Tsjetsjenië: 'Wie terreur zaait, zal terrorisme oogsten'

Reportage

Tsjetsjenië: 'Wie terreur zaait, zal terrorisme oogsten'

Tsjetsjenië: 'Wie terreur zaait, zal terrorisme oogsten'
Tsjetsjenië: 'Wie terreur zaait, zal terrorisme oogsten'

De Russische bezetting van Tsjetsjenië dreef vele jongeren in de armen van radicale religieuze groepen. Wanneer moslimfundamentalisten de Russische deelrepubliek dreigden te destabiliseren, zette Poetin grove middelen in. Zijn geweld werd beantwoord door nog meer geweld. Vandaag lijkt Poetins gevecht tegen terreur gewonnen, maar de oorlogsgeneratie heeft de haat tegen Rusland nog niet verteerd. Honderden onder hen nemen de wapens op in Oost-Oekraïne, of voegen zich bij Islamitische Staat in Syrië en Irak.

De Russische bezetting van Tsjetsjenië begin jaren ‘90 deed vele jongeren naar radicale religieuze symbolen grijpen.

Wanneer moslimfundamentalisten de Russische deelrepubliek dreigden te destabiliseren, zette Poetin grove middelen in. Zijn geweld werd beantwoordt door nog meer geweld.

Vandaag lijkt Poetin’s gevecht tegen terreur gewonnen, maar de vraag blijft of de tikkende Tsjetsjeense tijdbom ooit opnieuw zal barsten. De oorlogsgeneratie heeft de haat tegen Rusland nog niet verteerd. Honderden onder hen nemen de wapens op in Oost-Oekraïne, of blijven vatbaar voor radicale ronselaars en voegen zich bij Islamitische staat in Syrië en Irak.

‘Welkom in Grozny!’ roept Dagmara me toe als ik het fonkelnieuwe toeristische bureau van de Tsjetsjeense hoofdstad binnenstap. ‘We zijn nog maar drie dagen open, maar hebben al Franse, Duitse en Poolse toeristen over de vloer gehad.’

Glunderend drukt ze me een blinkende brochure in de hand. Op de eerste pagina prijkt in vette letters een voorwoord van president Ramzan Kadyrov. ‘De Tsjetsjeense republiek is een van de veiligste en snelst groeiende regio’s van Rusland,’ staat er. ‘Dat Kadyrov dit allemaal verwezenlijkt heeft,’ zucht Dagmara vol ongeloof.

(c) Hanne Couderé

De grote moskee in Grozny met de nieuwe stad op de achtergrond

© Hanne Couderé

Alleen op de wereld

Tien jaar geleden lag de stad volledig in puin. Een verlamde internationale gemeenschap keek toe hoe twee oorlogen tussen de Russen en de Tsjetsjenen Grozny volledig van de kaart veegden.

Poetin schilderde het Tsjetsjeense volk af als radicale islamitische bandieten en werd een gepriviligeerde partner van de VS in hun war on terror.

Niemand plande een humanitaire interventie en er werden geen economische sancties afgekondigd. Met de Koude Oorlog net achter de rug wilde het Westen Rusland niet tegen de haren in strijken. En na nine eleven slaagde Poetin erin de wereld aan de kant van zijn oorlog te krijgen. Hij schilderde het Tsjetsjeense volk af als radicale islamitische bandieten en werd een gepriviligeerde partner van de VS in hun war on terror.

Poetin bestreed met zijn oorlog in Tsjetsjenië geen terreur, maar zaaide terreur, zeggen critici van het Kremlin. De vruchten vallen overigens nogal ver van de boom: in Oost-Oekraïne vecht een bataljon van zo’n driehonderd Tsjetsjeense strijders tegen de Russen en in Syrië en Irak vormen geradicaliseerde Tsjetsjenen een van de grootste groepen buitenlandse strijders van Islamitische Staat.

‘De infrastructuur is veel beter dan voor de oorlog, zelfs in de bergdorpen is nu elektriciteit.’

Nochtans investeerde het Kremlin massa’s geld in de heropbouw van Tsjetsjenië. ‘Aanvankelijk dachten we dat ze kartonnen dozen bouwden, maar dat blijkt niet het geval,’ zegt Tanya Lokshina, directeur van Human Rights Watch Rusland. ‘De infrastructuur is veel beter dan voor de oorlog, zelfs in de bergdorpen is nu elektriciteit.’

‘Onzin,’ bromt Salman, terwijl hij me de foto’s van zijn nieuwe zaak in telefoonreparaties toont. ‘Ik probeer hier iets uit de grond te stampen, maar de regering werkt me enkel tegen.’ Even later rijdt de Tsjetsjeense dertiger me in zijn witte Lada door de stad. ‘Sinds Ramzan Kadyrov aan de macht is, wantrouwen Tsjetsjenen elkaar. Dat is nooit eerder gebeurd. Ik spreek nooit met mijn vrienden over politiek. Ik zou niet willen dat ze tegen mij moeten liegen.’

‘Mijn hele lijf schreeuwde om oorlog’

1991: de Sovjet-Unie valt uit elkaar. Als autonome republiek blijft Tsjetsjenië deel uitmaken van Rusland. Maar dat is tegen de wil van de Tsjetsjeense leider Doedajev die de onafhankelijkheid uitroept. Om te voorkomen dat ook de andere deelrepublieken lastig gaan doen, besluit toenmalig president Boris Jeltsin Grozny aan te vallen. Op oudejaarsdag 1994 bestormt het Russische leger de stad. Het is het begin van een lange lijdensweg.

Volgens Unicef verloren 25.000 kinderen sinds 1994 één of beide ouders door de oorlog.

Een heel aantal Tsjetsjenen leverden voor de Russische invasie nog hevige kritiek op Doedajev’s maffieuse regime, maar veranderden na de invasie van kamp. Tsjetsjenië polariseerde diepgaan, maar de meerderheid vergat de onderlinge tegenstellingen en vormde één blok tegen de Russen.

‘Ik was net achttien en wilde zo graag meevechten. Heel mijn lijf schreeuwde erom.’ Salmans ogen schitteren, alsof hij het over een niet te missen feestje heeft. ‘Maar omdat mijn vader en oom al naar het front vertrokken waren, moest ik bij de vrouwen blijven en ging ik voor het Rode Kruis werken.’ Volgens Unicef verloren 25.000 kinderen sinds 1994 één of beide ouders door de oorlog.

Tot ieders verbazing wonnen de taaie Tsjetsjenen na twee jaar de strijd en riepen hun eigen republiek Itsjkerië uit. Er stonden de tot een puinhoop gereduceerde regio echter woelige jaren te wachten. De jonge staat slaagde er niet in de milities te ontwapenen. Integendeel, guerrillaleiders vonden in al-Qaida en andere wahabistische groeperingen een bondgenoot met een gemeenschappelijke vijand: de Russen.

De aantrekkingskracht van de radicale islam

‘Toen ging het helemaal mis,’ vertelt Salman. ‘De ene vriend na de andere verdween, vrienden die helemaal niets met terrorisme of gewapende strijd te maken hadden. Mensen werden van hun bed gelicht door de Russische geheime dienst, zonder reden, zonder uitleg, zonder kleren. Gefolterd. Vermoord. Jarenlang heb ik met mijn kleren aan geslapen. Ik doe het nu soms nog, uit gewoonte.’ Hoe brutaler de Russische aanpak, hoe meer Tsjetsjenen hun gematigde traditionele islam, het Kaukasische soefisme, verruilden voor de radicale islam.

Hoe brutaler de Russische aanpak, hoe meer Tsjetsjenen hun soefisme verruilden voor de radicale islam.

Sjamil Basajev, de meest gevreesde religieuze strijder, zette zijn zinnen op het stichten van een islamitische staat en rukte op naar buurrepubliek Dagestan om daar een islamitische revolutie te ontketenen. Na een serie bomaanslagen op Russische flatgebouwen in 1999 – wel eens Rusland’s 9/11 genoemd - waarbij driehonderd doden vielen, was de Russische maat vol. Poetin schoof de aanslagen meteen in de schoenen van Basajev, die nooit de verantwoordelijkheid heeft opgeëist of erkend. De Amerikaanse onderzoeker John B. Dunlop concludeerde in zijn boek The Moscow Bombings of September 1999 zelfs dat de Russische geheime dienst zelf achter de aanslagen zat.

In elk geval zorgden deze terreurdaden en het scherp toegenomen gevoel van dreiging en onveiligheid onder de Russische bevolking het ideale voorwendsel om Tsjetsjenië opnieuw binnen te vallen. De tweede oorlog was een feit. Ditmaal trok Rusland aan het langste eind.

‘Het was veel gruwelijker dan de eerste oorlog. Ik wilde opnieuw gaan vechten, maar vertrouwde Basajev niet’. Salman fluistert nu en kijkt zenuwachtig het kleine koffiehuis rond waar we zijn gestopt. Zoals heel wat andere Tsjetsjenen die ik spreek, is hij ervan overtuigd dat Basajev vanaf het begin onder één hoedje met de Russen speelde. In zijn ogen is de Tsjetsjeense terreur door Rusland gecreëerd als alibi het Tsjetsjeense territorium terug te winnen en het volk te doen gehoorzamen. Een theorie die nooit is bewezen, maar die Salman’s haat – samen met die van vele andere Tsjetsjenen - jegens Rusland blijft voeden.

De families wachten nog altijd

Na een jaar verschroeiende bombardementen en  militair geweld, waarbij honderden burgers het leven lieten en 100.000 Tsjetsjenen hun huizen moesten verlaten, gooide Rusland het over een andere boeg. In 2000 stelde het land Achmat Kadyrov aan als Tsjetsjeens president, die later werd opgevolgd door zijn zoon Ramzan. Deze twee pionnen konden voortaan het vuile werk opknappen. Geen Russische, maar Tsjetsjeense veiligheidstroepen, de gevreesde Kadyrovtsy, lichtten voortaan ‘s nachts mensen van hun bed. Ontvoeringen, folteringen en moorden – de zogenaamde anti-terreuroperaties – hielden tien lange jaren aan.

Intussen werden de aanslagen door de Tsjetsjeense rebellen steeds dodelijker. De meest beruchte acties waren zonder twijfel de gijzeling in een Moskous theater in 2002 en van een hele school in de Noord-Ossetische stad Beslan in 2004 waarbij respectievelik 170 en 334 doden vielen.

Tijdens de Russische anti-terreurcampagne die in 2009 formeel ten einde kwam, verdwenen officieel  3016 mensen. Mensenrechtenorganisaties schatten het aantal vermisten eerder op 5000.

Wie zwijgt die blijft

(c) Hanne Couderé

Een pro-Russische demonstratie in Grozny

© Hanne Couderé

Wanneer ik Igor Kalyapin, het Russische hoofd van het Committee Against Torture, vraag of er nog steeds verdwijningen plaatsvinden, verzekert hij me dat die tijd voorbij is: ‘Men heeft geleerd te zwijgen. Iedereen weet nu wat er gebeurt met mensen die ingaan tegen Kadyrovs bevelen.’

Honderden ontvoeringszaken liggen vandaag bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. ‘Vier hebben we al gewonnen,’ zegt Kalyapin. ‘Maar wat gebeurt er daarna? Rusland compenseert de getroffen families en weigert onderzoek te doen als het Hof dat vraagt. De overheid doet gewoon waar ze zin in heeft.’

‘Er is geen scheiding van machten in Tsjetsjenië. Er is slechts één macht: die van Kadyrov. En Kadyrov volgt de orders van Poetin.’

‘Ik heb talloze families gesproken wier zonen meer dan veertien jaar geleden verdwenen. Ze wachten nog altijd,’ zucht Lokshina. ‘Deze families gingen niet naar het Hof voor geld, ze willen weten wat er met hun zonen is gebeurd.’ Nog geen enkel Tsjetsjeens politieonderzoek naar de ontvoeringen is ooit tot een einde gebracht. Igor: ‘Zelfs als men weet wie de dader is, wordt deze niet gearresteerd. Misdaden begaan door politie blijven onbestraft. Er is geen scheiding van machten in Tsjetsjenië. Er is slechts één macht: die van Kadyrov. En Kadyrov volgt de orders van Poetin.’

Parlementslid Umarov Dzhambulat ontkent deze beschuldigingen: ‘Onze nationale leider richtte een speciaal parlementair comité op dat de verdwijningen onderzoekt en er alles aan doet om de begraven lijken te identificeren. De Tsjetsjeense politie is trouwens de sterkste eenheid van heel Rusland. Ze doen hun uiterste best!’

