Arbeidsbescherming op drift

Blog

Arbeidsbescherming op drift

Arbeidsbescherming op drift
Arbeidsbescherming op drift

Vandaag was het de officiële start van de Internationale Arbeidsconferentie. Met eerst de plenaire openingszitting. Toch altijd weer indrukwekkend, met die diversiteit in kwantiteit. Guy Ryder, directeur-generaal van de IAO, gaf er de aftrap. Met bijzonder veel nadruk op de wijze waarop de IAO zijn 100ste verjaardag, in 2019, denkt voor te bereiden. Onder meer met een ambitieus debat over de toekomst van het werk, het Future of Work initiatief. Daar komen we nog op terug. En met nadien ook openingstoespraken van de woordvoerder van de werknemers- en werkgeversgroep. Voor de werknemers is dat Luc Cortebeeck, erevoorzitter van het ACV en vice-voorzitter van de IAO. Wat die inbracht, daarvan kreeg u al een sneak preview gisteren.

En nadien werden de commissies opgestart. Waaronder de commissie voor het zgn. recurrente item. Met een bijzonder boeiend thema dit jaar: arbeidsbescherming in een wereld in volle verandering. Op basis van een zeer behoorlijk, kort en krachtig rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie_: Labour protection in a transforming world of work._

En waarbij we als werknemersgroep kunnen rekenen op een gereputeerde voorzitter: Catelene Passchier, vicevoorzitter van FNV, Nederlandse vakbond; maar met ook een geschiedenis in de Europese vakbeweging.

Even situeren waarover het gaat. Sinds 2010 wordt, in het verlengde van de Verklaring voor sociale rechtvaardigheid van 2008, elk jaar een van vier centrale thema’s besproken: werk, sociale bescherming, fundamentele arbeidsnormen en sociale dialoog. Dit keer komt de sociale bescherming aan bod, maar dan met nadruk op de arbeidsbescherming. En dan hebben we het hier over minimumlonen, werktijden, veiligheid en gezondheid op het werk en moederschapsrust, vier subthema’s dus. Dat is anders dan vier jaar geleden: toen lag de nadruk op de sociale zekerheid.

Ontluisterende cijfers

De besprekingsrapporten worden hier tegenwoordig beknopt gehouden. Maar in zijn beknoptheid legt dit rapport wel de vinger op de wonde voor dit debat:

  • over de minimumlonen: heel wat landen die nog geen globaal minimumloon hebben; als ze het hebben vaak onder wat leefbaar is; en/of met uitsluiting van tal van categorieën; met ook een probleem van handhaving; en dat tegen de achtergrond van een slinkend aandeel van de werknemers bij de verdeling van de toegevoegde waarde;

  • over de werktijden: nog heel veel werknemers die meer dan 40 uur werken, 22% van de wereldwijde werknemersgroep zelfs meer dan 48%; tegenover deeltijdsen en werknemers in tijdelijke contracten die naar meer uren snakken;

  • over veiligheid en gezondheid: aanhoudende problemen van preventie en bescherming; met nog al te veel ongevallen. Passchier had het hier over de schande van jaarlijks 2,3 miljoen arbeidsongevallen, wereldwijd. Met in het rapport ook ontluisterende vaststellingen over de nieuwe gezondheidsrisico’s.  Al 20 jaar hebben we het over mogelijke gezondheidsrisico’s van de nanotechnologie. Naar verwachting zijn in 2020 20% van de producten op een of andere wijze gebaseerd op nanotechnologie, terwijl we nog altijd weinig weten over de gezondheidsimpact. Of nog: slechts voor 6.000 van de 110.000 synthetische chemische stoffen die worden geproduceerd, kennen we de gezondheidsrisico’s. En slechts voor 500 à 600 ervan hebben blootstellingsnormen;

  • over de moederschapsrust: wereldwijd zijn 830.000 werkneemsters niet afdoende beschermd.

Met in het rapport bij elk onderdeel de vaststelling dat de arbeidsbescherming bijzondere groepen niet of minder bereikt. Ook door tal van uitzonderingsregelingen. Of door een inadequaat handhavingsbeleid. Om nog te zwijgen van de informele economie. Al staat dat in een andere commissies centraal. Daarover morgen meer.

Nieuwe battles

Het lijken oude discussies. Maar wees zeker dat hier in de commissie ook alle nieuwe vraagstukken defileren:

  • het plaats- en tijdsonafhankelijk werken, met zijn opportuniteiten voor de werknemer, maar ook zijn risico’s;

  • de proliferatie van nieuwe contracttypes, van de zerocontracten in het Verenigde Koninkrijk (met 1,2 miljoen in april 2014!) tot de _Arbeid auf Abruf (_werken op afroep) in Duitsland. Ook de zgn. Uberisering. Terwijl de IAO inzet op de formalisering van de informele economie (daarover meer morgen zeiden we al), zetten bepaalde multinationals (zoals Uber voor het taxibedrijf) onaanvaardbare zware druk om heelder sectoren te informaliseren.De flexijobs van Decroo in de horeca en de bijjobs zonder belastingen van Tommelein kwamen wat te laat om hier te worden gekielhaald;

  • en uiteraard ook de kwestie van de arbeidsbescherming in de internationale toeleveringsketens. Hoeveel doden moeten nog vallen in de confectieateliers van Bangladesh of de schoenfabrieken van de Filippijnen. Om nog te zwijgen van de Indische kinderarbeid die kruipt in de straatstenen van onze steden.

Passchier bracht dat hier vandaag excellent aan voor de werknemersgroep. Des te meer teleurstellend de eerste reactie van de werkgevers. Met een reeks holle slogans over hoe goed innovatie en technologie zijn, over hoe ze uiteindelijk meer jobs opleveren, over hoe je de toekomst moet omhelzen in plaats van het verleden te blijven koesteren. En dat vanuit die optiek het IAO-rapport wat te pessimistisch is.

Dat belooft de komende dagen. Zeker omtrent de vraag of de werkgevers mee willen opschuiven richting een nieuwe IAO-norm over nieuwe contracttypes, zoals de werknemersgroep wenst. Dat lijkt niet meer helemaal taboe. Al zal het nog wel wat voeten in de aarde hebben. Wordt vervolgd. Via MO* zit u er met uw neus op.

Deze bijdrage werd geschreven door Chris Serroyen.

Dit artikel maakt deel uit van een reeks over de Internationale Arbeidsconferentie: