede en geweld als je op de gevaarlijke weg naar het Noorden je ledematen of verstand verliest, zoals Mary of Alan. Mary Salgado, een werkloze alleenstaande moeder, vertrok dertien jaar geleden op haar tweeëndertigste naar de Verenigde Staten. Ze wilde haar vijf kinderen een betere toekomst bieden. Onderweg kidnapten mensenhandelaars haar en dwongen ze haar in een bordeel te werken, onder de invloed van drugs.

4 Na twee maanden kon Mary ontsnappen. Ze reisde verder op de goederentrein, in de volksmond La Bestia of Het Beest genoemd omdat hij zo gevaarlijk is. Toen iedereen eraf sprong omdat verderop een patrouille stond, aarzelde Mary. Ze kwam onder de trein terecht.

© Frauke Decoodt

Mary Salgado verloor haar beide benen toen ze terwijl ze van “La Bestia” sprong en onder de trein terechtkwam

© Frauke Decoodt

‘Ik keerde terug naar Honduras zonder werk en zonder benen, maar met nog steeds vijf kinderen om te onderhouden. Soms gaven vrienden en familie wat eten en geld. Ik spaarde wat ik kon, en investeerde zo in het nodige om straatventer te worden. Het was verdomd moeilijk. Maar beetje bij beetje raakte ik vooruit.’ Tot ze in 2016 opnieuw moest vertrekken, na bedreigingen van de lokale mara, zoals straatbendes in Centraal-Amerika genoemd worden. De rivaliserende mara kwam bij haar kopen, en dat kon niet. Ze kreeg drie dagen tijd om haar woonst en kraampje achter te laten.

Sinds 2018 leeft Mary in een huisje voorzien door een liefdadigheidsproject van de presidentsvrouw. Ze maakte daar aanspraak op dankzij tussenkomst van de organisatie Conamiredis, die teruggestuurde migranten met een handicap helpt. Vier jaar na het ongeval leerde ze hen kennen. Binnenkort gaat ze de organisatie ook leiden, samen met andere ‘ervaringsdeskundigen’. Mary is een vechter en is van oordeel dat ze gelukkig is. Ze kan op familie rekenen en kan haar plan trekken. ‘Dat heb ik geleerd door alleenstaande moeder te zijn, iets wat ik ook bij andere vrouwen zie.’

Wat als ik er niet meer ben?

‘Maar sommigen keren zo gehavend terug dat ze volledig hulpbehoevend zijn’, vertelt Mary. Alan bijvoorbeeld. In 2007 huurde hij samen met zijn moeder een kamer. Die was nog armzaliger dan de gevaarlijke wijk waarin ze zich bevond. Toen ze de huur niet meer konden betalen omdat beiden geen werk vonden, besloot Alan naar de Verenigde Staten te trekken. Hij zou er geld verdienen en een huisje kopen voor zijn moeder. Onderweg in Mexico vond hij werk en een vrouw, hij werd zelfs vader. Toch trok hij verder. Niet veel later kidnapten de Zetas hem, een van de gewelddadigste Mexicaanse drugskartels. Na een mislukte ontsnappingspoging sloegen ze zijn hersenen en ingewanden letterlijk tot moes. Lang zweefde hij tussen leven en dood in Mexicaanse ziekenhuizen. Hij is nu fysiek en mentaal zwaar verlamd.

© Frauke Decoodt

Alan werd gekidnapt door een bende en zo goed als dood geslagen na een mislukte ontsnappingspoging. Hij is nu fysiek en mentaal zwaar verlamd.

© Frauke Decoodt

Alans moeder, Gloria, overtuigde de dokters dat ze haar zoon de beste zorgen zou geven, hoewel ze straatarm is. Ze leerde hem opnieuw slikken en leerde zijn verwrongen taal verstaan. Ze sleurt hem van het bed naar de rolstoel en staat ‘s nachts op om hem te verleggen zodat hij geen doorligwonden krijgt. Onophoudelijk wast ze, met vuil beekwater, zijn kleren en lakens, want zijn stoelgang kan hij niet meer beheersen.

Gloria is mager en moe. ‘Vaak lig ik moedeloos in bed, ik kan niet meer. Ik sta er helemaal alleen voor, want ook de rest van de familie is te arm om me te bezoeken of steunen. Ik kan Alan ook niet alleen laten om geld te gaan verdienen.’ Gloria leeft vooral van aalmoezen. Ze moet keuzes maken tussen eten of de broodnodige luiers voor Alan. ‘Ik ben bezorgd. Onlangs vonden dokters een gezwel dat wel eens kanker kan zijn. Als ik er niet meer ben, wie zal dan voor Alan zorgen?’

Nooit toegekomen, nooit teruggekeerd

Naast de grote groep migranten die gehavend terugkomen, is er nog een omvangrijke groep: zij die onderweg spoorloos verdwenen. Zoals Jarvín Lacayo. Hij vluchtte begin 2016 weg uit Honduras. Drie jaar eerder had de politie hem achtervolgd en beschoten, hoewel hij geen misdaad had begaan. Het kostte hem twee jaar revalidatie, en met een mank been vond hij moeilijk werk. Bovendien woonde Jarvín in een wijk waar bijna geen jongeren meer wonen, zegt zijn vrouw. ‘Ze vertrokken op zoek naar werk, door bedreigingen of geweld, of werden vermoord.’ Maar de voornaamste reden dat Joaquin vertrok was de politie, die hem het zwijgen wou opleggen. Dan zit er in Honduras niets anders op dan te vluchten.

‘Het is zwaar om te hopen en te wanhopen en uiteindelijk geen antwoorden te krijgen.’
Angela, moeder van een verdwenen migrant

Angela Lacayo hoorde het laatst iets van haar zoon in april 2016. Toen belde hij naar huis om te laten weten dat hij de grens zou oversteken. ‘Ik moest me geen zorgen maken als ik even niets van hem zou horen.’ Maar ‘even’ duurde wel heel lang. Dus belde ze naar de coyote, de smokkelaar die mensen over de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten helpt. Die stelde haar gerust: ‘Over een paar dagen hoor je wel van hem.’

Na verschillende telefoons naar die coyote schold hij haar de huid vol en blokkeerde hij haar. Angela was radeloos. Hondurese autoriteiten hielpen niet. In Honduras worden misdaden amper onderzocht of bestraft. Naar verdwenen migranten in het buitenland wordt nog minder gezocht. Angela wist niet hoe of waar te beginnen. ‘Tot ik op de radio hoorde over de “Karavaan van de moeders van verdwenen migranten”.’

Die Karavaan bestaat al sinds 2002. Elk jaar trekken Centraal-Amerikaanse moeders door Guatemala en Mexico om hun verdwenen kinderen te zoeken. Die zoektocht is soms gevaarlijk. Niet alleen door de gebieden die ze doorkruisen, maar ook omdat drugskartels en corrupte politici geen pottenkijkers dulden. Eind 2016 stapte Angela mee. ‘Het was enorm zwaar om de lijdensweg van migranten te zien, en te beseffen dat mijn zoon dit ook meemaakte. Zwaar om te hopen en te wanhopen en uiteindelijk geen antwoorden te krijgen.’

Sommige moeders vinden hun kind levend terug, als het bijvoorbeeld in een legale of clandestiene gevangenis zat. Andere moeders vernemen dat hun kind stierf door de honger, moord of een ongeval. Maar de meeste moeders zijn zoals Angela: nog steeds blijft ze hopen dat Jarvín ooit voor haar deur zal staan.

© Frauke Decoodt

De moeder, vrouw en grootmoeder van Jarvín Lacayo hoorden voor het laatst iets van hem vlak voor hij in april 2016 de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten wilde oversteken.

© Frauke Decoodt

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.