Dat Kadyrovs wil wet is, bewijst de recente arrestatie van Ruslan Kutaev. De Tsjetsjeense activist organiseerde een herdenking op de zeventigste verjaardag van de deportatie van het Tsjetsjeense volk. Kadyrov had hem dit uitdrukkelijk verboden omdat de herdenking een Russische feestdag zou verpesten. Twee dagen later werd Kutaev gearresteerd, gefolterd en later veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor het bezit van heroïne. Opgezet spel, zeggen mensenrechtenorganisaties. Absoluut niets met politiek te maken, aldus het regime.

Kutzaevs advocaat raast aan één stuk door, terwijl hij me de foto’s toont van de zware bloeduitstortingen en gebroken ribben bij zijn cliënt. ‘Hij is niet eens voor onafhankelijkheid. Het enige wat hij eist, is wat minder inmenging van Poetin in Tsjetsjenië!’

Kadyrov op instagram

Op de feestdag van de Russische eenheid wapperen op het hoofdplein in Grozny de vlaggen. Honderden jongens en meisjes dansen Kaukasische dansen en zingen het Russische volkslied uit volle borst mee. Ik spreek Kerim Tsitsaev, een jonge docent economie aan de Universiteit van Grozny. Hij is een van de velen die met zijn familie tijdens de oorlog naar Moskou vluchtte. Daarna studeerde hij vier jaar in Engeland. ‘Wie zei je dat dit een onveilige plek is? Die mensen denken dat het hier nog oorlog is zeker?’

Met een doordringende blik verdedigt Kerim Kadyrovs aanpak. ‘Als leerlingen in mijn college te laat komen, mogen ze niet meer binnen. Daarom komt iedereen op tijd. Als je gerespecteerd wilt worden, moet je je macht laten gelden.’

Zwaarbewapende politieagenten omringen het plein; helikopters cirkelen boven de stad. Volgens de regering zijn alle moslimextremisten uit Tsjetsjenië verdreven.

Onlangs verplichtte Kadyrov iedereen een autogordel te dragen. Bij overtreding neemt de politie je auto drie dagen in beslag. ‘Bij een boete zou niemand luisteren,’ gaat Kerim verder. ‘Foltering is uiteraard een brug te ver, maar dat zijn leugens van mensenrechtenorganisaties die het regime willen zwartmaken.’

Buiten gaat het feest ongestoord verder. Zwaarbewapende politieagenten omringen het plein; helikopters cirkelen boven de stad. Volgens de regering zijn alle moslimextremisten uit Tsjetsjenië verdreven.

‘Het belangrijkste dat Kadyrov heeft verwezenlijkt, is niet de wederopbouw van het land, maar de vereniging van separatisten, pro-Europeanen, pro-Russen, moslimterroristen tot één Tsjetsjeens volk!’, antwoordt Timur op mijn vraag waarom Kadyrov zo goed scoort. Timur bekleedt nu een hoge functie bij de Tsjetsjeense televisie, de voorbije twintig jaar werkte hij wereldwijd voor humanitaire organisaties. ‘Bestaat die eenheid niet door angst?’ vraag ik. ‘Onze leider neemt misschien veel voor zichzelf, maar hij geeft ook veel aan de samenleving.’

Voor Salman is Kadyrov een klein kind in een grote speeltuin. ‘Iemand die zoveel macht opeist heeft een psychologische stoornis. Maar er komt een moment dat je het regime accepteert voor wat het is. Oorlog verandert mensen. Nu is er stabiliteit, maar die kan ook zo weer verdwijnen.’

Elders in de wereld geeft een verloren oorlogsgeneratie Tsjetsjenen hun leven voor de jihad. In Grozny heerst een angstaanjagende rust. Niemand weet of de bom opnieuw zal barsten, noch wanneer.

‘Alles gaat geweldig in Tsjetsjenië,’ lacht Umarov. ‘Het enige wat onze nationale leider Ramzan Kadyrov nog wil verbeteren, is het begrip voor zijn politiek bij de Europeanen!’

De namen Salman, Kerim en Timur zijn fictief om de veiligheid van deze personen te beschermen.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.